Boekhoudkundig overzicht / Begrotingswijziging (personeelskosten).
Origineel
Boekhoudkundig overzicht / Begrotingswijziging (personeelskosten). [Top rechts:]
Transport | f | 10 225 | -
[Sectie 6:]
6. De chef-marktopsichter S. J. L. Daniels
(salarisgroep IV) met ingang op
23 Maart 1939.
Besparing te stellen op f 2275.- + f 113,75 | 2388 | 75
toelage voor nacht- en zondagsdienst
[Sectie 7:]
7. De controleur J. H. G. Crouwel
(salarisgroep II) met ingang op
4 October 1939.
Besparing te stellen op f 1800.- + f 75 voor
uniformkleeding + f 90 toelage voor
nacht- en zondagsdienst | 1965 | -
[Sectie 8:]
8. De bureauambtenaar J. A. Kooistra
(salarisgroep III) werd per 1 Juni
1938 overgeplaatst naar het Gemeente-
bureau voor maatschappelijke steun
in verband met gewijzigde heffing van
het rioolgeld.
Besparing te stellen op | 1900 | -
[Sectie 9:]
9. De schrijver A. Brandas (salaris-
groep I) per heden
Besparing te stellen op f | 1535 | -
[Subtotaal:] | 18 013 | 75
Te verhoogen met 10% voor sociale
lasten (met inbegrip van 4 tot 10%
zijnde het verschil tussen het verhaal
voor pensioen (10%) en de bijdrage van de
gemeente in het pensioenfonds (14 tot 20%) | 1000 | -
[Tussenstand:] | 19 013 | 75
Besparing verkregen door lagere
uitkeering aan gemobiliseerden
aan het normale salaris:
Houtvester J. A. Quintus (salarisgroep V)
Marktopsichter J. L. Deuning ( " III)
Bureauambtenaar G. J. Jager ( " III)
Controleur D. Schuringa ( " I)
Controleur G. J. Kammen ( " II) | 5000 | -
Totaal besparing | f | 24 000 | - Het document betreft een administratieve berekening van besparingen op de loonsom van een niet nader genoemde gemeente. De posten zijn genummerd (6 t/m 9), wat duidt op een vervolgvel van een groter rapport.
De tekst is geschreven in een zakelijk, 20e-eeuws cursief handschrift. Opvallend is de gedetailleerde uitsplitsing van salariscomponenten, zoals toelagen voor nacht- en zondagsdiensten en vergoedingen voor uniformkleding. Er wordt ook rekening gehouden met 'sociale lasten' en de complexe verrekening van pensioenpremies (het verschil tussen de eigen bijdrage van de ambtenaar en de werkgeversbijdrage van de gemeente).
De berekening eindigt met een ronde som van f 24.000,- aan totale besparingen. De historische context van dit document is zeer specifiek: de Nederlandse mobilisatie aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog (vanaf augustus 1939). In de laatste sectie wordt vermeld dat er f 5.000,- wordt bespaard door 'lagere uitkeering aan gemobiliseerden'.
Wanneer ambtenaren werden opgeroepen voor militaire dienst, ontvingen zij vaak niet hun volledige burgerlijke salaris, maar een aangepaste vergoeding (of de staat nam een deel van de lasten over). Dit leverde de gemeente een begrotingsvoordeel op. De genoemde namen (Quintus, Deuning, Jager, etc.) en functies (houtvester, marktopsichter) geven een inkijkje in het ambtelijk apparaat van een middelgrote tot grote Nederlandse stad in die turbulente periode. A. Brandas A. Kooistra A. Quintus D. Schuringa G. Crouwel J. Jager J. Kammen L. Daniels L. Deuning