Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 298
Dossier 37
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven manuscript/notitie (pagina 2).

Vermeldt gebeurtenissen uit 1926 en 1930.

Origineel

Handgeschreven manuscript/notitie (pagina 2). Vermeldt gebeurtenissen uit 1926 en 1930. Bezwaren tegen de Hal en tegen Aanvoergeld — 2

De Hal:

a. Eerst was deze partij bestemd voor uitsluitend verkoop op monster; zelfs slechts tot 9 uur v.m.; daarna zou geloof ik de consumenten binnen komen (?), of zou de hal verhuurd worden voor andere doeleinden.

b. Zoowel tuinders, groot- als kleinh. verzetten zich heftig hiertegen.

c. Toen werd die verkoop op monster niet meer verplichtend gesteld; doch de laconieke med. kwam: ja zelfs steunde de Weth. we in „De hal wordt toch gebouwd” — pakhuizen, voor gr. en steigertjes en verkooppl. voor tuinders, voor verkoop uit de hand; dezen kregen geheel hun zin; echter met de toevoeging:
„De hal wordt toch gebouwd, omdat B. en W. van oordeel zijn, dat een gelegenheid om handel te drijven op monster te eeniger tijd toch gewenscht zal worden.”
(In de marge: Toen men de groentehoek met pakhuizen gekregen had, bleef men de Hal totaal overbodig achten!)

En hiermede was het dualisme in de C.M. geschapen.
Nog in 1930 (Verg. 15 Jan. '30), was men met de handel vergaderde over de tarieven op de markt: bleek de geheele handel tegen de hal; een eenvoudig man als Dinkgreve, drukte het feit van het dualisme als volgt uit: „Hal en pieren kunnen niet naast elkaar bestaan!”
(En ik, v.d.L., laat ze naast elkaar bestaan; als men W/L laat gaan!).

Toch moet het, zei Weth. de Mir. en H. Ch.; in de toekomst moeten de pieren dan maar verlaten worden, die gebruiken we wel voor wat anders (en de natte tuinders? Waar moeten die heen?) De handel was verbaasd over het dualisme: men zei: of het een, of het ander (Waarom kreeg beide!!)
De handel zei: maak dan in de hal geen verdiepingen en kantoren; laat het een eenvoudige overdekte hal zijn, en goedkoop!

Weth. de Mir. zei: in het buitenland huren kleine gr. wel samen een pakhuis!
In 1926 werd het verlies, zonder de grond, begroot op f 240.000.- (of 260?) zonder de grond (3 1/2 mill. à 5%). Het is geworden f 275.000.-
Herhaaldelijk is toegezegd dat de handel niet extra belast zou worden op de Marktgeld. * Kern van het conflict: Het document beschrijft de spanning tussen de moderniseringsdrang van de gemeente (verkoop op monster in een centrale hal) en de praktische behoeften van de handelaren (verkoop 'uit de hand' vanaf pieren en vanuit eigen pakhuizen).
* Het "Dualisme": De auteur bekritiseert de besluitvorming waarbij zowel de Hal als de traditionele faciliteiten (pieren) behouden bleven. Volgens de handel was dit ondoelmatig en leidde het tot onnodige kosten.
* Financiële zorgen: Er wordt gewezen op de stijgende kosten en verliezen (van 240.000 naar 275.000 gulden) en de angst dat deze op de handelaren zouden worden afgewenteld via het 'marktgeld'.
* Persoonlijke observatie: De initialen "v.d.L." suggereren een auteur die dicht bij het vuur zat, mogelijk een vertegenwoordiger van een handelsvereniging of een kritisch raadslid. De toon is sceptisch tegenover de "laconieke" houding van het bestuur. De bouw van de Centrale Markthal (geopend in 1934) was een prestigieus project van de Amsterdamse wethouder Monne de Miranda. Het doel was om de versnipperde markthandel in de stad te centraliseren en te moderniseren. Veel handelaren waren echter gehecht aan de oude manier van werken en vreesden voor de hoge kosten van de nieuwe, monumentale hal. Dit document geeft een unieke inkijk in de stroeve onderhandelingen en het wantrouwen van de werkvloer tegenover de grootschalige gemeentelijke plannen in die periode. De genoemde familie Dinkgreve was een bekende naam in de Amsterdamse groentehandel. H. Ch Monne de (Wethouder)

Samenvatting

  • Kern van het conflict: Het document beschrijft de spanning tussen de moderniseringsdrang van de gemeente (verkoop op monster in een centrale hal) en de praktische behoeften van de handelaren (verkoop 'uit de hand' vanaf pieren en vanuit eigen pakhuizen).
  • Het "Dualisme": De auteur bekritiseert de besluitvorming waarbij zowel de Hal als de traditionele faciliteiten (pieren) behouden bleven. Volgens de handel was dit ondoelmatig en leidde het tot onnodige kosten.
  • Financiële zorgen: Er wordt gewezen op de stijgende kosten en verliezen (van 240.000 naar 275.000 gulden) en de angst dat deze op de handelaren zouden worden afgewenteld via het 'marktgeld'.
  • Persoonlijke observatie: De initialen "v.d.L." suggereren een auteur die dicht bij het vuur zat, mogelijk een vertegenwoordiger van een handelsvereniging of een kritisch raadslid. De toon is sceptisch tegenover de "laconieke" houding van het bestuur.

Historische Context

De bouw van de Centrale Markthal (geopend in 1934) was een prestigieus project van de Amsterdamse wethouder Monne de Miranda. Het doel was om de versnipperde markthandel in de stad te centraliseren en te moderniseren. Veel handelaren waren echter gehecht aan de oude manier van werken en vreesden voor de hoge kosten van de nieuwe, monumentale hal. Dit document geeft een unieke inkijk in de stroeve onderhandelingen en het wantrouwen van de werkvloer tegenover de grootschalige gemeentelijke plannen in die periode. De genoemde familie Dinkgreve was een bekende naam in de Amsterdamse groentehandel.

Genoemde Personen 2

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6