Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 256
Dossier 5
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt rapport (doorslag of origineel) met handgeschreven kanttekeningen.

Origineel

Getypt rapport (doorslag of origineel) met handgeschreven kanttekeningen. -2-

Om aan deze ongewenschte toestand een einde te maken, werd bepaald, (artikel 11c van het Reglement op de Markten), dat een houder van een vaste plaats het recht op deze plaats verliest, wegens het, langer dan zes achtereenvolgende maanden niet bezetten der plaats op grond van het feit, dat den houder wegens hem verleende ondersteuning, niet is toegestaan zijn plaats te bezetten.

Deze beperking is onvoldoende. Aan het permanente steuntrekken door marktkooplieden, zonder dat zij hun plaatsen verliezen is geen einde gekomen.

D) Compagnonschap.
"Een andere belangrijke factor is, dat door de overheid systematisch
"belangrijke hoeveelheden goederen van de markt worden geweerd, daar
"het verboden is als marktkoopman in compagnonschap zaken te doen op
"de straatmarkten. Toestemming hiervoor wordt niet gegeven, behalve
"op de markt Waterlooplein, enz."

Vooropgesteld dient te worden, dat de hierbedoelde en op het Waterlooplein bestaande compagnonschappen, zoo goed als uitsluitend in joodsche handen zijn. Deze compagnonschappen koopen allerlei "handels" op. Daarbij worden zij veelal geholpen door geldschieters die geen plaatsen op de markten innemen. Werden deze compagnonschappen op de dagmarkten toegelaten, dan zou en m.i. zeer terecht daartegen ernstig worden geprotesteerd.

Verzoeken van andere kooplieden om met een compagnon samen een vaste plaats op de markt in te nemen worden steeds afgewezen, teneinde verkoop van plaatsen tegen te gaan.

Dit heeft inderdaad tot gevolg dat "hoeveelheden" goederen van de markten worden geweerd. Ik merk hier echter bij op, dat het meestal joodsche kooplieden zijn, die verzoeken een compagnon te mogen nemen, die in het bezit is van stoffen, dameschoeden, enz. Werden deze verzoeken toegestaan dan zouden personen op de markten de beste plaatsen gaan innemen zonder ooit te hebben gestaan. Zij zouden eenvoudig de marktkooplieden die jaren achtereen de slechte plaatsen op de markten innemen passeeren en de beste plaatsen gaan bezetten.

E) "Het joodsche element der marktkooplieden, enz.", want het doet ~~wel~~ eigenaardig aan, dat de niet joodsche kooplieden in de wintermaanden vooral de markten bevolken, enz.
"De meerderheid der joodsche kooplieden zijn dan gepensionneerd door
"M.S., enz."

Dit zijn beweringen die geen steek houden. Zie bijgaande lijsten van de markten Alb.Cuypstraat, Ten Katestraat en Lindengracht, waarop aangegeven de perioden waarin steun genoten werd van September 1939 tot September 1940 en wel aan joodsche en niet joodsche kooplieden.

[Handgeschreven kanttekeningen in de linker marge]:
* Wanneer? (met rode paraaf/teken)
* (zie notulen Marktraad)
* De kleine man zoude geruind worden; de kapitalist, ook al is hij Jood, zou verdedigd zijn?
* De ambtenaar v. d. M. is er persoonlijk tegen, doch gaf toe, dat dit in het rapport niet thuis hoort;
* Het is een bevordering v. d. joodsche handel en verrijking. Het document betreft een ambtelijk overleg of verslag over de regelgeving op de Amsterdamse markten. De kern van de tekst draait om twee punten: het tegengaan van misbruik van marktplaatsen door mensen die langdurig in de 'steun' (werkloosheidsuitkering) zitten, en het verbod op compagnonschappen (zakelijke samenwerkingen tussen twee marktkooplui op één plek).

Opvallend is de expliciete focus op "joodsche kooplieden". De getypte tekst probeert beweringen te weerleggen dat Joden meer steun zouden trekken dan niet-Joden, door te verwijzen naar statistieken. Echter, bij de kwestie van compagnonschappen wordt een sterk anti-Joods sentiment geuit: deze samenwerkingen worden vrijwel uitsluitend aan Joodse handelaren toegeschreven en afgeschilderd als een ongewenste vorm van kapitaalophoping die de "eerlijke" (niet-Joodse) kleine handelaar zou benadelen.

