Archief 745
Inventaris 745-302
Pagina 376
Dossier 90
Jaar 1939
Stadsarchief

Officiële brief / Correspondentie.

19 oktober 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam).

Origineel

Officiële brief / Correspondentie. 19 oktober 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven, rechtsboven:] 2 ex. Mr. de Boer.
[Getypt, midden boven:] KN. [Handgeschreven:] extra.
[Getypt, linksboven:] 90/49/2 M.

19 October 1939.

den Heer H.Winnik,
Muiderstraat 23,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 14 September jl. verleen ik U hierbij tot wederopzegging toestemming om zich op Uw plaats op de markt Mosplein in plaats van door D.Thonhauser, te laten bijstaan - niet vervangen - door H.Ender. Deze mag des Zaterdags tevens Uw goederen op de voornoemde markt voor U uitstallen - niet verkoopen - , terwijl U dan zelf iets later op de markt kunt komen. Het verzoek, gedaan met Uw briefkaart d.d. 9 dezer, dat Ender ook tijdens Uw afwezigheid mag verkoopen, kan niet voor inwilliging in aanmerking komen.

De Directeur, Deze brief is een formeel besluit over de exploitatie van een marktplaats. De kern van de zaak is het onderscheid tussen 'bijstaan' en 'vervangen'. De gemeente Amsterdam hanteerde in deze periode zeer strikte regels voor marktvergunningen: deze waren strikt persoonsgebonden.

De heer Winnik krijgt toestemming om een nieuwe assistent (H. Ender) aan te stellen, maar de directeur benadrukt dat dit geen vervanging is. De restrictie voor de zaterdagen is opvallend: Ender mag de kraam wel inrichten ("uitstallen"), zodat Winnik later kan arriveren, maar hij mag de eigenlijke handel niet overnemen. Het verzoek om de assistent tijdens afwezigheid te laten verkopen wordt dan ook expliciet afgewezen. Dit duidt op een bureaucratisch systeem dat de controle over wie er op de markt staat nauwgezet handhaaft. De brief dateert van oktober 1939. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog in de omringende landen al begonnen. De geadresseerde, de heer Winnik, woonde in de Muiderstraat 23, in het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. De markt op het Mosplein lag aan de andere kant van de stad, in Amsterdam-Noord.

Veel Joodse Amsterdammers waren in deze periode afhankelijk van de handel op markten. De strikte regelgeving die uit deze brief spreekt, zou na de Duitse inval in mei 1940 en de daaropvolgende anti-Joodse maatregelen nog vele malen grimmiger worden, waarbij Joodse marktkooplieden uiteindelijk volledig van de reguliere markten zouden worden verbannen. In 1939 zien we hier echter nog de reguliere, strenge Amsterdamse marktverordening in werking.

Samenvatting

Deze brief is een formeel besluit over de exploitatie van een marktplaats. De kern van de zaak is het onderscheid tussen 'bijstaan' en 'vervangen'. De gemeente Amsterdam hanteerde in deze periode zeer strikte regels voor marktvergunningen: deze waren strikt persoonsgebonden.

De heer Winnik krijgt toestemming om een nieuwe assistent (H. Ender) aan te stellen, maar de directeur benadrukt dat dit geen vervanging is. De restrictie voor de zaterdagen is opvallend: Ender mag de kraam wel inrichten ("uitstallen"), zodat Winnik later kan arriveren, maar hij mag de eigenlijke handel niet overnemen. Het verzoek om de assistent tijdens afwezigheid te laten verkopen wordt dan ook expliciet afgewezen. Dit duidt op een bureaucratisch systeem dat de controle over wie er op de markt staat nauwgezet handhaaft.

Historische Context

De brief dateert van oktober 1939. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog in de omringende landen al begonnen. De geadresseerde, de heer Winnik, woonde in de Muiderstraat 23, in het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. De markt op het Mosplein lag aan de andere kant van de stad, in Amsterdam-Noord.

Veel Joodse Amsterdammers waren in deze periode afhankelijk van de handel op markten. De strikte regelgeving die uit deze brief spreekt, zou na de Duitse inval in mei 1940 en de daaropvolgende anti-Joodse maatregelen nog vele malen grimmiger worden, waarbij Joodse marktkooplieden uiteindelijk volledig van de reguliere markten zouden worden verbannen. In 1939 zien we hier echter nog de reguliere, strenge Amsterdamse marktverordening in werking.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Hoelen Uilenburg 29 Augs 39
A.J.J. Piël Waterlooplein 29 Augs 39
A.J. Meeuwissen Waterlooplein idem
A. Lopes Dias Waterlooplein "
A. Stoller Uilenburg 29.8.1939 27/8
A. Stoller Waterlooplein
A.v.Kleef Waterlooplein
A.v.Kleef Waterlooplein
A.v.Kleef Waterlooplein
A.v.Kleef Waterlooplein
A.W.M. Letschert Uilenburg idem
S. Speyer Waterlooplein
S. Speyer Waterlooplein
S. Speyer Waterlooplein
S. Speyer Waterlooplein
B. Stad Waterlooplein 25.8.1939 20/8-39
Chr.H.Schipper *$X // $* Waterlooplein 29-8-’39
J. Touw Waterlooplein 25-8-’39
C.P. Droogendijk meerdere 11-4-’39
C.Rozeboom Zwanenburgwal
B. de Beer Waterlooplein
B. de Beer Waterlooplein
B. de Beer Waterlooplein
B. de Beer Waterlooplein
D. Bruin Waterlooplein
D. Bruin Waterlooplein
D. Bruin Waterlooplein
D. Bruin Waterlooplein
D.M. de Groot Waterlooplein
D.M. de Groot Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6