Doorslag van een getypt officieel schrijven/waarschuwing.
Origineel
Doorslag van een getypt officieel schrijven/waarschuwing. 25 oktober 1939 (verzenddatum handgeschreven: 26/10-'39). Waarschijnlijk een gemeentelijke instantie van Amsterdam (gezien de referentie naar "kramengeld" en "Wijk 26A"). den Heer M. van Beetz, Marco Polostraat 242, Amsterdam-West. [Handgeschreven, rechtsboven:] Inr. Mr. Müller
[Getypt, midden boven:] HG.
[Getypt, linksboven:]
85/101/3 M.
1
Lett.AX
[Handgeschreven over de linkerzijde:] Verzonden 26/10-'39
[Getypt, rechts:] 25 October 1939.
[Getypt, links:]
Waarschuwing betaling
kramengeld.
[Getypt, rechts:]
den Heer M.van Beetz,
Marco Polostraat 242,
Amsterdam-West.
Wijk 26A.
[Getypt, rechtsonder:] Zaterdag 28
[Getypt, linksonder:] October a.s. Dit document is een formele waarschuwing gericht aan de heer M. van Beetz betreffende de betaling van "kramengeld" (staangeld voor een marktkoopman). Het is een uiterst kort en zakelijk schrijven, waarschijnlijk een standaard herinnering of sommatie.
De tekst onderaan ("Zaterdag 28 October a.s.") geeft de deadline aan voor de betaling. De codes aan de linkerzijde ("85/101/3 M.", "Lett.AX") en de aanduiding "Wijk 26A" zijn administratieve classificaties van de betreffende gemeentelijke dienst, vermoedelijk de marktwezen-administratie van Amsterdam. De handgeschreven aantekening "Verzonden 26/10-'39" bevestigt dat de brief de dag na de type-datum is verstuurd. De naam "Mr. Müller" rechtsboven verwijst waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaar of de persoon naar wie het dossier moet worden teruggebracht ("Inr." kan staan voor "Inrichten" of "Inleveren bij"). Het document dateert van oktober 1939. Nederland was op dat moment nog neutraal, hoewel de Tweede Wereldoorlog in de omringende landen al was uitgebroken (september 1939). De administratie van de stad Amsterdam functioneerde nog volgens de normale procedures.
De context krijgt een diepere betekenis wanneer men de geadresseerde opzoekt. Meyer van Beetz (geboren 1891) woonde inderdaad op de Marco Polostraat 242 en was van beroep marktkoopman in manufacturen. Het document illustreert de dagelijkse bureaucratische beslommeringen van een kleine zelfstandige in Amsterdam vlak voor de Duitse bezetting. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Meyer van Beetz en zijn gezin de oorlog niet hebben overleefd; hij werd in juli 1943 in Sobibor vermoord. Dit schijnbaar banale administratieve document vormt zo een klein puzzelstukje in de reconstructie van het leven van een Amsterdams gezin dat later door de Holocaust zou worden weggevaagd. M. van Beetz Marktwezen
Samenvatting
Dit document is een formele waarschuwing gericht aan de heer M. van Beetz betreffende de betaling van "kramengeld" (staangeld voor een marktkoopman). Het is een uiterst kort en zakelijk schrijven, waarschijnlijk een standaard herinnering of sommatie.
De tekst onderaan ("Zaterdag 28 October a.s.") geeft de deadline aan voor de betaling. De codes aan de linkerzijde ("85/101/3 M.", "Lett.AX") en de aanduiding "Wijk 26A" zijn administratieve classificaties van de betreffende gemeentelijke dienst, vermoedelijk de marktwezen-administratie van Amsterdam. De handgeschreven aantekening "Verzonden 26/10-'39" bevestigt dat de brief de dag na de type-datum is verstuurd. De naam "Mr. Müller" rechtsboven verwijst waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaar of de persoon naar wie het dossier moet worden teruggebracht ("Inr." kan staan voor "Inrichten" of "Inleveren bij").
Historische Context
Het document dateert van oktober 1939. Nederland was op dat moment nog neutraal, hoewel de Tweede Wereldoorlog in de omringende landen al was uitgebroken (september 1939). De administratie van de stad Amsterdam functioneerde nog volgens de normale procedures.
De context krijgt een diepere betekenis wanneer men de geadresseerde opzoekt. Meyer van Beetz (geboren 1891) woonde inderdaad op de Marco Polostraat 242 en was van beroep marktkoopman in manufacturen. Het document illustreert de dagelijkse bureaucratische beslommeringen van een kleine zelfstandige in Amsterdam vlak voor de Duitse bezetting. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Meyer van Beetz en zijn gezin de oorlog niet hebben overleefd; hij werd in juli 1943 in Sobibor vermoord. Dit schijnbaar banale administratieve document vormt zo een klein puzzelstukje in de reconstructie van het leven van een Amsterdams gezin dat later door de Holocaust zou worden weggevaagd.