Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 335
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt verslag van een vergadering of bespreking (notulen).

Origineel

Getypt verslag van een vergadering of bespreking (notulen). - 2 -

den, die binnengekomen zijn, in een staat zijn verwerkt, waarbij een
samenvatting is gevoegd. Spreker zal gaarne van de aanwezigen eventu-
eele nadere opmerkingen hooren.

De heer Van den Burg zegt, dat hij verwacht had van den Wethou-
der iets te hooren omtrent diens opvatting over de veiling op de Cen-
trale Markt. Het lijkt hem niet de aangewezen weg om thans elkanders
rapporten te gaan critiseeren. Hij zou gaarne de conclusie van den
Wethouder vernemen.

De Wethouder antwoordt, dat daarvan nog geen sprake kan zijn. De
zaak zelve is niet zoo eenvoudig. Voordat Burgemeester en Wethouders
zich een oordeel kunnen vormen omtrent de vraag of de veiling al of
niet moet worden opgeheven, moeten zij volledig worden ingelicht. Dat
is het uitgangspunt en daarom heeft spreker de organisaties ook in de
gelegenheid gesteld, eerst schriftelijk van hun opvatting te doen blij-
ken. Nu zij van elkaars meening hebben kennis genomen, kan men toch
wel te eigener oriënteering daarover spreken. Daarna komt het moment,
dat Burgemeester en Wethouders, op grond van de verkregen inlichtingen,
en van de meening van hun adviseur, den Directeur van het Marktwezen,
hun eigen oordeel vormen en hun standpunt bepalen. Voor spreker is
het van belang, dat eerst de menschen van de praktijk hun oordeel
geven en daarna Burgemeester en Wethouders.

De heer Van den Burg zegt, dat nergens in de rapporten tot uiting
komt, dat de groothandel, die den aanvoer voor 90% in handen heeft,
gefnuikt wordt door het bestaan van de kleinhandelsveiling, die niet
aan haar doel beantwoordt. De veiling is geen producentenveiling. Zij
is niet stabiel en verstoort den handel. Door de veiling weet de han-
del niet, waar hij aan toe is. Wanneer de producten op buitenveilingen
bijvoorbeeld ineens goedkoop worden, doordat de export stil ligt, dan * Kern van het debat: Er is een conflict tussen de belangen van de groothandel en het huidige veilingmodel op de Centrale Markt. De heer Van den Burg fungeert hier als pleitbezorger voor de groothandel.
* Standpunt Van den Burg: Hij is zeer kritisch over de "kleinhandelsveiling". Volgens hem verstoort dit systeem de marktwerking voor de groothandelaars (die 90% van de aanvoer verzorgen) en zorgt het voor onzekerheid. Hij noemt de veiling instabiel en vindt dat het zijn doel voorbijstreeft.
* Standpunt Wethouder: De Wethouder stelt zich procesmatig en neutraal op. Hij weigert een overhaaste conclusie te trekken en benadrukt dat het College van B&W eerst alle feiten en adviezen (inclusief die van de Directeur van het Marktwezen) moet afwegen. Hij hecht waarde aan de inbreng van de "menschen van de praktijk".
* Bestuurlijke procedure: Het document illustreert een klassieke ambtelijke procedure waarbij externe belanghebbenden eerst hun visie schriftelijk kenbaar maken, waarna er een mondelinge toelichting volgt voordat de politieke top een definitief besluit neemt over het al dan niet opheffen van een faciliteit. Dit document heeft zeer waarschijnlijk betrekking op de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934). In de decennia na de Tweede Wereldoorlog was de structuur van de voedseldistributie in Nederland volop in beweging. Er was een voortdurende discussie over de rol van de veiling versus de directe handel en de spanning tussen groothandelaars en kleinere detailhandelaars.

De genoemde "Directeur van het Marktwezen" was een invloedrijke figuur binnen het Amsterdamse gemeentelijke apparaat die toezicht hield op de handel in de stad. De taal en de focus op de "kleinhandelsveiling" suggereren een periode waarin men zocht naar modernisering van de handelsstructuren om de efficiëntie te verhogen en de marktwerking te stabiliseren.

Samenvatting

  • Kern van het debat: Er is een conflict tussen de belangen van de groothandel en het huidige veilingmodel op de Centrale Markt. De heer Van den Burg fungeert hier als pleitbezorger voor de groothandel.
  • Standpunt Van den Burg: Hij is zeer kritisch over de "kleinhandelsveiling". Volgens hem verstoort dit systeem de marktwerking voor de groothandelaars (die 90% van de aanvoer verzorgen) en zorgt het voor onzekerheid. Hij noemt de veiling instabiel en vindt dat het zijn doel voorbijstreeft.
  • Standpunt Wethouder: De Wethouder stelt zich procesmatig en neutraal op. Hij weigert een overhaaste conclusie te trekken en benadrukt dat het College van B&W eerst alle feiten en adviezen (inclusief die van de Directeur van het Marktwezen) moet afwegen. Hij hecht waarde aan de inbreng van de "menschen van de praktijk".
  • Bestuurlijke procedure: Het document illustreert een klassieke ambtelijke procedure waarbij externe belanghebbenden eerst hun visie schriftelijk kenbaar maken, waarna er een mondelinge toelichting volgt voordat de politieke top een definitief besluit neemt over het al dan niet opheffen van een faciliteit.

Historische Context

Dit document heeft zeer waarschijnlijk betrekking op de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934). In de decennia na de Tweede Wereldoorlog was de structuur van de voedseldistributie in Nederland volop in beweging. Er was een voortdurende discussie over de rol van de veiling versus de directe handel en de spanning tussen groothandelaars en kleinere detailhandelaars.

De genoemde "Directeur van het Marktwezen" was een invloedrijke figuur binnen het Amsterdamse gemeentelijke apparaat die toezicht hield op de handel in de stad. De taal en de focus op de "kleinhandelsveiling" suggereren een periode waarin men zocht naar modernisering van de handelsstructuren om de efficiëntie te verhogen en de marktwerking te stabiliseren.

Kooplieden in dit dossier 61

Gerelateerde Documenten 6