Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 265
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

-3-

nog ongeacht de zeer belangrijke groep van pachters van ongeoogst fruit, die toch ook tot den "HANDEL" moeten worden gerekend.
Als wij alleen maar letten op het finantieele belang, dat de veiling bij de inkomsten door haar veilingspercentage uit deze groepen "Handelaren" heeft, dan moet op grond daarvan al reeds onvoorwaardelijk een passend HALT voor het aan ons op te dringen verbod worden geroepen.
Maar van even groot gewicht is deze aanvulling van producten uit centra, die niet of niet voldoende door onze veilingtuinders worden gekweekt, voor den kleinhandel zelf en niet minder voor de veilende tuinders. Juist het feit, dat aan dergelijke artikelen op de veiling groote behoefte bestaat en daardoor op de veiling een geschakeerde aanvoer van allerhande producten aanwezig is, beteekent voor den op de veiling koopenden kleinhandelaar en voor den aan de veiling verbonden kweeker, een groot financieel belang. Deze producten vormen veelal het bindende element tusschen den aanvoer van rondom Amsterdam geteelde producten en de veilingkooplieden. De aantrekkelijkheid van de veiling zou bij het verdwijnen van dien aanvoer onherroepelijk verloren gaan.
Natuurlijk wordt er zooveel mogelijk naar gestreefd deze handelsproducten te vervangen door aanvoer rechtstreeks van tuindersproducten, maar gezien de vrijwel onoverwinnelijke belemmeringen van Regeeringswege zal dat voorshands vrijwel onmogelijk blijken te kunnen worden verwezenlijkt.

Punt III. Verbod van koopen en verkoopen in de veiling door personeel en beïnvloeding van de prijszetting door dat personeel, zoodat personeel als zoodanig noch direct noch indirect belang heeft bij de veilingomzetten en de veilingprijzen.

Deze aangelegenheid is feitelijk te scheiden in twee groepen, en wel
A. de groenten- en fruithandel en aardappelen.
B. de bloemen en plantenveiling.

A.GROENTENVEILING.
Het betreft hier in hoofdzaak de inzending van diverse producten als kool, wortelen, uien, andijvie, tomaten etc. door den veilingmeester Van Itterzon, welke producten niet in die mate, noch in die kwaliteiten worden aangevoerd door kweekers of zender-handelaren.
De vorige exploitanten hebben regelmatig hun veilingdebiet op peil gehouden door stelselmatig producten aan te koopen, die niet of niet voldoende op de veiling worden aangebracht.
Sinds de exploitatie door onze Vennootschap wordt gevoerd, is met dit systeem van eigen handel gebroken en dit overgelaten aan de vrije inzenders. De kern van deze pagina betreft de bedrijfsvoering van een veilinginstelling. Er worden drie belangrijke punten besproken:
1. Economisch Belang van Tussenhandel: De auteur betoogt dat het toelaten van handelaren essentieel is voor de inkomsten (via veilingpercentages) en voor de aantrekkingskracht van de veiling. Zonder hun aanvoer van "externe" producten zouden kopers wegblijven, wat ook de lokale tuinders zou schaden.
2. Integriteit van Personeel: Onder "Punt III" wordt een strikt verbod beschreven voor personeel om zelf te handelen of prijzen te beïnvloeden. Dit duidt op een professionalisering om belangenverstrengeling te voorkomen.
3. Verandering in Exploitatie: Er wordt melding gemaakt van een breuk met het verleden. Waar vorige exploitanten zelf producten inkochten om de voorraad op peil te houden, laat de huidige "Vennootschap" dit over aan de vrije markt. Het document dateert vermoedelijk uit het midden van de 20e eeuw (gezien de spelling en de verwijzing naar "Regeeringswege" belemmeringen, wat kan wijzen op de periode van distributie of naoorlogse regulering). De locatie is de regio Amsterdam, gezien de referentie naar producten die "rondom Amsterdam" geteeld worden. De genoemde "veilingmeester Van Itterzon" is een specifieke historische referentie die de tekst koppelt aan een concrete instelling uit die tijd, mogelijk de Centrale Markt of een nabijgelegen groenteveiling.

Samenvatting

De kern van deze pagina betreft de bedrijfsvoering van een veilinginstelling. Er worden drie belangrijke punten besproken:
1. Economisch Belang van Tussenhandel: De auteur betoogt dat het toelaten van handelaren essentieel is voor de inkomsten (via veilingpercentages) en voor de aantrekkingskracht van de veiling. Zonder hun aanvoer van "externe" producten zouden kopers wegblijven, wat ook de lokale tuinders zou schaden.
2. Integriteit van Personeel: Onder "Punt III" wordt een strikt verbod beschreven voor personeel om zelf te handelen of prijzen te beïnvloeden. Dit duidt op een professionalisering om belangenverstrengeling te voorkomen.
3. Verandering in Exploitatie: Er wordt melding gemaakt van een breuk met het verleden. Waar vorige exploitanten zelf producten inkochten om de voorraad op peil te houden, laat de huidige "Vennootschap" dit over aan de vrije markt.

Historische Context

Het document dateert vermoedelijk uit het midden van de 20e eeuw (gezien de spelling en de verwijzing naar "Regeeringswege" belemmeringen, wat kan wijzen op de periode van distributie of naoorlogse regulering). De locatie is de regio Amsterdam, gezien de referentie naar producten die "rondom Amsterdam" geteeld worden. De genoemde "veilingmeester Van Itterzon" is een specifieke historische referentie die de tekst koppelt aan een concrete instelling uit die tijd, mogelijk de Centrale Markt of een nabijgelegen groenteveiling.

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6