Getypt ambtelijk verslag of adviesbrief (mogelijk onderdeel van gemeenteraadsnotulen of een rapport van de Commissie van Advies).
Origineel
Getypt ambtelijk verslag of adviesbrief (mogelijk onderdeel van gemeenteraadsnotulen of een rapport van de Commissie van Advies). Na 10 oktober 1938 (verwijst naar een vergadering op die datum). -3-
de meening van adressant, dat het zeer gewenscht is
om ten deze strenger op te treden dan tot nu toe
plecht te geschieden. Bij de bestaande voorschrif-
ten ten deze is het trouwens mogelijk, dat een koop-
man teneinde intrekking zijner marktplaats na zes
maanden te voorkomen, gedurende korten tijd weder
op de markt gaat staan en daarna opnieuw voor zes
maanden in de steunregeling wordt opgenomen; het
ware gewenscht, dat ook dit bij een eventueele
reglementswijziging onmogelijk wordt gemaakt.
Onder D wordt in het onderhavige stuk
gepleit voor de invoering van compagnonschappen,
zooaals die op de markt Waterlooplein bestaan, ook
op alle andere markten hier ter stede. De vraag,
welke maatregelen ten aanzien van de compagnonschap-
pen noodig zijn is besproken in de 23ste vergadering
van de Commissie van Advies voor de Markten op 10
October 1938 (bladz.2 en volgende). De Commissie van
Advies heeft eenstemmig geadviseerd om de bedoelde
compagnonschappen uitsluitend op het Waterlooplein
toe te laten en wel alleen compagnonschappen tus-
schen eenige vaste plaatshouders van die markt of
tusschen bij het Marktwezen bekende andere markt-
kooplieden. Het wordt dezerzijds ongewenscht geacht
om de mogelijkheid van compagnonschappen uit te
breiden tot andere markten. In wezen zou dit betee-
kenen, dat kapitaalkrachtige handelaren zich, onder
het mom van een compagnonschap, van de goede verkoop
plaatsen van marktkooplieden verzekeren, ten einde
aldaar hun waren te verkoopen. De marktkoopman ver-
koopt dan als het ware zijn plaats aan een compagnon.
Invoering van dit stelsel zal tot een volkomen de-
natur~~ering~~atie der markten kunnen leiden, omdat groote
winkelzaken zich op die manier gunstig gelegen markt
plaatsen zouden kunnen verschaffen. Het is zonder
meer duidelijk, dat dit de belangen, speciaal van d
kleine marktkooplieden, ernstig zou aantasten.
Terloops zij in dit verband nog opgemerkt, dat
Joodsche marktorganisaties niet bestaan: de marktor-
ganisaties tellen leden van alle gezindten. De kwa-
lificatie Joodsche Directie van het Marktwezen meen
ik verder te mogen laten voor wat zij is.
Tenslotte diene nog in dit verband, dat
de voornoemde chefsmarktopzichter Van Moerkerken Deze tekst betreft een ambtelijke reactie op voorstellen tot wijziging van het marktzeglement in Amsterdam aan het eind van de jaren '30. Er worden twee kernpunten behandeld:
- Misbruik van de steunregeling: Men wil voorkomen dat marktkooplieden hun vergunning behouden door kortstondig op de markt te verschijnen enkel om daarna weer zes maanden lang een uitkering te trekken. Dit werd gezien als een ongewenste maas in de wet.
- Compagnonschappen: Er is een strikte afwijzing van het uitbreiden van het systeem van compagnonschappen (samenwerkingsverbanden) naar andere markten dan het Waterlooplein. De angst is dat grote winkelbedrijven via stroomannen of 'compagnons' de beste plekken op de markt zouden opkopen, wat ten koste zou gaan van de kleine zelfstandige marktkoopman. Dit wordt omschreven als een "denaturatie" (verlies van het eigen karakter) van de markt.
Opvallend is de expliciete ontkenning van het bestaan van "Joodsche marktorganisaties". De auteur benadrukt de neutraliteit van de organisaties en het marktbestuur, wat wijst op een reactie tegen antisemitische verdachtmakingen of klachten die destijds blijkbaar door de 'adressant' waren geuit. Het document dateert van kort na oktober 1938, een periode van grote economische en politieke spanning in Nederland. Amsterdam kende een omvangrijk systeem van straatmarkten, waarvan het Waterlooplein (in de Jodenbuurt) een unieke positie innam met eigen gebruiken, zoals de compagnonschappen.
De discussie over de "Joodsche Directie" moet gezien worden in het licht van het opkomende antisemitisme en de invloed van de NSB in die jaren, waarbij vaak geprobeerd werd het Amsterdamse marktwezen (waar veel Joodse burgers werkzaam waren) in een kwaad daglicht te stellen. De ambtenaar in dit document verdedigt hier de zakelijke en inclusieve aard van het Marktwezen tegen dergelijke politiek geladen kwalificaties. De genoemde "Van Moerkerken" was een bekende figuur binnen de hiërarchie van het Amsterdamse marktwezen in die tijd.