Archiefdocument
Origineel
20 maart 1940. [Handgeschreven linksboven:]
n.i. zie we
Knap delt
[Handgeschreven rechtsboven:]
Marktw.
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M.
No. 57/8 -1940-.
AMSTERDAM, 20 Maart 1940.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
BIJLAGEN
[Paars stempel:]
Nº 20 / 13/3 M. 1940 22/3
Naar aanleiding van Uw verzoekschrift van 19 Februari j.l. deelen wij U mede, dat het z.g. piepen van kastanjes op de markten hinderlijk is voor kooplieden, die in de omgeving marktplaatsen bezetten.
In verband hiermede kunnen wij Uw verzoek niet inwilligen.
ES.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
get. DE VLUGT.
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
Voor eensluidend afschrift
DE SECRETARIS.
[Handgeschreven handtekening:]
VanLier
Aan den Heer C.Lodewijks
Haarlemmer Houttuinen 133 II
A_l_h_i_e_r(C)._
Model G. A. 5
25.000-9-'37 Dit document is een formeel besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Het is een "eensluidend afschrift", wat betekent dat het een officiële kopie is voor de verzoeker.
De kern van de zaak is de afwijzing van een verzoek van de heer Lodewijks om kastanjes te mogen "piepen" op de markt. Met "piepen" wordt hier waarschijnlijk het poffen of roosteren van kastanjes bedoeld. De term verwijst naar het fluitende of piepende geluid dat ontsnappende stoom maakt wanneer de schil van een kastanje door verhitting onder druk komt te staan. De gemeente oordeelt dat deze activiteit "hinderlijk" is voor andere kooplieden. Deze hinder kon bestaan uit geluidsoverlast, maar waarschijnlijk ook uit rookontwikkeling of geur die de verkoop van andere producten nadelig beïnvloedde.
Het document toont de bureaucratische nauwkeurigheid van die tijd, compleet met afdelingscodes, referentienummers en het verzoek om deze in correspondentie te citeren. Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 20 maart 1940. Dit is slechts anderhalve maand voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het document laat zien dat het normale burgerlijke bestuur en de marktregulering in Amsterdam tot vlak voor de oorlog onverstoord doorgingen. Willem de Vlugt, wiens naam in de brief staat, was burgemeester van Amsterdam van 1921 tot hij in 1941 door de bezetter werd ontslagen.
Locatie: De Haarlemmer Houttuinen is een straat in de buurt van het Centraal Station en de Haarlemmerdijk, een gebied dat vanouds bekend staat om zijn levendige handelsgeest en nabijheid tot diverse markten (zoals de Noordermarkt en de Lindengrachtmarkt). De aanduiding "Alhier (C)" onder het adres betekent dat de ontvanger in Amsterdam woonde, in het centrumdistrict (C).
Taalgebruik: Het document hanteert de toenmalige spelling (de "spelling-Marchant"), herkenbaar aan woorden als "deelen", "den Heer" en "Maart" met een hoofdletter. Het is een voorbeeld van de zakelijke, enigszins afstandelijke toon van de overheid naar de burger toe in de vroege 20e eeuw.