Archiefdocument
Origineel
15 juni 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Markthallen of een gerelateerde gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. extra
dH/G.
20/23/1 M
15 Juni 1940.
Telephoon-aansluiting van
drie marktkantoren.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Het komt den laatsten tyd herhaaldelyk voor, dat de ambtenaren, dienstdoende op de dagmarkten, onmiddellyk telephonisch van byzondere maatregelen, die door de tydsomstandigheden noodzakelyk worden, in kennis moeten worden gesteld, of dat de bedoelde ambtenaren zich telephonisch met het hoofdkantoor in verbinding moeten stellen, teneinde aangelegenheden, die een onverwylde beslissing eischen, te bespreken.
Aangezien op de marktkantoren Albert Cuypstraat, Lindengracht en Ten Katestraat geen telephoon is, moeten de ambtenaren gebruik maken van telephoons in een winkel, waar zy, in het byzyn van derden, allerlei zaken moeten bespreken, die niet in het openbaar behooren te worden behandeld.
Ik zal het op prys stellen, indien ik zoo spoedig mogelyk word gemachtigd, in de marktkantoren Albert Cuypstraat, Lindengracht (Noordermarkt) en Ten Katestraat een dienst-telephoonaansluiting te doen aanleggen.
De Directeur, In dit schrijven verzoekt de directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst (waarschijnlijk de Marktwezen-afdeling) aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen om budget voor de installatie van telefoons in drie specifieke marktkantoren: de Albert Cuypstraat, de Lindengracht (Noordermarkt) en de Ten Katestraat.
De argumentatie hiervoor is tweeledig:
1. Snelheid: Vanwege de huidige omstandigheden moeten beslissingen direct gecommuniceerd en genomen worden.
2. Privacy/Veiligheid: Tot op dat moment moesten marktmeesters de telefoon in nabijgelegen winkels gebruiken. Dit betekende dat vertrouwelijke ambtelijke gesprekken gevoerd werden in het bijzijn van burgers (derden), wat onwenselijk werd geacht.
De brief is opgesteld in de toen gangbare formele ambtenarentaal en spelling (zoals "telephoon", "byzondere", "eischen"). De datum van de brief, 15 juni 1940, is zeer significant. Nederland was op dat moment exact één maand bezet door nazi-Duitsland. De term "tydsomstandigheden" in de eerste paragraaf is een direct eufemisme voor de nieuwe realiteit van de Duitse bezetting.
De rol van de Wethouder voor de Levensmiddelen was in deze periode cruciaal. Door de oorlogsdreiging en de daaropvolgende bezetting werd de voedselvoorziening streng gereguleerd via het distributiestelsel. Markten speelden hierin een centrale rol. De noodzaak voor een directe en besloten telefoonverbinding tussen het hoofdkantoor en de markten op straatniveau was essentieel om snel nieuwe regels, prijzen of distributiemaatregelen door te geven zonder dat het publiek vroegtijdig of onofficieel op de hoogte raakte van mogelijk gevoelige informatie. De genoemde locaties zijn nog steeds bekende marktlocaties in Amsterdam. Marktwezen