Brief/Verzoekschrift
Origineel
Brief/Verzoekschrift 30 augustus 1939 [Stempel/Kenmerk linksboven:] Nº 86/30/M. 1939 27/8
[Aantekening rechtsboven in potlood:] in map
A'dam 30/8 '39.
Weled. Heer Directeur.
Ondergetekende, die een
vergunning heeft voor een
standplaats achter het Rijks-
museum, deelt U bij deze me-
de, dat hij wegens de mobi-
lisatie in Mil. Dienst is.
Hij verzoekt U hierbij hem
in aanmerking te doen komen
voor het niet behoeven te beta-
len van het standplaatsgeld
en tevens of U zijn stand-
plaats wilt aanhouden tot hij
weer in het burgerleven is
teruggekeerd.
Zijn vergunning is inge-
gaan den 17/12 '34 en is genum-
merd: 5/762 '34
39/294/'34.
Hij vertrouwt derhalve Het document is een formeel verzoek van een Amsterdamse standplaatshouder (mogelijk een marktkramer of kiosk-eigenaar) die een plek bemande achter het Rijksmuseum (het huidige Museumplein). De toon is zakelijk en respectvol.
De kern van het verzoek is tweeledig:
1. Vrijstelling van betaling: Vanwege zijn oproep voor militaire dienst kan hij geen inkomen genereren op zijn standplaats en verzoekt hij om ontheffing van de standplaatsgelden.
2. Behoud van de vergunning: Hij vraagt de directie om zijn plek voor hem gereserveerd te houden tot na zijn diensttijd, zodat hij zijn nering weer kan oppakken na zijn terugkeer in het burgerleven.
Ter verificatie van zijn recht op de standplaats voert hij zijn vergunningsgegevens uit december 1934 op. De brief breekt onderaan de pagina af na de woorden "Hij vertrouwt derhalve", wat suggereert dat er een tweede blad was of dat de slotformule en ondertekening direct volgden. Dit document is historisch zeer relevant vanwege de datum: 30 augustus 1939. Dit is exact twee dagen na de afkondiging van de algemene mobilisatie in Nederland (28 augustus) en twee dagen vóór de Duitse inval in Polen (1 september), het begin van de Tweede Wereldoorlog.
De brief illustreert de directe sociaaleconomische gevolgen van de mobilisatie voor kleine zelfstandigen. Tienduizenden mannen moesten plotseling hun werkzaamheden staken om het vaderland te dienen, wat leidde tot acute financiële onzekerheid voor hun gezinnen en hun bedrijven. De overheid kreeg in deze periode veelvuldig te maken met dergelijke verzoeken om coulance met betrekking tot pacht, huur en leges. De locatie "achter het Rijksmuseum" was destijds een plek waar diverse handelaren stonden, vaak gericht op de vele bezoekers van het museum en de omliggende wijken.
Samenvatting
Het document is een formeel verzoek van een Amsterdamse standplaatshouder (mogelijk een marktkramer of kiosk-eigenaar) die een plek bemande achter het Rijksmuseum (het huidige Museumplein). De toon is zakelijk en respectvol.
De kern van het verzoek is tweeledig:
1. Vrijstelling van betaling: Vanwege zijn oproep voor militaire dienst kan hij geen inkomen genereren op zijn standplaats en verzoekt hij om ontheffing van de standplaatsgelden.
2. Behoud van de vergunning: Hij vraagt de directie om zijn plek voor hem gereserveerd te houden tot na zijn diensttijd, zodat hij zijn nering weer kan oppakken na zijn terugkeer in het burgerleven.
Ter verificatie van zijn recht op de standplaats voert hij zijn vergunningsgegevens uit december 1934 op. De brief breekt onderaan de pagina af na de woorden "Hij vertrouwt derhalve", wat suggereert dat er een tweede blad was of dat de slotformule en ondertekening direct volgden.
Historische Context
Dit document is historisch zeer relevant vanwege de datum: 30 augustus 1939. Dit is exact twee dagen na de afkondiging van de algemene mobilisatie in Nederland (28 augustus) en twee dagen vóór de Duitse inval in Polen (1 september), het begin van de Tweede Wereldoorlog.
De brief illustreert de directe sociaaleconomische gevolgen van de mobilisatie voor kleine zelfstandigen. Tienduizenden mannen moesten plotseling hun werkzaamheden staken om het vaderland te dienen, wat leidde tot acute financiële onzekerheid voor hun gezinnen en hun bedrijven. De overheid kreeg in deze periode veelvuldig te maken met dergelijke verzoeken om coulance met betrekking tot pacht, huur en leges. De locatie "achter het Rijksmuseum" was destijds een plek waar diverse handelaren stonden, vaak gericht op de vele bezoekers van het museum en de omliggende wijken.