De handgeschreven notities zijn nog scherper en lijken commentaar van een leidinggevende of een andere ambtenaar die een radicalere koers voorstond. De opmerking dat bepaalde punten "niet in het rapport thuis horen" suggereert een interne discussie over hoe expliciet de anti-Joodse maatregelen geformuleerd moesten worden. Dit document is een direct product van de bezettingsjaren in Nederland (1940-1945). De markten in Amsterdam, in het bijzonder het Waterlooplein, waren vitale economische centra voor de Joodse bevolking. Vanaf het begin van de bezetting probeerde de Duitse autoriteit, vaak geholpen door de Nederlandse bureaucratie, de Joodse invloed op het economische leven te minimaliseren ("Arisering").

Dit rapport illustreert hoe ambtelijke regels (zoals het Reglement op de Markten) werden gebruikt als instrument voor uitsluiting. Door compagnonschappen te verbieden en te linken aan "joodsche handel en verrijking", werd de juridische basis gelegd om Joodse marktkooplieden hun nering onmogelijk te maken. Het document bevindt zich in de overgangsfase waarin anti-Joodse sentimenten worden omgezet in beleid, maar waarbij er nog een zekere ambtelijke schijn van 'feitelijkheid' (de lijsten met steun-ontvangers) werd opgehouden.

Samenvatting

Het document betreft een ambtelijk overleg of verslag over de regelgeving op de Amsterdamse markten. De kern van de tekst draait om twee punten: het tegengaan van misbruik van marktplaatsen door mensen die langdurig in de 'steun' (werkloosheidsuitkering) zitten, en het verbod op compagnonschappen (zakelijke samenwerkingen tussen twee marktkooplui op één plek).

Opvallend is de expliciete focus op "joodsche kooplieden". De getypte tekst probeert beweringen te weerleggen dat Joden meer steun zouden trekken dan niet-Joden, door te verwijzen naar statistieken. Echter, bij de kwestie van compagnonschappen wordt een sterk anti-Joods sentiment geuit: deze samenwerkingen worden vrijwel uitsluitend aan Joodse handelaren toegeschreven en afgeschilderd als een ongewenste vorm van kapitaalophoping die de "eerlijke" (niet-Joodse) kleine handelaar zou benadelen.

De handgeschreven notities zijn nog scherper en lijken commentaar van een leidinggevende of een andere ambtenaar die een radicalere koers voorstond. De opmerking dat bepaalde punten "niet in het rapport thuis horen" suggereert een interne discussie over hoe expliciet de anti-Joodse maatregelen geformuleerd moesten worden.

Historische Context

Dit document is een direct product van de bezettingsjaren in Nederland (1940-1945). De markten in Amsterdam, in het bijzonder het Waterlooplein, waren vitale economische centra voor de Joodse bevolking. Vanaf het begin van de bezetting probeerde de Duitse autoriteit, vaak geholpen door de Nederlandse bureaucratie, de Joodse invloed op het economische leven te minimaliseren ("Arisering").

Dit rapport illustreert hoe ambtelijke regels (zoals het Reglement op de Markten) werden gebruikt als instrument voor uitsluiting. Door compagnonschappen te verbieden en te linken aan "joodsche handel en verrijking", werd de juridische basis gelegd om Joodse marktkooplieden hun nering onmogelijk te maken. Het document bevindt zich in de overgangsfase waarin anti-Joodse sentimenten worden omgezet in beleid, maar waarbij er nog een zekere ambtelijke schijn van 'feitelijkheid' (de lijsten met steun-ontvangers) werd opgehouden.

Kooplieden in dit dossier 62

A. Boersen Uilenburg — " —
A. Cuijpstr Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 89
A. Cuypstraat Waterlooplein
B. Schmiedemind Uilenburg v. Burg en Dijkema
B. Schmiedemind Uilenburg — " —
G. Burgers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg v. Burg.
G. Hillegers Uilenburg Renz en Uitvlugt
G. Hillegers Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Uitvlugt
J. J. Reenslag. Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Moerkerken en Bakker
J. Trapman Uilenburg — " —
J. v.d. Beek Uilenburg — " —
L. Scholten Uilenburg — " —
M.A.J. Roozen Uilenburg — " —
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 15 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 1 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 22 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Alle 62 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2