Archief 745
Inventaris 745-310
Pagina 103
Dossier 15
Jaar 1940
Stadsarchief

Brief/rapportage (pagina 2).

24 januari [19]40.

Origineel

Brief/rapportage (pagina 2). 24 januari [19]40. 2 24 Januari x 40
8A/25/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,

II. Het in 1939 vernieuwde contract met de Neder-
landsche Spoorwegen inzake de spoorwegverbinding met de
Westergasfabriek en de Centrale Markt, waardoor een besparing
van rond ƒ 7.000,- 's jaars voor de Gemeente is verkregen.

III. Het in 1939 afgesloten contract met de N.V.
Service tot oprichting van een benzine-service-station op de
Centrale Markt. Inkomsten ƒ 1.400,- 's jaars; voorloopig, in
verband met de toegestane beperkte uitvoering, ƒ 800,- 's
jaars.

IV. Invoering in 1939 van het systeem van berging
in onverhuurde pakhuizen op de Centrale Markt (Besluit van
Burgemeester en Wethouders d.d. 7 April 1939 no. 97 L.M.1939).
Opbrengst: verhuur van 4 à 5, momenteel zelfs 9 pakhuizen à
ƒ 10,- per week, naar schatting rond ƒ 2.000,- 's jaars.

V. Verhooging opbrengst marktgelden (dag- en week-
markten). Door uitbreiding van markten en uitbreiding der
electrische verlichting op de markten Albert Cuypstraat en
Ten Katestraat. Meeropbrengst ± 10 à ƒ 15.000,- 's jaars (zie
bijlage no. III).

VI. Invoering in 1938 van het zoogenaamde kranen-
geld op de dag- en weekmarkten, opbrengst rond ƒ 8.000,-
's jaars (zie bijlage no. III).

VII. Uitbreiding van het aantal vaste standplaat-
sen buiten de markten van rond 400 op rond 650. Meeropbrengst
rond ƒ 5000,- 's jaars (zie bijlage no. III).

Voor de goede orde merk ik hierbij nog op, dat
hierboven slechts die onderwerpen werden genoemd, waarvan
vast staat, dat zij direct financieel voordeel opleveren.
Andere onderwerpen en voordelen van kleineren omvang werden
niet besproken; uiteraard in dit verband evenmin onderwerpen
die tot inkomstenvermindering – door welke oorzaak ook – heb-
ben geleid.

Ten slotte deelde ik U bij bovenbedoelde bespreking
nog mede, dat ik van meening ben, dat te eeniger tijd de in-
komsten uit markt- en standplaatsgeld niet onbelangrijk kunnen
worden verhoogd. Met name het standplaatsgeld en het tarief * Financieel overzicht: De tekst somt zeven punten op (hier genummerd II t/m VII) die hebben geleid tot kostenbesparingen of inkomstenverhogingen voor de gemeente Amsterdam.
* Logistiek en Infrastructuur: Er wordt gerefereerd aan de Centrale Markt, de Westergasfabriek en de NS-spoorverbinding. Ook de modernisering van de Albert Cuypmarkt en de Ten Katemarkt (elektrische verlichting) wordt specifiek benoemd als bron van extra inkomsten.
* Bestuurlijke toon: De schrijver hanteert een zakelijke, verantwoording-afleggende toon richting de wethouder, waarbij hij benadrukt dat hij alleen de direct aanwijsbare financiële successen noemt. Dit document dateert van januari 1940, vlak voor de Duitse inval in mei 1940. Het geeft een inkijkje in het Amsterdamse marktwezen en de gemeentelijke inspanningen om de efficiëntie en inkomsten te vergroten aan de vooravond van de oorlog. De focus op de 'Wethouder voor de Levensmiddelen' is typerend voor de periode van mobilisatie, waarin de voedselvoorziening en de Centrale Markt van cruciaal strategisch belang waren. Interessant is de vermelding van 'kranengeld', een vergoeding die marktkooplieden betaalden voor het gebruik van water- of elektriciteitsaansluitingen.

Samenvatting

  • Financieel overzicht: De tekst somt zeven punten op (hier genummerd II t/m VII) die hebben geleid tot kostenbesparingen of inkomstenverhogingen voor de gemeente Amsterdam.
  • Logistiek en Infrastructuur: Er wordt gerefereerd aan de Centrale Markt, de Westergasfabriek en de NS-spoorverbinding. Ook de modernisering van de Albert Cuypmarkt en de Ten Katemarkt (elektrische verlichting) wordt specifiek benoemd als bron van extra inkomsten.
  • Bestuurlijke toon: De schrijver hanteert een zakelijke, verantwoording-afleggende toon richting de wethouder, waarbij hij benadrukt dat hij alleen de direct aanwijsbare financiële successen noemt.

Historische Context

Dit document dateert van januari 1940, vlak voor de Duitse inval in mei 1940. Het geeft een inkijkje in het Amsterdamse marktwezen en de gemeentelijke inspanningen om de efficiëntie en inkomsten te vergroten aan de vooravond van de oorlog. De focus op de 'Wethouder voor de Levensmiddelen' is typerend voor de periode van mobilisatie, waarin de voedselvoorziening en de Centrale Markt van cruciaal strategisch belang waren. Interessant is de vermelding van 'kranengeld', een vergoeding die marktkooplieden betaalden voor het gebruik van water- of elektriciteitsaansluitingen.

Kooplieden in dit dossier 100

A.W. Rijvordt Waterlooplein
A.W. Rijvordt Waterlooplein
Besparing te stellen op Waterlooplein
Besparing te stellen op Waterlooplein
B.F. Peyra Waterlooplein
B.F. Peyra Waterlooplein
C. Bakker 1 Jan. 1940
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein
C.F. Sixma Waterlooplein
C.F. Sixma Waterlooplein
C. Hoevers Waterlooplein
C.J. van Moerkerken Waterlooplein
C.J. van Moerkerken Waterlooplein
C.J.L. Lak Waterlooplein
C.J.L. Lak Waterlooplein
C.Müller Waterlooplein
C.Müller Waterlooplein
C. Paats Waterlooplein
C. Paats Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein
D.H.V. Schiermeier Waterlooplein
D.H.V. Schiermeier Waterlooplein
Dr. A.v.d. Laan Waterlooplein
Dr. A.v.d. Laan Waterlooplein
E.J. Stegeman Waterlooplein
F.A. Uitvlugt Waterlooplein
F.A. Uitvlugt Waterlooplein
F. de Vries Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6