Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 267
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Verslag of notulen van een vergadering (waarschijnlijk van een marktcommissie of gemeentelijke raad).

Origineel

Verslag of notulen van een vergadering (waarschijnlijk van een marktcommissie of gemeentelijke raad). "In bijzondere gevallen te zijner beoordeeling
is de Directeur van het Marktwezen bevoegd van de bepalingen
van dit Reglement omtrent de toewijzing en de bezetting van
plaatsen af te wijken."
Dit artikel kan, naar spreker's meening worden aangewend om
de overdracht in zeer bijzondere gevallen te regelen. Hier-
mede zou dan dus kunnen worden volstaan.
De heer Seegers herinnert eraan, dat deze aangelegenheid reeds jaren gele-
den in concreto in de destijds niet officieele "marktcommis-
sie" is besproken. De Commissie was toen sterk tegen de moge-
lijkheid van overdracht van plaatsen. Spreker is van meening,
dat bij overlijden van den plaatshouder niet het moreele
recht van den assistent het zwaarst moet wegen, doch het veel
sterkere zakelijke recht van de andere plaatshouders van de
markt. Spreker weet, dat door het Marktwezen reeds eenige
keeren artikel 31 van het Reglement is toegepast. Hoewel dit
onder de kooplieden wel geen sterk verzet heeft gewekt, waren
zij toch van meening, dat een en ander niet in den haak was.
Spreker is tegen het regelen van de mogelijkheid van over-
dracht van plaatsen.
Spreker is het eens met den Heer Neeter, dat
de compagnonschappen uitsluitend moeten worden beperkt, tot
het Waterlooplein.
Ten aanzien van de standwerkers voelt spreker
het meeste voor de hierboven aangegeven formuleering in de
onderhavige richtlijnen. Spreker is het niet met den heer
Neeter eens, dat hieromtrent geen regelen moeten worden ge-
steld, doch dat een en ander aan de marktambtenaren moet
worden overgelaten. Hij is van meening, dat indien deze zaak
wordt geregeld zooals hierboven is aangegeven, de zaak voor
de standwerkers voldoende is geregeld. De compagnons moeten
dan dus 's morgens reeds op de markt zijn en ieder hunner
moet het marktgeld betalen; spreker noemt dit een goed cor-
rectief voor het ontstaan van misstanden.
De Commissie kan zich ermede vereenigen, dat voor de stand-
werkers de zaak wordt geregeld, zooals hierboven is aange-
geven.
De heer Neeter zegt ten aanzien van de overdrachtsmogelijkheid, dat hier-
door misstanden kunnen ontstaan. Het is dan mogelijk, dat de
goede plaatsen op de markt altijd in dezelfde familie blijven. Dit document geeft een inkijk in de ambtelijke discussies over de eerlijkheid en transparantie van de marktordening in Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Beleidsvrijheid: Er wordt gediscussieerd over de discretionaire bevoegdheid van de Directeur van het Marktwezen om af te wijken van het reglement in "bijzondere gevallen".
  2. Overdracht van standplaatsen: Er bestaat een duidelijke angst voor nepotisme of de vorming van 'familiedynastieën' op de markt. De heer Seegers beargumenteert dat het zakelijke recht van de gezamenlijke kooplieden zwaarder moet wegen dan het morele recht van een erfgenaam of assistent.
  3. Regulering van standwerkers: Er wordt gezocht naar een balans tussen controle door ambtenaren en vaste regels. Het voorstel om compagnons beiden marktgeld te laten betalen en vroeg aanwezig te laten zijn, wordt gezien als een middel om misbruik tegen te gaan.
  4. Geografische beperking: Compagnonschappen worden als onwenselijk beschouwd voor de algemene markten, met uitzondering van het Waterlooplein, dat blijkbaar een aparte status genoot. De tekst stamt uit een periode waarin de Amsterdamse markten (zoals het Waterlooplein en de Albert Cuyp) een transitie doormaakten van informele handel naar een strikter gereguleerd systeem. Na de Tweede Wereldoorlog was er een grote behoefte aan heldere regelgeving om economische misstanden en ongelijkheid tussen kooplieden te voorkomen. De discussie over het 'morele recht' versus het 'zakelijke recht' weerspiegelt de professionalisering van het marktwezen, waarbij persoonlijke gunsten moesten wijken voor objectieve procedures. De expliciete vermelding van het Waterlooplein duidt op de unieke positie van deze markt als handelscentrum voor tweedehands goederen, waar vaak andere regels golden dan op de reguliere warenmarkten.

Samenvatting

Dit document geeft een inkijk in de ambtelijke discussies over de eerlijkheid en transparantie van de marktordening in Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Beleidsvrijheid: Er wordt gediscussieerd over de discretionaire bevoegdheid van de Directeur van het Marktwezen om af te wijken van het reglement in "bijzondere gevallen".
  2. Overdracht van standplaatsen: Er bestaat een duidelijke angst voor nepotisme of de vorming van 'familiedynastieën' op de markt. De heer Seegers beargumenteert dat het zakelijke recht van de gezamenlijke kooplieden zwaarder moet wegen dan het morele recht van een erfgenaam of assistent.
  3. Regulering van standwerkers: Er wordt gezocht naar een balans tussen controle door ambtenaren en vaste regels. Het voorstel om compagnons beiden marktgeld te laten betalen en vroeg aanwezig te laten zijn, wordt gezien als een middel om misbruik tegen te gaan.
  4. Geografische beperking: Compagnonschappen worden als onwenselijk beschouwd voor de algemene markten, met uitzondering van het Waterlooplein, dat blijkbaar een aparte status genoot.

Historische Context

De tekst stamt uit een periode waarin de Amsterdamse markten (zoals het Waterlooplein en de Albert Cuyp) een transitie doormaakten van informele handel naar een strikter gereguleerd systeem. Na de Tweede Wereldoorlog was er een grote behoefte aan heldere regelgeving om economische misstanden en ongelijkheid tussen kooplieden te voorkomen. De discussie over het 'morele recht' versus het 'zakelijke recht' weerspiegelt de professionalisering van het marktwezen, waarbij persoonlijke gunsten moesten wijken voor objectieve procedures. De expliciete vermelding van het Waterlooplein duidt op de unieke positie van deze markt als handelscentrum voor tweedehands goederen, waar vaak andere regels golden dan op de reguliere warenmarkten.

Locaties

Amsterdam (gezien de expliciete vermelding van het Waterlooplein).

Kooplieden in dit dossier 62

A. Boersen Uilenburg — " —
A. Cuijpstr Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 89
A. Cuypstraat Waterlooplein
B. Schmiedemind Uilenburg v. Burg en Dijkema
B. Schmiedemind Uilenburg — " —
G. Burgers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg v. Burg.
G. Hillegers Uilenburg Renz en Uitvlugt
G. Hillegers Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Uitvlugt
J. J. Reenslag. Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Moerkerken en Bakker
J. Trapman Uilenburg — " —
J. v.d. Beek Uilenburg — " —
L. Scholten Uilenburg — " —
M.A.J. Roozen Uilenburg — " —
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 15 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 1 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 22 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Alle 62 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2