Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 20 februari 1940. Kurt Stein, wonende aan de Vechtstraat 53, Amsterdam. Waarschijnlijk de afdeling Marktwezen van de Gemeente Amsterdam. Nº 20/14/1 M. 1940 20/2
A’dam 20/2 ’40.
Mijnheer,
Van kennissen heb ik vernomen, dat er kaarten zijn uitgereikt aan emigranten voor vaste standplaatsen.
Gaarne zou ik ook voor zoo’n kaart in aanmerking willen komen.
Sinds 1933 heb ik op de markt gewerkt en was ook lid van den bond.
Door ziekte was het mij helaas niet mogelijk de laatste 9 maanden te werken, doch zou ik thans zoo spoedig mogelijk willen beginnen en hoop ik als Duitsche emigrant voor een vaste plaats op de markten in aanmerking te komen.
Uw bericht hieromtrent gaarne tegemoetziende verblijf ik
Hoogachtend
Kurt Stein
Vechtstraat 53.
A’dam (Z.) * Inhoud: Kurt Stein verzoekt om een vergunning ("kaart") voor een vaste standplaats op de Amsterdamse markten. Hij onderbouwt zijn aanvraag door te stellen dat hij al sinds 1933 op de markt werkt en aangesloten is bij een vakbond. Hij verklaart zijn recente afwezigheid door een ziekteperiode van negen maanden.
* Doelgroep: Hij refereert aan het feit dat andere "emigranten" dergelijke kaarten hebben ontvangen en vraagt om een gelijke behandeling.
* Identiteit: Stein identificeert zichzelf expliciet als "Duitsche emigrant". Gezien het jaartal van zijn aankomst (1933) en zijn woonplaats, is hij vrijwel zeker een Joodse vluchteling die nazi-Duitsland is ontvlucht na de machtsovername door Hitler. * Historische periode: De brief is geschreven op 20 februari 1940, minder dan drie maanden voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het document bevindt zich in de overgangsperiode waarin de Nederlandse overheid probeerde de stroom vluchtelingen te reguleren, onder meer door werkvergunningen.
* Locatie: De Vechtstraat in de Rivierenbuurt (Amsterdam-Zuid) was in de jaren dertig een wijk waar veel Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk zich vestigden.
* Sociaal-economisch: Voor veel vluchtelingen was de ambulante handel (marktkoopman) een van de weinige manieren om een bescheiden inkomen te genereren, hoewel dit door de Nederlandse overheid vaak aan strikte regels was gebonden om concurrentie met de lokale bevolking te beperken.
* Verloop: De kans is groot dat Stein's situatie na de bezetting drastisch verslechterde. Vanaf 1941 voerden de nazi's verordeningen in die het Joden verboden om op markten te werken, wat uiteindelijk leidde tot de totale uitsluiting en deportatie van de Joodse bevolking. Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: Kurt Stein verzoekt om een vergunning ("kaart") voor een vaste standplaats op de Amsterdamse markten. Hij onderbouwt zijn aanvraag door te stellen dat hij al sinds 1933 op de markt werkt en aangesloten is bij een vakbond. Hij verklaart zijn recente afwezigheid door een ziekteperiode van negen maanden.
- Doelgroep: Hij refereert aan het feit dat andere "emigranten" dergelijke kaarten hebben ontvangen en vraagt om een gelijke behandeling.
- Identiteit: Stein identificeert zichzelf expliciet als "Duitsche emigrant". Gezien het jaartal van zijn aankomst (1933) en zijn woonplaats, is hij vrijwel zeker een Joodse vluchteling die nazi-Duitsland is ontvlucht na de machtsovername door Hitler.
Historische Context
- Historische periode: De brief is geschreven op 20 februari 1940, minder dan drie maanden voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het document bevindt zich in de overgangsperiode waarin de Nederlandse overheid probeerde de stroom vluchtelingen te reguleren, onder meer door werkvergunningen.
- Locatie: De Vechtstraat in de Rivierenbuurt (Amsterdam-Zuid) was in de jaren dertig een wijk waar veel Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk zich vestigden.
- Sociaal-economisch: Voor veel vluchtelingen was de ambulante handel (marktkoopman) een van de weinige manieren om een bescheiden inkomen te genereren, hoewel dit door de Nederlandse overheid vaak aan strikte regels was gebonden om concurrentie met de lokale bevolking te beperken.
- Verloop: De kans is groot dat Stein's situatie na de bezetting drastisch verslechterde. Vanaf 1941 voerden de nazi's verordeningen in die het Joden verboden om op markten te werken, wat uiteindelijk leidde tot de totale uitsluiting en deportatie van de Joodse bevolking.