Notulen/Verslag van een vergadering (waarschijnlijk van de marktcommissie of een overlegorgaan betreffende het Marktwezen).
Origineel
Notulen/Verslag van een vergadering (waarschijnlijk van de marktcommissie of een overlegorgaan betreffende het Marktwezen). Ongedateerd, maar verwijst naar een volgende vergadering op "Maandag 14 Mei a.s." - 2 -
Heer Seegers meent, dat er thans geen andere oplossing is, dan de ruimte bij Casino te benutten. Toch zou een reorganisatie op het Waterlooplein ruimte kunnen brengen, b.v. door een rij te creeeren bij den oud-roest-kant op het plein.
Heer Presser is er voor uitsluitend lompenventers toe te laten met een vergunning. Spreker wijst er verder op, dat bij aanwijzing destijds van den Zwanenburgwal, er 400 lompenventers waren en dit aantal thans tot 750 is gestegen, zoodat de Zwanenburgwal te klein zou blijken.
Heer Neeter is het niet eens met den vorigen spreker; hij wijst erop dat de lompenventers bij Casino worden opgewacht, daarom hebben zij zich daar genesteld.
Aan "Mercurius" is gebleken, dat op het Waterlooplein vele plaatsen onbezet zijn; 3/4 deel van de daar geplaatste kooplieden kan den kost niet verdienen. Daarom zou hij een uitspraak van die kooplieden willen uitlokken over dit vraagstuk. Het is z.i. beter de markt te concentreeren, /zooaals tot nu toe gedaan is.
(in de kantlijn: /dan te verdeelen,)
Spreker is tegen de aanwijzing bij Casino; de Zwanenburgwal worde bestemd voor de lompenventers; desnoods door aldaar het verkeer stop te zetten; dan kunnen 70 à 80 karren worden geplaatst.
"Mercurius" is geen voorstander van uitbreiding der lompenmarkt; een plan is gereed voor saneering van het Waterlooplein, dat aan B. en W. zal worden gezonden, waarna in overleg met Politie en Marktwezen deze zaak kan worden bekeken en tegelijk ook ruimte voor de standwerkers kan worden gezocht.
Directeur zou in de volgende vergadering het plan van "Mercurius" willen bespreken.
Spreker verzoekt "Mercurius" in den vervolge zaken met den chef op de markten te bespreken en niet met de opzichters. Dezen worden zoo noodig later gehoord.
Heer Beemdelust is tegen verplaatsing van de lompenventers naar den Zwanenburgwal. "Mercurius" is te eenzijdig en verdedigt alleen de belangen der marktkooplieden en niet die der venters.
Directeur vindt het niet vreemd als de marktkooplieden zouden voorgaan boven de lompenventers, immers zij betalen marktgeld.
Heer Presser wil wel afwachten wat het plan "Mercurius" zal brengen maar zou het toch gewenscht achten als het trottoir bij Casino voorloopig kon worden aangewezen. Een middenweg is hier niet te vinden.
Directeur acht het redelijk den door den heer Presser voorgestelden voorloopigen maatregel nog niet te nemen. Bovendien is de Politie hier tegen; zij zou liefst alle lompenventers van het Waterlooplein weg willen hebben.
Feitelijk staat Marktwezen hier geheel buiten.
Heer Beemdelust komt hier tegen op, want de lompenventers zijn verdwenen van den Zwanenburgwal door de marktkooplieden, die daar een vaste plaats hebben verkregen.
Directeur zal de zaak aanhouden tot de volgende vergadering. Deze zou Maandag 14 Mei a.s. te 2 uur kunnen worden gehouden.
Heer Neeter stelt een vraag betreffende de voordracht tot wijziging der verordeningen betreffende het Marktwezen.
De Directeur antwoordt dat de tarieven voor de dagmarkten geheel ongewijzigd zijn voorgesteld.
Heer Seegers stelt eveneens betreffende deze voordracht, nl. inzake de entrée-gelden op het nieuwe marktterrein. Van de koopers wordt f 7.10.- per jaar geïnd, en bovendien nog f 2,- per jaar van hun helpers. Dit zou een nieuwe belasting kunnen worden voor de betrokkenen. Van menschen, die op het terrein een boodschap moeten
(in de kantlijn: /een vraag) Dit document verslaat een discussie over de ruimtelijke ordening en regulering van de markt op en rond het Waterlooplein in Amsterdam. De kern van het conflict ligt in de beperkte ruimte en de tegengestelde belangen van verschillende groepen marktdeelnemers:
- Vaste marktkooplieden: Vertegenwoordigd door de vereniging "Mercurius". Zij pleiten voor concentratie van de markt en sanering, waarbij zij voorrang claimen omdat zij marktgeld betalen.
- Lompenventers (en standwerkers): Hun aantal is fors gegroeid (van 400 naar 750). Er is discussie over of zij op het Waterlooplein, bij het "Casino" (een toenmalig gebouw aan het Waterlooplein) of aan de Zwanenburgwal moeten staan.
- De Autoriteiten (Directeur Marktwezen, Politie, B&W): De Directeur probeert te bemiddelen maar neigt naar de kant van de betalende kooplieden. De Politie ziet de venters liever geheel verdwijnen van het plein, waarschijnlijk vanwege verkeershinder en handhaving.
Daarnaast wordt er gesproken over een tariefwijziging en de introductie van "entrée-gelden" voor een nieuw marktterrein, wat door sommigen als een ongewenste extra belasting wordt gezien. Het document dateert waarschijnlijk uit de vroege 20e eeuw (mogelijk jaren '20 of '30, gezien de spelling en de context van de marktsanering). Het Waterlooplein was in die tijd het centrum van de Joodse buurt in Amsterdam en huisvestte een van de belangrijkste markten van de stad.
De term "lompenventer" verwijst naar handelaren in oude kleding en textielresten, een beroepsgroep die destijds zeer omvangrijk was in de armere wijken. "Casino" verwijst naar het gebouw van de "Groote Club" of een vergelijkbare lokaliteit die destijds aan of nabij het plein stond (vóór de bouw van de Stopera). De spanningen tussen informele straathandel (venters) en gereguleerde marktplaatsen waren een terugkerend thema in het Amsterdamse stadsbestuur, waarbij hygiëne, verkeersdoorstroming en belastingopbrengsten de belangrijkste drijfveren voor reorganisatie waren.