Typoscript (doorslag van een brief/advies) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Typoscript (doorslag van een brief/advies) met handgeschreven kanttekeningen. 12 maart 1940. De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst, zoals Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven, rechtsboven:] ten. M. de Baer. [?]
VP/HG. [Handgeschreven:] extra
20/13/2 M.
1 12 Maart 1940.
Verzoek van G.Lodewijks om
kastanjes te mogen "piepen" den Heer Wethouder
op markten. voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.
22 Februari jl. om advies ontvangen stuk No.57/8 L.M.1940
heb ik de eer U te berichten, dat het zoogenaamde "piepen"
van kastanjes, zooals de ervaring heeft geleerd, hinderlijk
is voor kooplieden, die in de omgeving van de plaats, waar
dit geschiedt, marktplaatsen bezetten.
Ik heb mitsdien de eer U te adviseeren den adres-
sant te doen berichten, dat inwilliging van zijn verzoek
ongewenscht wordt geacht, weshalve het wordt van de hand ge-
wezen.
De Directeur, * **Taalgebruik:** Het document is opgesteld in zeer formele, ambtelijke taal ("heb ik de eer U te berichten", "mitsdien", "weshalve"). Dit is kenmerkend voor de Nederlandse bureaucratie in de eerste helft van de 20e eeuw.
- Terminologie: Het "piepen" van kastanjes verwijst naar het poffen of roosteren ervan. Bij dit proces kunnen de kastanjes een sissend of piepend geluid maken wanneer de stoom ontsnapt, of ze kunnen luidruchtig uit elkaar spatten als de schil niet is ingekerfd.
- Kern van het advies: De directeur adviseert de wethouder negatief op het verzoek van de heer Lodewijks. De reden hiervoor is louter praktisch: het proces van kastanjes poffen wordt als hinderlijk beschouwd voor de omliggende marktkooplieden. De aard van de hinder (rook, geur of geluid) wordt niet nader gespecificeerd, maar als een bekend ervaringsfeit gepresenteerd. Dit document dateert van maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De functie "Wethouder voor de Levensmiddelen" wijst op een gemeentelijke organisatie die zich bezighield met de distributie en verkoop van voedsel, wat in tijden van oorlogsdreiging en de daarmee gepaard gaande schaarste extra belangrijk was.
Het document illustreert hoe strikt het beheer van de openbare ruimte en de marktplaatsen was. Zelfs voor een relatief kleine activiteit als het verkopen van gepofte kastanjes was officiële toestemming nodig, waarbij de belangen van de gevestigde marktkooplieden zwaar meegewogen werden tegenover nieuwe aanvragers. Het toont de bureaucratische afhandeling van burgerverzoeken in die tijd.