Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 266
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt verslag van een vergadering of commissie-overleg (mogelijk de Marktraad of een soortgelijke gemeentelijke instantie).

Origineel

Getypt verslag van een vergadering of commissie-overleg (mogelijk de Marktraad of een soortgelijke gemeentelijke instantie). -4-

treden; zal de marktambtenaar dit kunnen regelen?
De heer Neeter deelt mede, zich in het algemeen te kunnen vereenigen met de ontworpen richtlijnen. Spreker is van meening, dat de zooge-naamde compagnonschappen uitsluitend beperkt moeten worden tot het Waterlooplein. Op deze markt zijn deze compagnonschap-pen nu eenmaal onmisbaar, hoewel erkend moet worden, dat soms excessen voorkomen. Daarom moet spreker met den meesten nadruk waarschuwen, deze compagnonschappen niet ook op andere markten mogelijk te maken.
Ten aanzien van de standwerkers onderschrijft spreker het be-toog van den heer Lap; het is noodzakelijk, dat combinaties van twee of soms drie personen als standwerker op een plaats optreden. Spreker zou dit echter niet met zooveel woorden willen omschrijven. De marktopzichter moet hierbij eenige vrijheid houden om naar omstandigheden op te treden.
Het spreekt vanzelf, dat op de markten man en vrouw als één wordt beschouwd en tezamen van een plaats ge-bruik kunnen maken; daarnaast houden zij het recht om zich te doen bijstaan door één assistent, zooals is omschreven in de onderhavige richtlijnen.
De Voorzitter constateert, dat de Commissie zich ermede vereenigt, dat man en vrouw op de markten als één worden beschouwd. Dit is dus een ruimer standpunt dan ter vergadering van de Ventcommissie van 6 October jl. ten aanzien van de standplaatshouders is ingenomen.
Spreker wijst er vervolgens op, dat in de onder-havige richtlijnen geen bepalingen zijn opgenomen om de zoo-genaamde overdracht van plaatsen te regelen. Dit beteekent echter niet, dat het Marktwezen hiervan geen studie heeft gemaakt. De overdrachtsmogelijkheid is langdurig besproken, doch tenslotte heeft spreker gemeend hieromtrent in de onder-havige richtlijnen geen bepalingen op te moeten nemen. Spre-ker deelt mede, dat in Den Haag de overdracht van plaatsen aan inwonende kostwinners mogelijk is. Te Amsterdam is in enkele zeer bijzondere gevallen de plaats overgeschreven op den vervanger of den assistent van den plaatshouder, waarbij gebruik is gemaakt van artikel 31 van het Reglement op de Markten, dat luidt: Dit document is een verslaglegging van een beleidsdiscussie over de Amsterdamse markten. De belangrijkste punten die aan de orde komen zijn:

  1. Compagnonschappen: Er is bezorgdheid over informele samenwerkingsverbanden. De heer Neeter pleit ervoor deze alleen op het Waterlooplein toe te staan, omdat ze daar een traditie zijn, maar waarschuwt voor uitbreiding naar andere markten vanwege mogelijke "excessen".
  2. Standwerkers: Men erkent de behoefte aan teams (2-3 personen), maar wil dit niet te strikt vastleggen in de regels om de marktopzichter flexibiliteit te geven.
  3. Gezinsbedrijven: Er wordt vastgesteld dat echtparen als één entiteit worden gezien voor een standplaats, wat een versoepeling is ten opzichte van eerdere besluitvorming door de "Ventcommissie".
  4. Overdracht van standplaatsen: Er is discussie over het officieel regelen van de overdracht van marktplaatsen (bijvoorbeeld bij ziekte of overlijden). Men vergelijkt de situatie in Amsterdam met die in Den Haag. In Amsterdam is men terughoudend en gebeurt overdracht alleen in uitzonderlijke gevallen via een specifiek artikel in het reglement. Het document geeft een uniek inkijkje in de bureaucratische kant van de Amsterdamse marktcultuur in de eerste helft van de 20e eeuw. Het Waterlooplein wordt expliciet genoemd als een plek met een eigen dynamiek die afwijkt van de reguliere markten. De discussies over standwerkers en compagnonschappen laten zien hoe de overheid grip probeerde te krijgen op de informele economie van de markt, terwijl ze tegelijkertijd probeerde rekening te houden met de praktische realiteit van de marktkooplieden en hun gezinnen. De vergelijking met Den Haag toont aan dat er binnen Nederland verschillende benaderingen waren voor de regulering van dit type straathandel.

Samenvatting

Dit document is een verslaglegging van een beleidsdiscussie over de Amsterdamse markten. De belangrijkste punten die aan de orde komen zijn:

  1. Compagnonschappen: Er is bezorgdheid over informele samenwerkingsverbanden. De heer Neeter pleit ervoor deze alleen op het Waterlooplein toe te staan, omdat ze daar een traditie zijn, maar waarschuwt voor uitbreiding naar andere markten vanwege mogelijke "excessen".
  2. Standwerkers: Men erkent de behoefte aan teams (2-3 personen), maar wil dit niet te strikt vastleggen in de regels om de marktopzichter flexibiliteit te geven.
  3. Gezinsbedrijven: Er wordt vastgesteld dat echtparen als één entiteit worden gezien voor een standplaats, wat een versoepeling is ten opzichte van eerdere besluitvorming door de "Ventcommissie".
  4. Overdracht van standplaatsen: Er is discussie over het officieel regelen van de overdracht van marktplaatsen (bijvoorbeeld bij ziekte of overlijden). Men vergelijkt de situatie in Amsterdam met die in Den Haag. In Amsterdam is men terughoudend en gebeurt overdracht alleen in uitzonderlijke gevallen via een specifiek artikel in het reglement.

Historische Context

Het document geeft een uniek inkijkje in de bureaucratische kant van de Amsterdamse marktcultuur in de eerste helft van de 20e eeuw. Het Waterlooplein wordt expliciet genoemd als een plek met een eigen dynamiek die afwijkt van de reguliere markten. De discussies over standwerkers en compagnonschappen laten zien hoe de overheid grip probeerde te krijgen op de informele economie van de markt, terwijl ze tegelijkertijd probeerde rekening te houden met de praktische realiteit van de marktkooplieden en hun gezinnen. De vergelijking met Den Haag toont aan dat er binnen Nederland verschillende benaderingen waren voor de regulering van dit type straathandel.

Locaties

Amsterdam (gelet op de verwijzing naar het Waterlooplein en de vergelijking met Den Haag).

Kooplieden in dit dossier 62

A. Boersen Uilenburg — " —
A. Cuijpstr Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 89
A. Cuypstraat Waterlooplein
B. Schmiedemind Uilenburg v. Burg en Dijkema
B. Schmiedemind Uilenburg — " —
G. Burgers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg v. Burg.
G. Hillegers Uilenburg Renz en Uitvlugt
G. Hillegers Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Uitvlugt
J. J. Reenslag. Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Moerkerken en Bakker
J. Trapman Uilenburg — " —
J. v.d. Beek Uilenburg — " —
L. Scholten Uilenburg — " —
M.A.J. Roozen Uilenburg — " —
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 15 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 1 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 22 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Alle 62 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2