Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 299
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie of kladverslag.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie of kladverslag. [In rood:] Bezwaren tegen de detailveiling.
Punten

1) In hierna Rapport over aanvoergeld etc.; over gr. en bl. h. veiling.
2) Aard. handel machinaal lossen (Probeeren in te voeren; om goedkooper, concurreerder t/o handel buiten de markt om, te kunnen werken en om tenslotte tel en lossers te breken!)
3) Ook behoefte aan groote aard. pakh. voor berging op de markt?? Zijn firma's die nu nog buiten de markt pakh. hebben?

2/ Bezwaren tegen de detailveiling:
a. De importeurs, de huidige veiling exploitanten, zijn uiteraard voorstanders van grossiersveilingen. Dat is van ouds hun branche. Hun opzet was dan ook de gr. veil. in A'dam te ontw.; het koelhuis kon hier een mooie schakel in zijn. Het binden van deze groep aan A'dam in de toekomst van groot belang; de toekomst van de markt, wat de ontw. betreft, kon er wel eens mee gemoeid zijn. Ze zitten in R'dam, verdwenen uit A'dam, dat vroeger vrijwel alle zijn. uit Spanje had; ook uien, Malta-aard etc. Dat terughalen is een taak, doch noodzakelijk!
Hun 1e reactie op mijn eerste onderhoud was: de detailveiling in A'd. is een onding.

b. Uiteraard vonden de gr. het ook een onding.

c. Ik ook, of het een, of het ander. Alleen detailveiling is practisch onmog.; alleen gr. op den duur het eenig goede: "Krachtige gr. zijn noodig voor een goede en ruime voorziening; van krachtige gr. is wat te halen!"

d. Lees de opm. v. Bakker (Onderling Belang) in de Verg. over de Concept-Voorsch. op M. 25 sept. '22. Overnemen: .

e. Geef cijfers van ons en van Rosenberg over de overbezetting en omzetten per grossier.

f. de veiling zet om aan gr. h. aard. ± 2 millioen; de C.M. 12 millioen; dus veiling 1/24 = ± 4% (?).

[Marginale notitie links bij punt c/d:]
en niet goed
georganiseerd
en overbezet
gr. apparaat
is irrationeel
en leidt wel d.
tot hooge
overhead-kosten.
(wel de oorzaak
van die overexcessen)
om geringe winstmarge
doch uiteindelijk
niet de beste en ruime
voorziening en de
laagste prijs (net
als het met de consumenten). Dit document is een intern voorbereidingsstuk, waarschijnlijk geschreven door een marktmeester of een beleidsadviseur van de gemeente Amsterdam. De kern van het betoog is een pleidooi voor de groothandelsveiling (grossiersveiling) boven de detailveiling.

Enkele opvallende punten uit de analyse:
* Modernisering: In punt 2 wordt gesproken over het machinaal lossen van aardappelen om de concurrentiepositie te verbeteren en de macht van de traditionele "lossers" (het cargadoorswezen) te breken.
* Concurrentie met Rotterdam: De auteur maakt zich zorgen over de positie van Amsterdam. Importstromen (uit Spanje en Malta) zijn naar Rotterdam verschoven. Een sterke groothandelsmarkt is volgens de schrijver essentieel om deze handel terug te winnen.
* Efficiëntie: De schrijver bekritiseert de huidige structuur als "irrationeel" en "overbezet", wat leidt tot hoge overheadkosten en uiteindelijk nadelig is voor de consumentenprijs.
* Kwantificering: In punt f wordt getracht de marginale rol van de huidige veiling aan te tonen (slechts 4% van de totale omzet ten opzichte van de Centrale Markt). Het document dateert uit 1922, een cruciale periode in de ontwikkeling van de Amsterdamse voedselvoorziening. In deze jaren werd de basis gelegd voor de centralisatie van de markten. Amsterdam kampte met versnipperde markten op diverse locaties (zoals de Prinsengracht en de Westermarkt), wat logistiek inefficiënt was.

De discussie over "detailveiling" (directe verkoop aan winkeliers/consumenten) versus "groothandelsveiling" (verkoop aan tussenhandelaren) was fundamenteel voor het ontwerp van de nieuwe Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, die uiteindelijk in 1934 werden geopend. De "Bakker" waarnaar verwezen wordt, is vermoedelijk een vertegenwoordiger van de vereniging 'Onderling Belang', een belangenorganisatie voor handelaren die een belangrijke stem hadden in de marktverordeningen. De term "C.M." in het document verwijst zeer waarschijnlijk naar de Centrale Markt-organisatie in oprichting of de toenmalige centrale administratie.

Samenvatting

Dit document is een intern voorbereidingsstuk, waarschijnlijk geschreven door een marktmeester of een beleidsadviseur van de gemeente Amsterdam. De kern van het betoog is een pleidooi voor de groothandelsveiling (grossiersveiling) boven de detailveiling.

Enkele opvallende punten uit de analyse:
* Modernisering: In punt 2 wordt gesproken over het machinaal lossen van aardappelen om de concurrentiepositie te verbeteren en de macht van de traditionele "lossers" (het cargadoorswezen) te breken.
* Concurrentie met Rotterdam: De auteur maakt zich zorgen over de positie van Amsterdam. Importstromen (uit Spanje en Malta) zijn naar Rotterdam verschoven. Een sterke groothandelsmarkt is volgens de schrijver essentieel om deze handel terug te winnen.
* Efficiëntie: De schrijver bekritiseert de huidige structuur als "irrationeel" en "overbezet", wat leidt tot hoge overheadkosten en uiteindelijk nadelig is voor de consumentenprijs.
* Kwantificering: In punt f wordt getracht de marginale rol van de huidige veiling aan te tonen (slechts 4% van de totale omzet ten opzichte van de Centrale Markt).

Historische Context

Het document dateert uit 1922, een cruciale periode in de ontwikkeling van de Amsterdamse voedselvoorziening. In deze jaren werd de basis gelegd voor de centralisatie van de markten. Amsterdam kampte met versnipperde markten op diverse locaties (zoals de Prinsengracht en de Westermarkt), wat logistiek inefficiënt was.

De discussie over "detailveiling" (directe verkoop aan winkeliers/consumenten) versus "groothandelsveiling" (verkoop aan tussenhandelaren) was fundamenteel voor het ontwerp van de nieuwe Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, die uiteindelijk in 1934 werden geopend. De "Bakker" waarnaar verwezen wordt, is vermoedelijk een vertegenwoordiger van de vereniging 'Onderling Belang', een belangenorganisatie voor handelaren die een belangrijke stem hadden in de marktverordeningen. De term "C.M." in het document verwijst zeer waarschijnlijk naar de Centrale Markt-organisatie in oprichting of de toenmalige centrale administratie.

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6