Handgeschreven ambtelijk advies/memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk advies/memo. Advies op brief
№ 90/65/1m.
Den Heer Inspecteur.
In verband met deze aanvraag
van M Drukker, st № 20 Mosplein om, zoolang
zijn zoon in mil. dienst toe te staan dat zijn
dochter Mej. G. Drukker geb: 22 Sept 1911
op het Mosplein te assisteeren is m.i.
geen bezwaar.
A’dam 20/11 29 [handtekening, mogelijk: M. Bary] Het document is een kort, formeel advies gericht aan een inspecteur (waarschijnlijk van de politie of de marktwezen-autoriteit in Amsterdam). De schrijver reageert op een verzoek van een heer M. Drukker, die een standplaats (st № 20) heeft op het Mosplein in Amsterdam-Noord.
De essentie van het verzoek is dat Drukker toestemming vraagt voor zijn dochter, Mej. G. Drukker (op dat moment 18 jaar oud), om hem te helpen bij zijn werkzaamheden op de markt. De noodzaak hiervoor is ontstaan omdat zijn zoon momenteel zijn militaire dienstplicht vervult en dus niet beschikbaar is om te helpen. De opsteller van dit briefje geeft een positief advies ("is mijns inziens geen bezwaar"). * Locatie: Het Mosplein is een bekend plein in Amsterdam-Noord waar sinds de jaren '20 een markt wordt gehouden.
* Tijdsbeeld: November 1929. Dit is vlak na de beurskrach van oktober 1929; de economische crisis begint voelbaar te worden. Voor kleine zelfstandigen zoals markthandelaren was familiehulp essentieel om het bedrijf draaiende te houden.
* Militaire Dienst: De dienstplicht was in deze periode algemeen voor jonge mannen in Nederland. Het wegvallen van een volwassen zoon voor een periode van 5,5 tot 15 maanden (afhankelijk van het legeronderdeel) vormde vaak een zware belasting voor familiebedrijven.
* Regelgeving: Voor het werken op een marktstandplaats door personen anders dan de vergunninghouder was in die tijd expliciete toestemming nodig van de gemeente of de marktmeester. Dit document is een voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van dergelijke verzoeken.
Samenvatting
Het document is een kort, formeel advies gericht aan een inspecteur (waarschijnlijk van de politie of de marktwezen-autoriteit in Amsterdam). De schrijver reageert op een verzoek van een heer M. Drukker, die een standplaats (st № 20) heeft op het Mosplein in Amsterdam-Noord.
De essentie van het verzoek is dat Drukker toestemming vraagt voor zijn dochter, Mej. G. Drukker (op dat moment 18 jaar oud), om hem te helpen bij zijn werkzaamheden op de markt. De noodzaak hiervoor is ontstaan omdat zijn zoon momenteel zijn militaire dienstplicht vervult en dus niet beschikbaar is om te helpen. De opsteller van dit briefje geeft een positief advies ("is mijns inziens geen bezwaar").
Historische Context
- Locatie: Het Mosplein is een bekend plein in Amsterdam-Noord waar sinds de jaren '20 een markt wordt gehouden.
- Tijdsbeeld: November 1929. Dit is vlak na de beurskrach van oktober 1929; de economische crisis begint voelbaar te worden. Voor kleine zelfstandigen zoals markthandelaren was familiehulp essentieel om het bedrijf draaiende te houden.
- Militaire Dienst: De dienstplicht was in deze periode algemeen voor jonge mannen in Nederland. Het wegvallen van een volwassen zoon voor een periode van 5,5 tot 15 maanden (afhankelijk van het legeronderdeel) vormde vaak een zware belasting voor familiebedrijven.
- Regelgeving: Voor het werken op een marktstandplaats door personen anders dan de vergunninghouder was in die tijd expliciete toestemming nodig van de gemeente of de marktmeester. Dit document is een voorbeeld van de bureaucratische afhandeling van dergelijke verzoeken.