Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 248
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt verslag/nota (doorslag of origineel op briefpapier zonder hoofding).

Origineel

Getypt verslag/nota (doorslag of origineel op briefpapier zonder hoofding). De transcriptie volgt de originele spelling en interpunctie. Typefouten zijn overgenomen.

-8-

zenders dit vereischt en het ook elders geschiedt. Zy heeft echter toegezegd te zullen overwegen of en in hoeverre een dergelyk verbod mogelyk is.

Rekening houdend met het feit, dat de veiling deel uitmaakt van het marktcomplex en niet zonder groote schade voor de Gemeente daaruit, zonder dat daarvoor onmiddellyk iets in de plaats komt, zpu kunnen worden losgemaakt, terwyl bovendien tegenover de klachten der grossiers ten opzichte van de veiling de meening staat van eenige be angryke koopers, die in (pag. 13 nota Weth.) het voortbestaan der / veiling wel degelyk hun belang zien, ben ik van oordeel, dat van de hierbovenbedoelde zeer dringende motieven voor het Gemeentebestuur, dat om tot opheffing der veiling te besluiten, niet kan worden gesproken.

Ik moge voorts volledigheidshalve er nog op wyzen, dat het contract met de veilingdirectie pas 1 Januari 1940 afloopt, zoodat ook niet terstond tot opheffing zou kunnen worden overgegaan, Ik heb by het bepalen van myn oordeel behalve met de zoo juist genoemde factoren, nog met het volgende rekening gehouden. Het marjtcomplex in zyn huidigen vorm is nog slechts een gering aantal jaren, n.l. sinds 15 October 1934, in bedryf. Op de markt zyn kostbare inrichtingen ten behoeve der veiling gebouwd die goeddeels renteloos staan indien zy niet meer voor de bestaande veiling zouden worden gebruikt. Zy zouden dan alleen voor de bloemenveiling kunnen dienen, die eveneens ddor de huidige veilingexploitanten wordt verzorgd en die rond f 360.000,- per jaar omzet. Deze veiling is alleszins nuttig, omdat zy tal van Amsterdamsche bloemenventers voorziet, die de gelegenheid of de middelen missen om naar de groote veiling in Aalsmeer te gaab. Bloemengrossiers worden door de veiling niet geschaad, daar de 10 à 12 grossiers, die plaatsen voor den uitsluitenden verkoop van bloemen op de Centrale Markt bezetten, daar alleen z.g. snybloemen van den kouden grond verkoopen, terwyl de veiling voornamelyk kasbloemen en potplanten verhandelt. Terwyl de Gemeente voor de veiling in haar huidigen vorm een jaarlykschen pachtprys van ruim f 15.000,- ontvangt, (pag. 14 nota Weth.) is het vanzelfsprekend, dat een dergelyk bedrag / niet kan worden opgebracht door een veiling, die alleen bloemen zou verkoopen in den huidigen omvang. Alleen zou het financieele nadeel in de practyk iets verminderen, door het feit, dat de 60 tuinders, die thans nog inzenders van de veiling zyn, een marktplaats à f 90,- per jaar zouden gaan bezetten.

Ik ben van oordeel, dat ten aanzien van de veiling van Gemeentewege een zeer voorzichtige politiek geboden is. Zou men haar thans - ten einde aan den wensch der grossiers tegemoet te komen - gaan verbieden handelaren van buiten goederen te laten inzenden, dan maakt men haar het bestaan op de Centrale Markt onmogelyk, terwyl het bovendien de vraag is of de huidige vei- In dit document adviseert een ambtenaar of bestuurder over de toekomst van de veiling op het Amsterdamse marktcomplex (de Centrale Markthallen). De kern van het betoog is dat opheffing van de veiling ongewenst is.

Belangrijkste argumenten tegen opheffing:
1. Financieel belang: De gemeente ontvangt ƒ 15.000,- aan pacht. Bij opheffing of inperking vallen deze inkomsten grotendeels weg, terwijl de investeringen in de gebouwen (gebouwd in 1934) dan niet meer renderen.
2. Sociaal-economisch belang: De veiling vervult een cruciale rol voor Amsterdamse bloemenventers die niet de middelen hebben om naar de veiling in Aalsmeer te gaan.
3. Belangenafweging: Hoewel groothandelaren (grossiers) klagen over concurrentie, wordt gesteld dat zij feitelijk in een andere niche zitten (snijbloemen van de koude grond versus kasbloemen en potplanten op de veiling).
4. Contractuele verplichtingen: Er loopt een contract met de exploitanten tot 1 januari 1940. Dit document maakt deel uit van de bestuurlijke besluitvorming rondom de Centrale Markthallen in Amsterdam (gelegen in Amsterdam-West). Het complex werd geopend in 1934 om de voedseldistributie en handel in de stad te centraliseren.

De handgeschreven verwijzingen naar "nota Weth." (nota van de Wethouder) op pagina 13 en 14 suggereren dat dit verslag diende als basis voor of reactie op een beleidsstuk van de verantwoordelijke wethouder (waarschijnlijk Publieke Werken of Marktwezen). De tekst illustreert de voortdurende spanning tussen de belangen van de gevestigde groothandel, de kleine ambulante handel (venters) en de gemeentelijke schatkist in het interbellum. Marktwezen Publieke Werken

Samenvatting

In dit document adviseert een ambtenaar of bestuurder over de toekomst van de veiling op het Amsterdamse marktcomplex (de Centrale Markthallen). De kern van het betoog is dat opheffing van de veiling ongewenst is.

Belangrijkste argumenten tegen opheffing:
1. Financieel belang: De gemeente ontvangt ƒ 15.000,- aan pacht. Bij opheffing of inperking vallen deze inkomsten grotendeels weg, terwijl de investeringen in de gebouwen (gebouwd in 1934) dan niet meer renderen.
2. Sociaal-economisch belang: De veiling vervult een cruciale rol voor Amsterdamse bloemenventers die niet de middelen hebben om naar de veiling in Aalsmeer te gaan.
3. Belangenafweging: Hoewel groothandelaren (grossiers) klagen over concurrentie, wordt gesteld dat zij feitelijk in een andere niche zitten (snijbloemen van de koude grond versus kasbloemen en potplanten op de veiling).
4. Contractuele verplichtingen: Er loopt een contract met de exploitanten tot 1 januari 1940.

Historische Context

Dit document maakt deel uit van de bestuurlijke besluitvorming rondom de Centrale Markthallen in Amsterdam (gelegen in Amsterdam-West). Het complex werd geopend in 1934 om de voedseldistributie en handel in de stad te centraliseren.

De handgeschreven verwijzingen naar "nota Weth." (nota van de Wethouder) op pagina 13 en 14 suggereren dat dit verslag diende als basis voor of reactie op een beleidsstuk van de verantwoordelijke wethouder (waarschijnlijk Publieke Werken of Marktwezen). De tekst illustreert de voortdurende spanning tussen de belangen van de gevestigde groothandel, de kleine ambulante handel (venters) en de gemeentelijke schatkist in het interbellum.

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Kruidenier (Droog): Bloem Tuin & Plant: Bloemen Tuin & Plant: Planten Tuin & Plant: Potplant Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen Publieke Werken

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6