Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 249
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke nota of rapportage (pagina 9 van een groter geheel).

Van: De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch en Schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (historisch gezien een post binnen de gemeente Amsterdam).

Origineel

Getypte ambtelijke nota of rapportage (pagina 9 van een groter geheel). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch en Schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (historisch gezien een post binnen de gemeente Amsterdam). -9-

lingsexploitanten onder dergelyke voorwaarden aan het einde van dit contractjaar wel bereid zouden zyn een nieuw contract te sluiten. Gesteld, dat zy het zouden willen, dan zouden zy ongetwyfeld op grond van het groote finantieele nadeel, dat zy ten gevolge van die voorwaarden zouden lyden, een belangryken lagere pachtsom verlangen-

Ik ben van oordeel, dat zoo er al een alternatief bestaat klein- of groothandelsveiling, het in den aard van de ontwikkeling der verhoudingen op de Centrale Markt niet ligt, dat dit door het Gemeentebestuur wordt gesteld. Veeleer ligt het in den aard dier verhoudingen, dat aan het tot standkomen ~~dier~~ van groothandelsveiling alle kans wordt gegeven. Dan zal zich geleidelyk een toestand ontwikkelen, waarby van een alternatief groot- of kleinhandelsveiling geen sprake zal blyken te zyn en de richting waarin zal moeten worden gegaan, zich vanzelf afteekent.
(pag. 15 nota teekent.)
Weth.

Het wil my voorkomen, dat op grond van de feiten en cyfers zooals deze hier zyn gegeven het niet raadzaam is van overheidswege in te grypen in de bestaande verhoudingen. Gelyk hierboven reeds is gezegd, zal evenwel niet nagelaten moeten worden de fouten weg te nemen, die de kleinhandelsveiling aankleven.

Ik moet echter nog de aandacht er op vestigen, dat vooralsnog van een eenigszins belangryken opbouw van de groothandelsveiling van binnenlandsch fruit geen sprake kan zyn, omdat dergelyke veilingen "gevoed" moeten worden door veel kweekers. In verband met de bepalingen die uit de Landbouwcrisiswet voortvloeien, zyn dergelyke groothandelsveilingen hiervoor alsnog niet mogelyk.

Ik stel U nu voor, de Federatie van grossiers mede te deelen, dat het na uitvoerig onderzoek naar de positie van de veiling op de Centrale Markt ongewenscht is gebleken, de veiling in haar huidigen vorm op te heffen. Daaraan kan dan worden toegevoegd, dat door Burgemeester en Wethouders de ontwikkeling naar een groothandelsveiling krachtig zal worden bevorderd; dat Burgemeester en Wethouders zooveel mogelyk zullen trachten eventueele fouten die de kleinhandelsveiling aankleven, tegen te gaan en dat de veiling op aandrang van Burgemeester en Wethouders heeft toegezegd, aanstelling van een ~~keux~~ keurmeester ter controleering van soort en kwaliteit, der aangeboden goederen, in welwillende overweging te zullen nemen.

Het is myn voornemen deze kwestie in onze vergadering van April a.s. aan de orde te stellen.

De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch en Schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen, * Kernboodschap: De wethouder adviseert om de bestaande kleinhandelsveiling op de Centrale Markt niet op te heffen, maar deze organisch te laten evolueren richting een groothandelsveiling. Direct overheidsingrijpen wordt afgeraden.
* Problematiek:
* Exploitanten zouden bij strengere voorwaarden een lagere pacht eisen vanwege financieel nadeel.
* De kleinhandelsveiling vertoont "fouten" die gecorrigeerd moeten worden.
* De Landbouwcrisiswet vormt een juridische/economische belemmering voor een snelle uitbouw van een groothandelsveiling voor fruit.
* Voorgestelde acties:
1. De Federatie van grossiers formeel informeren over het behoud van de huidige veiling.
2. De overgang naar groothandel stimuleren zonder dwang.
3. Aanstelling van een keurmeester voor kwaliteitscontrole overwegen.
* Taalgebruik: Het document hanteert een voorzichtige, diplomatieke toon ("welwillende overweging", "niet raadzaam van overheidswege in te grypen"), typerend voor bestuurlijke besluitvorming. Dit document stamt uit de crisisjaren 30. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934) was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. De Landbouwcrisiswet van 1933, die in de tekst wordt genoemd, gaf de rijksoverheid verregaande bevoegdheden om de landbouwproductie en -prijzen te reguleren. In deze context probeert het gemeentebestuur een balans te vinden tussen de belangen van lokale handelaren (grossiers), de effectiviteit van de markt en de beperkingen opgelegd door nationale crisiswetgeving. De specifieke titel van de wethouder koppelt levensmiddelen aan publieke hygiëne (was- en badinrichtingen), wat destijds een gebruikelijke combinatie was in het gemeentelijk takenpakket.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De wethouder adviseert om de bestaande kleinhandelsveiling op de Centrale Markt niet op te heffen, maar deze organisch te laten evolueren richting een groothandelsveiling. Direct overheidsingrijpen wordt afgeraden.
  • Problematiek:
    • Exploitanten zouden bij strengere voorwaarden een lagere pacht eisen vanwege financieel nadeel.
    • De kleinhandelsveiling vertoont "fouten" die gecorrigeerd moeten worden.
    • De Landbouwcrisiswet vormt een juridische/economische belemmering voor een snelle uitbouw van een groothandelsveiling voor fruit.
  • Voorgestelde acties:
    1. De Federatie van grossiers formeel informeren over het behoud van de huidige veiling.
    2. De overgang naar groothandel stimuleren zonder dwang.
    3. Aanstelling van een keurmeester voor kwaliteitscontrole overwegen.
  • Taalgebruik: Het document hanteert een voorzichtige, diplomatieke toon ("welwillende overweging", "niet raadzaam van overheidswege in te grypen"), typerend voor bestuurlijke besluitvorming.

Historische Context

Dit document stamt uit de crisisjaren 30. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934) was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. De Landbouwcrisiswet van 1933, die in de tekst wordt genoemd, gaf de rijksoverheid verregaande bevoegdheden om de landbouwproductie en -prijzen te reguleren. In deze context probeert het gemeentebestuur een balans te vinden tussen de belangen van lokale handelaren (grossiers), de effectiviteit van de markt en de beperkingen opgelegd door nationale crisiswetgeving. De specifieke titel van de wethouder koppelt levensmiddelen aan publieke hygiëne (was- en badinrichtingen), wat destijds een gebruikelijke combinatie was in het gemeentelijk takenpakket.

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6