Ambtelijke adviesbrief
Origineel
Ambtelijke adviesbrief 21 september 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentedienst) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier") extra [handgeschreven]
VP/HG.
20/34/2 M.
n 2
21 September 1940.
Verzoek van H.Kleijn om ver-
gunning tot bakken op markten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 27 Augustus jl. om advies ontvangen stuk no.57/13 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat het, blijkens nadere toelichting van adressant, zijn bedoeling is om vergunning te krijgen tot het bakken van visch, oliebollen en patates-frites op de markten Lindengracht, Ten Katestraat, Noordermarkt en Jan Evertsenstraat. Het bakken van visch op den openbaren weg wordt de laatste jaren niet meer toegestaan, in verband met den overlast dien het voor de omgeving veroorzaakt. Ik adviseer U mitsdien dit gedeelte van adressants verzoek van de hand te wijzen. Hij verklaarde ook op een vergunning alleen voor patates-frites en oliebollen prijs te stellen. Dezerzijds bestaat daartegen geen bezwaar. Ik geef U echter beleefd in overweging terzake eveneens het advies te vragen van Uw Ambtgenoot voor de Brandweer.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies over een marktvergunning in Amsterdam, gedateerd vier maanden na het begin van de Duitse bezetting. De aanvrager, H. Kleijn, wenst op vier prominente Amsterdamse markten (Lindengracht, Ten Katestraat, Noordermarkt en de relatief nieuwe markt aan de Jan Evertsenstraat) etenswaren te frituren.
De directeur adviseert een gedeeltelijke afwijzing:
1. Vis bakken: Wordt ontraden. Dit past in een reeds langer bestaand beleid om geuroverlast en rookontwikkeling in dichtbevolkte stadswijken te beperken.
2. Oliebollen en patat: Wordt goedgekeurd. Opvallend is de vermelding van "patates-frites", wat in 1940 in Nederland nog in opkomst was als straatsnack.
3. Veiligheid: De directeur wijst op de noodzaak van een brandveiligheidsadvies, aangezien het werken met hete olie op openbare markten risico's met zich meebrengt.
De toon is formeel en procedureel ("heb ik de eer U te berichten", "mitsdien"). Het handgeschreven woord "extra" bovenaan duidt waarschijnlijk op een specifieke archivering of een urgente behandeling. Hoewel Nederland in september 1940 bezet was, bleef de gemeentelijke bureaucratie in eerste instantie op de oude voet doorfunctioneren. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een cruciale rol vanwege de beginnende schaarste en de invoering van de distributie (de bonkaarten).
De brief geeft een inkijkje in het dagelijks leven en de lokale economie aan het begin van de oorlog. Ondanks de dreiging van schaarste en politieke omwentelingen, hield de gemeente vast aan regels voor openbare orde en "overlast". De markten genoemd in de brief zijn nog steeds iconische locaties in de Amsterdamse volkswijken (Jordaan, Oud-West, de Baarsjes).