Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 323
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven conceptverslag of memorandum.

Origineel

Handgeschreven conceptverslag of memorandum. II. Het is niet mogelijk (zondermeer) concreet aan te geven in welke mate op bepaalde tijdstippen de veiling den handel op de markt verstoort. De bedoelde verstoring vindt regelmatig plaats voor ~~zij markt van bepaalde producten, die op een bepaald~~ allerlei producten, die ter veiling worden verhandeld en wel voornamelijk, (voor) wanneer deze producten niet voldoende vraag bestaat, bijv. omdat de aanvoer overvloedig is. In dat geval worden ~~zij~~ deels verkocht voor den van Regeeringswege vastgestelden minimum-prijs, deels ook worden zij niet verkocht doch vernietigd. De minimum-prijsregeling geldt voor het geheele land, dus ook op de veilingen in de productie-centra, waar de grossiers koopen. ~~Alhier~~ Deze kunnen dus hun inkoopen in het voor hen gunstigste geval doen tegen den ~~vastgestelden~~ minimum-prijs, die (voor de grossiers) dan wordt verhoogd met transport-kosten, onkosten personeel en verdere bedrijfskosten, doordat de grossier, wil hij niet verliezen, op de Centrale Markt in elk geval boven den minimum-prijs moet verkoopen, nog daargelaten, dat (hem eenige) ondernemerswinst toekomt. Het is duidelijk, dat de grossiers in dergelijke gevallen onmogelijk tegen de veiling, die zondermeer voor den minimum-prijs verkoopt (alleen verhoogd met 3% heffing van de koopers) kunnen concurreeren.

Een concreet ~~voorbeeld~~ van recentere datum kan dit wellicht nog verduidelijken. ~~Onderstaand overzicht geeft aan de hoeveelheid bloemkool, die~~ van 1 tot en met 25 October (werden) ter veiling op de Centrale Markt ~~wordt~~ aangevoerd rond 168000 stuks bloemkool tegenover rond 675000 stuks voor de op de markt gevestigde grossiers. In vorenvermelde periode werden op de veiling dagelijks bloemkolen hetzij tegen den minimum-prijs verkocht, hetzij vernietigd, omdat zij ~~zelden een~~ minimum-prijs niet konden opbrengen. In totaal ~~bedroeg de prijs bedroeg~~ gold een en ander voor rond 28500 stuks.

[In de marge links onderaan:]
[14000]
200. 95
803 afv.
1079 gelukt. De tekst beschrijft een structureel probleem in de Nederlandse groentehandel van die tijd: de frictie tussen het veilingwezen en de vrije handel (grossiers). De kernpunten zijn:

  1. Marktverstoring door overschot: Bij een groot aanbod daalt de prijs tot het wettelijk vastgestelde minimum. Wanneer de vraag dan nog steeds achterblijft, wordt het product vernietigd ("doordraaien").
  2. Concurrentienadeel voor grossiers: Omdat de minimum-prijs landelijk geldt, kopen grossiers in de productiecentra in tegen dezelfde prijs als waarvoor op de Centrale Markt (de afzetmarkt) geveild wordt. De grossier heeft echter extra kosten (transport, personeel) en moet winst maken. Hierdoor kan hij op de Centrale Markt niet concurreren met de directe veilingverkoop aldaar.
  3. Casus Bloemkool: In oktober is er een concreet voorbeeld waarbij van de 168.000 aangevoerde bloemkolen op de veiling een aanzienlijk deel (ca. 28.500 stuks) ofwel tegen de minimumprijs werd verkocht ofwel werd vernietigd, wat de druk op de marktpositie van de reguliere grossiers illustreert. Dit document biedt inzicht in de werking van de Nederlandse landbouw-economie en de regulering van de afzet. De "Centrale Markt" verwijst waarschijnlijk naar de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934), waar groothandel en veiling samenkwamen. De tekst lijkt een kladversie van een rapportage aan een overheidsinstantie of een brancheorganisatie voor de handel, bedoeld om de nadelige effecten van de toenmalige prijsregelingen aan te tonen. De getallen in de marge lijken snelle berekeningen of codes voor administratieve verwerking.

Samenvatting

De tekst beschrijft een structureel probleem in de Nederlandse groentehandel van die tijd: de frictie tussen het veilingwezen en de vrije handel (grossiers). De kernpunten zijn:

  1. Marktverstoring door overschot: Bij een groot aanbod daalt de prijs tot het wettelijk vastgestelde minimum. Wanneer de vraag dan nog steeds achterblijft, wordt het product vernietigd ("doordraaien").
  2. Concurrentienadeel voor grossiers: Omdat de minimum-prijs landelijk geldt, kopen grossiers in de productiecentra in tegen dezelfde prijs als waarvoor op de Centrale Markt (de afzetmarkt) geveild wordt. De grossier heeft echter extra kosten (transport, personeel) en moet winst maken. Hierdoor kan hij op de Centrale Markt niet concurreren met de directe veilingverkoop aldaar.
  3. Casus Bloemkool: In oktober is er een concreet voorbeeld waarbij van de 168.000 aangevoerde bloemkolen op de veiling een aanzienlijk deel (ca. 28.500 stuks) ofwel tegen de minimumprijs werd verkocht ofwel werd vernietigd, wat de druk op de marktpositie van de reguliere grossiers illustreert.

Historische Context

Dit document biedt inzicht in de werking van de Nederlandse landbouw-economie en de regulering van de afzet. De "Centrale Markt" verwijst waarschijnlijk naar de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934), waar groothandel en veiling samenkwamen. De tekst lijkt een kladversie van een rapportage aan een overheidsinstantie of een brancheorganisatie voor de handel, bedoeld om de nadelige effecten van de toenmalige prijsregelingen aan te tonen. De getallen in de marge lijken snelle berekeningen of codes voor administratieve verwerking.

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6