Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 3
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

No 20-13-1 M1940.

Den Heer Inspecteur
th Marktwezen
Alhier.

Wat het verzoek van C Lodewijk betreft diene het volgende.
Lodewijk heeft n.m. vaste plaatsen op de markten
Westerstraat, Noordermarkt en Lindengracht.
Het z.g.n. piepen van kastanjes is een bedrijf dat zeer
hinderlijk kan zijn, vooral wanneer dit geschiedt op
een markt waar de kramen aaneengesloten staan,
zooals b.v. op de Westerstraat en Lindengracht.
Wat nu de Noordermarkt betreft, men heeft daar
buiten de aaneengesloten rijen dikwijls tamelijk
open plaatsen waar voor een enkele maal de ge-
legenheid zich wel eens voordoet om dit bedrijf uit
te oefenen. Mij lijkt het toch, gezien de overlast die
anderen kooplieden hiervan ondervinden niet ge-
wenscht Lodewijk hier een speciale vergunning
voor te verleenen. Ter toelichting kan nog dienen
dat het z.g.n. kastanjepiepen meestal gebeurt door
kooplieden die van straat tot straat hun handel kwijt
trachten te raken. Door mij is een zekere koopman
Park genaamd, meermalen uit de omgeving van andere
kooplieden verwijderd, daar het verspreiden van rook uit
zijn kachel afkomstig zeer hinderlijk voor de omgeving was.
Ik adviseer U dan ook met klem, de gevraagde vergunning
niet toe te staan.

7 Maart 1940. [Ondertekening, mogelijk Haenoff of Houwoff] * Inhoud: De schrijver van de brief (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder) adviseert de Inspecteur van het Marktwezen negatief over een aanvraag van C. Lodewijk. Lodewijk wil kastanjes poffen ("piepen") op zijn vaste standplaatsen.
* Argumentatie: De voornaamste reden voor het negatieve advies is de rookoverlast. Omdat de marktkramen op de Westerstraat en Lindengracht dicht op elkaar staan, wordt de rook als te hinderlijk beschouwd voor andere kooplieden en het publiek. Zelfs voor de ruimere Noordermarkt wordt het afgeraden om geen precedent te scheppen.
* Precedent: De schrijver refereert aan een eerdere casus met een koopman genaamd Park, die vanwege soortgelijke rookoverlast moest worden verwijderd. Hieruit blijkt dat "kastanjepiepers" destijds vooral als ambulante handelaren werden gezien en niet als vaste standplaatshouders.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in een zakelijke, ambtelijke stijl die kenmerkend is voor de vooroorlogse bureaucreatie ("diene het volgende", "niet gewenscht"). * Tijdsgeest: De brief is gedateerd op 7 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het document toont de continuïteit van de dagelijkse ambtelijke orde in Amsterdam aan de vooravond van de oorlog.
* Marktcultuur: De drie genoemde markten (Westerstraat, Noordermarkt en Lindengracht) vormen het hart van de Jordaanse marktcultuur. Het poffen van kastanjes op een kacheltje was een typische winterse activiteit, maar werd door de marktautoriteiten blijkbaar streng gereguleerd vanwege de brandveiligheid en algemene hinder (rook).
* Terminologie: De term "kastanjepiepen" is een specifiek jargon of volksnaam voor het roosteren van kastanjes, waarbij het geluid dat de kastanjes maken bij het verhitten (het ontsnappen van stoom) wordt omschreven als 'piepen'.

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver van de brief (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder) adviseert de Inspecteur van het Marktwezen negatief over een aanvraag van C. Lodewijk. Lodewijk wil kastanjes poffen ("piepen") op zijn vaste standplaatsen.
  • Argumentatie: De voornaamste reden voor het negatieve advies is de rookoverlast. Omdat de marktkramen op de Westerstraat en Lindengracht dicht op elkaar staan, wordt de rook als te hinderlijk beschouwd voor andere kooplieden en het publiek. Zelfs voor de ruimere Noordermarkt wordt het afgeraden om geen precedent te scheppen.
  • Precedent: De schrijver refereert aan een eerdere casus met een koopman genaamd Park, die vanwege soortgelijke rookoverlast moest worden verwijderd. Hieruit blijkt dat "kastanjepiepers" destijds vooral als ambulante handelaren werden gezien en niet als vaste standplaatshouders.
  • Taalgebruik: Het document is opgesteld in een zakelijke, ambtelijke stijl die kenmerkend is voor de vooroorlogse bureaucreatie ("diene het volgende", "niet gewenscht").

Historische Context

  • Tijdsgeest: De brief is gedateerd op 7 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het document toont de continuïteit van de dagelijkse ambtelijke orde in Amsterdam aan de vooravond van de oorlog.
  • Marktcultuur: De drie genoemde markten (Westerstraat, Noordermarkt en Lindengracht) vormen het hart van de Jordaanse marktcultuur. Het poffen van kastanjes op een kacheltje was een typische winterse activiteit, maar werd door de marktautoriteiten blijkbaar streng gereguleerd vanwege de brandveiligheid en algemene hinder (rook).
  • Terminologie: De term "kastanjepiepen" is een specifiek jargon of volksnaam voor het roosteren van kastanjes, waarbij het geluid dat de kastanjes maken bij het verhitten (het ontsnappen van stoom) wordt omschreven als 'piepen'.

Kooplieden in dit dossier 62

A. Boersen Uilenburg — " —
A. Cuijpstr Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 89
A. Cuypstraat Waterlooplein
B. Schmiedemind Uilenburg v. Burg en Dijkema
B. Schmiedemind Uilenburg — " —
G. Burgers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg v. Burg.
G. Hillegers Uilenburg Renz en Uitvlugt
G. Hillegers Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Uitvlugt
J. J. Reenslag. Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Moerkerken en Bakker
J. Trapman Uilenburg — " —
J. v.d. Beek Uilenburg — " —
L. Scholten Uilenburg — " —
M.A.J. Roozen Uilenburg — " —
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 15 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 1 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 22 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Alle 62 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2