Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of officieel afschrift). 22 mei 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam). VP/HG.
20/21/1 M.
extra [handgeschreven]
22 Mei 1940.
den Heer Y. Ypma,
Vondelstraat 180 hs,
Amsterdam-West.
Wijk 21.
Overeenkomstig Uw desbetreffend verzoek heb ik de
eer U in bijlage dezes een opgave te doen toekomen van het
aantal kooplieden met versche of gebakken visch, die markt-
of standplaatsen hier ter stede bezetten.
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief schrijven. De kern van de boodschap is de toezending van een statistisch overzicht (de bijlage, die in deze afbeelding ontbreekt) betreffende de vishandel in de stad (Amsterdam). Het betreft specifiek kooplieden die op markten staan of vaste standplaatsen hebben, onderverdeeld in de handel van verse vis en gebakken vis.
Het taalgebruik is uiterst hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U... te doen toekomen"), passend bij de tijdgeest en de verhouding tussen overheid en burger of andere instanties. De adressering aan de Vondelstraat 180 hs te Amsterdam bevestigt de lokale context. De datum van de brief, 22 mei 1940, is zeer opmerkelijk. Dit is slechts acht dagen nadat het Nederlandse leger capituleerde na de Duitse inval op 10 mei. Ondanks de enorme politieke en militaire schok van die maand, laat dit document zien dat de gemeentelijke administratie in Amsterdam haar werkzaamheden vrijwel onmiddellijk hervatte. De alledaagse bureaucratie rondom de voedselvoorziening en het marktwezen ging door onder het nieuwe bezettingsregime.
De geadresseerde, de heer Y. Ypma, was vermoedelijk Yde Ypma (1906-1995), een sociaaleconomisch historicus die veel onderzoek deed naar onder andere de visserijsector en de Friese economie. Het opvragen van dergelijke specifieke data over viskooplieden past in het kader van economisch onderzoek of statistische verzameling voor een publicatie of beleidsadvies. Y. Ypma Marktwezen
Samenvatting
Deze brief is een formeel administratief schrijven. De kern van de boodschap is de toezending van een statistisch overzicht (de bijlage, die in deze afbeelding ontbreekt) betreffende de vishandel in de stad (Amsterdam). Het betreft specifiek kooplieden die op markten staan of vaste standplaatsen hebben, onderverdeeld in de handel van verse vis en gebakken vis.
Het taalgebruik is uiterst hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U... te doen toekomen"), passend bij de tijdgeest en de verhouding tussen overheid en burger of andere instanties. De adressering aan de Vondelstraat 180 hs te Amsterdam bevestigt de lokale context.
Historische Context
De datum van de brief, 22 mei 1940, is zeer opmerkelijk. Dit is slechts acht dagen nadat het Nederlandse leger capituleerde na de Duitse inval op 10 mei. Ondanks de enorme politieke en militaire schok van die maand, laat dit document zien dat de gemeentelijke administratie in Amsterdam haar werkzaamheden vrijwel onmiddellijk hervatte. De alledaagse bureaucratie rondom de voedselvoorziening en het marktwezen ging door onder het nieuwe bezettingsregime.
De geadresseerde, de heer Y. Ypma, was vermoedelijk Yde Ypma (1906-1995), een sociaaleconomisch historicus die veel onderzoek deed naar onder andere de visserijsector en de Friese economie. Het opvragen van dergelijke specifieke data over viskooplieden past in het kader van economisch onderzoek of statistische verzameling voor een publicatie of beleidsadvies.