Archiefdocument
Origineel
7 december 1939. De Directeur (van de betreffende gemeentelijke marktdienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven:] afwachten 16/12/39
[Handgeschreven:] Mr. Müller
VP/HG.
90/4/6 M.
7 December 1939.
Kantoortje voor markt-
ambtenaar Mosplein.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat sedert
geruimen tijd de noodzaak is gebleken, om voor het marktperso-
neel, dat des Zaterdags dienst doet op de weekmarkt Mosplein,
te kunnen beschikken over een kantoortje. Daartoe kan dienen
het kantoortje van den portier van het sportterrein aan het
Mosplein. De Gemeentelijke Inspecteur voor Lichamelijke Op-
voeding heeft geen bezwaar, dat mijn dienst het bedoelde
kantoortje mede-gebruikt, doch hij vraagt, voor elken Zater-
dag, dat gebruik wordt gemaakt, een vergoeding van ƒ 1,50.
In aanmerking nemende, dat de markt tot 10 uur des
avonds duurt, zoodat ten behoeve daarvan in de wintermaanden
extra verlichting en verwarming van het kantoortje noodig is,
lijkt mij dit met ƒ 0,50 per keer, over een heel jaar gerekend,
(des zomers is uiteraard noch verwarming noch verlichting
noodig), voldoende betaald. Ik geef U mitsdien beleefd in
overweging er bij Uw Ambtgenoot voor het Onderwijs op aan te
dringen, dat hij goedvindt, dat vorenbedoeld kantoortje door
mijn dienst des Zaterdags wordt mede-gebruikt tegen een ver-
goeding van 52 x ƒ 0,50 = ƒ 26,- per jaar.
De Directeur, Deze brief illustreert een typisch ambtelijk overleg over facilitaire middelen binnen de gemeente Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:
- Huisvestingsbehoefte: Er is een kantoortje nodig voor marktpersoneel dat op zaterdag op de markt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord) werkt.
- Interdepartementale samenwerking: Men heeft het oog laten vallen op het portiersverblijf van een nabijgelegen sportterrein. De Inspecteur voor Lichamelijke Opvoeding stemt in met medegebruik, maar vraagt een vergoeding.
- Financiële onderhandeling: De gevraagde ƒ 1,50 per zaterdag wordt door de directeur van de marktdienst te hoog gevonden. Hij voert een argument aan op basis van jaargemiddelden: omdat er in de zomer geen stook- of verlichtingskosten zijn, acht hij een bedrag van ƒ 0,50 per keer (ƒ 26,- per jaar) billijk.
- Politieke escalatie: De directeur verzoekt de wethouder om op politiek niveau te bemiddelen bij zijn collega-wethouder van Onderwijs (waaronder sport en lichamelijke opvoeding destijds vaak vielen) om dit lagere tarief af te dwingen. Het document dateert van december 1939. Nederland was op dat moment gemobiliseerd vanwege de oorlogsdreiging in Europa, maar nog niet bezet. Het Mosplein in Amsterdam-Noord was (en is) een belangrijk knooppunt. De markt aldaar was essentieel voor de voedselvoorziening van de lokale bevolking.
Interessant is de precieze berekening van de kosten: in een tijd van economische krapte en dreigende schaarste werd er op de cent ("een halve gulden") onderhandeld tussen verschillende gemeentelijke diensten. De handgeschreven aantekening "Mr. Müller" verwijst vermoedelijk naar de toenmalige Amsterdamse wethouder K. Müller. De notitie "afwachten 16/12/39" duidt op een administratieve termijn voor een reactie of opvolging.