Getypt verslag of memo (mogelijk een intern ambtelijk stuk van de gemeente Amsterdam).
Origineel
Getypt verslag of memo (mogelijk een intern ambtelijk stuk van de gemeente Amsterdam). A) Ingeschreven kunnen worden enz. "bovendien een groep Duitsche joden, die al jaren de Amsterdamsche markten bezoeken". enz.
In 1934 werd besloten aan buitenlanders geen vaste plaatsen meer op de markten te verleenen.
In 1939 werd door Burgemeester en Wethouders besloten een aantal buitenlanders die gedurende een aantal jaren losse plaatsen op de markten innamen of gedurende een zeer groot aantal jaren in Nederland waren gevestigd in de gelegenheid te stellen vaste plaatsen op de markten in te nemen en wel aan:
1) Duitscher[s] 19 waarvan 1 acht jaar en 1 twintig jaar in Nederland
2) Italianen 3 waarvan 2 twaalf jaar en 1 zestien jaar in Nederland
3) Polen 5 waarvan 1 tien jaar, 1 elf jaar en 1 zeventien jaar in Nederland
4) Russen 1
5) Hongaren 2
6) Turken 2
7) Tsjechen 1
---
Totaal 33 vreemdelingen.
B) "Op een der grootste straatmarkten, de Alb. Cuypstraat enz."
"Een andere groep is er, gelukkig een kleine, die alleen tracht "het beste van de markt af te roomen, door hoofdzakelijk op Zater-"dagen haar plaats te bezetten. Vaak zijn zij in het bezit der "beste plaatsen, enz.
"In den regel zijn het kooplieden van het Waterlooplein, "die er enkele uren uitbreken om aan hun "reglementverplichtingen" "te voldoen."
Negen vaste plaatshouders van het Waterlooplein nemen op de markt Albert Cuypstraat vaste plaatsen in (Toestand medio Mei 1939) Zie verder gegevens Hr. van Moerkerken. Van deze 9 plaatshouders staat de echtgenoote waarschijnlijk de geheele week in de Albert Cuypstraat, terwijl de man des Zaterdags te zamen met zijn vrouw de plaats bezet. (Voor overige markten, zie overzicht).
C) "Een tweede groep is de groep der permanente steuntrekkers, enz."
Het is inderdaad juist, dat een aantal kooplieden, vaste plaatshouders, ieder jaar gedurende geruimen tijd steun geniet. Voorheen was het zoo, dat een koopman die steun genoot, zijn marktplaats moest doorbetalen. Naar ik meen, is in 1933 de verplichting van het betalen van marktgeld gedurende den tijd dat steun genoten werd, komen te vervallen, op grond van het feit, dat het onjuist zou zijn den kooplieden wien verboden wordt een plaats in te nemen, te verplichten marktgeld te betalen.
Het werd toen zoo, dat voor kooplieden die in steun werden opgenomen, de plaats zonder betaling beschikbaar bleef, zonder dat een tijdsduur was vastgesteld. Dit document biedt inzicht in de bureaucratische omgang met marktkooplieden in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het is verdeeld in drie kernpunten:
- Punt A: Buitenlanders op de markt. Er wordt verwezen naar een restrictief beleid uit 1934 waarbij buitenlanders geen vaste plaatsen meer kregen. In 1939 werd dit versoepeld voor een specifieke groep (33 personen) die al lang in Nederland verbleef. Opvallend is de expliciete vermelding van "Duitsche joden", een groep die na 1933 sterk toenam door de vlucht uit Nazi-Duitsland. De lijst toont dat Duitsers de grootste groep vreemdelingen op de markt vormden.
- Punt B: Concurrentie en reglementen. Hier wordt geklaagd over kooplieden (voornamelijk van het Waterlooplein) die op de Albert Cuypstraat de "beste plaatsen" bezetten, maar er alleen op zaterdagen fysiek aanwezig zijn om de winst te maximaliseren ("het beste van de markt af te roomen"). Er wordt gesuggereerd dat vrouwen de plek de hele week bezet houden terwijl de mannen alleen op de drukke zaterdag komen.
- Punt C: Sociaal beleid (Steuntrekkers). Dit deel gaat over arme kooplieden die afhankelijk waren van de "steun" (werkloosheidsuitkering). Sinds 1933 hoefden zij geen marktgeld meer te betalen als zij tijdelijk niet mochten werken vanwege hun steun-status, terwijl hun vaste plek wel voor hen gereserveerd bleef. Het document dateert uit 1939, een periode van grote economische en politieke spanning.
- De Crisisjaren: Nederland kampte nog steeds met de gevolgen van de Grote Depressie. Het systeem van de "steun" was streng; wie steun trok, mocht vaak niet bijverdienen, wat leidde tot de in het document beschreven paradox van het moeten aanhouden van een marktplaats zonder deze te mogen gebruiken.
- Vluchtelingenstroom: Sinds 1933 vluchtten veel Joden uit Duitsland naar Amsterdam. Velen probeerden in de handel of op de markt een bestaan op te bouwen. De discussie over "vaste plaatsen" voor "vreemdelingen" raakt direct aan de spanningen tussen de lokale bevolking en nieuwkomers in een krappe arbeidsmarkt.
- Amsterdamse Marktcultuur: De Albert Cuypmarkt en de markt op het Waterlooplein waren (en zijn) iconische locaties. Het Waterlooplein lag in het hart van de Joodse buurt, wat verklaart waarom veel kooplieden daar vandaan kwamen. De wisselwerking tussen deze markten was een punt van zorg voor de marktmeesters en het stadsbestuur.