Archief 745
Inventaris 745-302
Pagina 292
Dossier 93
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie / advies.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie / advies. [Links boven:]
No 90/36/1 M 1939 11/7

Westerstraat
[onderstreept]

[Rechts boven:]
Den Heer Inspecteur
v/h marktwezen
alhier.

[Midden:]
In verband met het verzoek van soll: no 312
J. v. d. Wetering diene het volgende.
Het verzoek dat soll: Dessaur tijdelijk voor
Wetering zou mogen uitpakken heeft hier m.i. geen zin.
Dessaur komt gereed voor een losplaats in aan-
merking, hij kan dan eventueel de handel van Wetering
op zijn stal uitpakken.
Het lijkt mij ongewenscht Dessaur van een
tweede plaats gebruik te laten maken.

16 Juli 1939.
[Handtekening, mogelijk: Lavenhoff]

[Aantekening linksonder, schuin:]
Wstr.
uitstel van
plaats bezett.

[Aantekening rechtsonder in kleurpotlood:]
oproepen
thv
p 9/8 '39 2/8 39 Het document is een interne ambtelijke correspondentie gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen. De kern van de zaak is een verzoek van sollicitant J. v. d. Wetering om een zekere heer Dessaur tijdelijk voor hem te laten "uitpakken" (zijn handel te laten drijven op zijn toegewezen marktplaats) in de Westerstraat.

De opsteller van het stuk adviseert negatief op dit specifieke verzoek. De argumentatie is tweeledig:
1. Efficiëntie: Dessaur komt zelf in aanmerking voor een 'losplaats'. Hij zou de handel van Wetering daar eventueel bij kunnen nemen, in plaats van op de plek van Wetering te staan.
2. Regelgeving/Beleid: De ambtenaar vindt het "ongewenscht" dat één persoon (Dessaur) op deze manier gebruikmaakt van een tweede marktplaats. Dit duidt op een streng beleid om monopolievorming of onduidelijkheid over vergunninghouders te voorkomen.

De krabbel linksonder ("Wstr. uitstel van plaats bezett.") suggereert dat er als gevolg van deze besluitvorming uitstel is verleend voor het daadwerkelijk in gebruik nemen van de betreffende staanplaats in de Westerstraat. Dit document stamt uit juli 1939, een periode waarin de Amsterdamse markten streng gereguleerd werden door de gemeente. De Westerstraatmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. Voor kooplieden was het verkrijgen en behouden van een vaste plek cruciaal voor hun levensonderhoud.

Hoewel het document op het eerste gezicht een louter administratieve kwestie lijkt, is de naam "Dessaur" in combinatie met de datum (vlak voor de Tweede Wereldoorlog) saillant. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de markthandel. In de jaren direct na deze notitie (1940-1941) zouden de bureaucratische systemen van het Marktwezen door de bezetter worden misbruikt om Joodse handelaren eerst te isoleren op specifieke "Joodse markten" en hen later volledig uit het economische leven te weren. In 1939 is hier echter nog sprake van de reguliere, vooroorlogse marktadministratie.

Samenvatting

Het document is een interne ambtelijke correspondentie gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen. De kern van de zaak is een verzoek van sollicitant J. v. d. Wetering om een zekere heer Dessaur tijdelijk voor hem te laten "uitpakken" (zijn handel te laten drijven op zijn toegewezen marktplaats) in de Westerstraat.

De opsteller van het stuk adviseert negatief op dit specifieke verzoek. De argumentatie is tweeledig:
1. Efficiëntie: Dessaur komt zelf in aanmerking voor een 'losplaats'. Hij zou de handel van Wetering daar eventueel bij kunnen nemen, in plaats van op de plek van Wetering te staan.
2. Regelgeving/Beleid: De ambtenaar vindt het "ongewenscht" dat één persoon (Dessaur) op deze manier gebruikmaakt van een tweede marktplaats. Dit duidt op een streng beleid om monopolievorming of onduidelijkheid over vergunninghouders te voorkomen.

De krabbel linksonder ("Wstr. uitstel van plaats bezett.") suggereert dat er als gevolg van deze besluitvorming uitstel is verleend voor het daadwerkelijk in gebruik nemen van de betreffende staanplaats in de Westerstraat.

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1939, een periode waarin de Amsterdamse markten streng gereguleerd werden door de gemeente. De Westerstraatmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. Voor kooplieden was het verkrijgen en behouden van een vaste plek cruciaal voor hun levensonderhoud.

Hoewel het document op het eerste gezicht een louter administratieve kwestie lijkt, is de naam "Dessaur" in combinatie met de datum (vlak voor de Tweede Wereldoorlog) saillant. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de markthandel. In de jaren direct na deze notitie (1940-1941) zouden de bureaucratische systemen van het Marktwezen door de bezetter worden misbruikt om Joodse handelaren eerst te isoleren op specifieke "Joodse markten" en hen later volledig uit het economische leven te weren. In 1939 is hier echter nog sprake van de reguliere, vooroorlogse marktadministratie.

Locaties

Waarschijnlijk Amsterdam (gezien de verwijzing naar de Westerstraat en de aard van het archiefstuk).

Kooplieden in dit dossier 100

A. Hoelen Uilenburg 29 Augs 39
A.J.J. Piël Waterlooplein 29 Augs 39
A.J. Meeuwissen Waterlooplein idem
A. Lopes Dias Waterlooplein "
A. Stoller Uilenburg 29.8.1939 27/8
A. Stoller Waterlooplein
A.v.Kleef Waterlooplein
A.v.Kleef Waterlooplein
A.v.Kleef Waterlooplein
A.v.Kleef Waterlooplein
A.W.M. Letschert Uilenburg idem
S. Speyer Waterlooplein
S. Speyer Waterlooplein
S. Speyer Waterlooplein
S. Speyer Waterlooplein
B. Stad Waterlooplein 25.8.1939 20/8-39
Chr.H.Schipper *$X // $* Waterlooplein 29-8-’39
J. Touw Waterlooplein 25-8-’39
C.P. Droogendijk meerdere 11-4-’39
C.Rozeboom Zwanenburgwal
B. de Beer Waterlooplein
B. de Beer Waterlooplein
B. de Beer Waterlooplein
B. de Beer Waterlooplein
D. Bruin Waterlooplein
D. Bruin Waterlooplein
D. Bruin Waterlooplein
D. Bruin Waterlooplein
D.M. de Groot Waterlooplein
D.M. de Groot Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6