Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 332
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt rapport/memorandum (waarschijnlijk een ambtelijke notitie of bijlage bij een besluit).

Origineel

Getypt rapport/memorandum (waarschijnlijk een ambtelijke notitie of bijlage bij een besluit). A) Ingeschreven kunnen worden enz. "bovendien een groep Duitsche joden, die al jaren de Amsterdamsche markten bezoeken". enz.

In 1934 werd besloten aan buitenlanders geen vaste plaatsen meer op de markten te verleenen.

In 1939 werd door Burgemeester en Wethouders besloten een aantal buitenlanders die gedurende een aantal jaren losse plaatsen op de markten innamen of gedurende een zeer groot aantal jaren in Nederland waren gevestigd in de gelegenheid te stellen vaste plaatsen op de markten in te nemen en wel aan:

1) Duitschers: 19 waarvan 1 acht jaar en 1 twintig jaar in Nederland
2) Italianen: 3 waarvan 2 twaalf jaar en 1 zestien jaar in Nederland
3) Polen: 5 waarvan 1 tien jaar, 1 elf jaar en 1 zeventien jaar in Nederland
4) Russen: 1
5) Hongaren: 2
6) Turken: 2
7) Tsjechen: 1
Totaal: 33 vreemdelingen.

B) "Op een der grootste straatmarkten, de Alb. Cuypstraat enz."
"Een andere groep is er, gelukkig een kleine, die alleen tracht "het beste van de markt af te roomen, door hoofdzakelijk op Zaterdagen haar plaats te bezetten. Vaak zijn zij in het bezit der "beste plaatsen, enz."

"In den regel zijn het kooplieden van het Waterlooplein, "die er enkele uren uitbreken om aan hun "reglementverplichtingen" "te voldoen."

Negen vaste plaatshouders van het Waterlooplein nemen op de markt Albert Cuypstraat vaste plaatsen in (Toestand medio Mei 1939) Zie verder gegevens Hr. van Moerkerken. Van deze 9 plaatshouders staat de echtgenoote waarschijnlijk de geheele week in de Albert Cuypstraat, terwijl de man des Zaterdags te zamen met zijn vrouw de plaats bezet. (Voor overige markten, zie overzicht).

C) "Een tweede groep is de groep der permanente steuntrekkers, enz."

Het is inderdaad juist, dat een aantal kooplieden, vaste plaatshouders, ieder jaar gedurende geruimen tijd steun geniet. Voorheen was het zoo, dat een koopman die steun genoot, zijn marktplaats moest doorbetalen. Naar ik meen, is in 1933 de verplichting van het betalen van marktgeld gedurende den tijd dat steun genoten werd, komen te vervallen, op grond van het feit, dat het onjuist zou zijn den kooplieden wien verboden wordt een plaats in te nemen, te verplichten marktgeld te betalen.

Het werd toen zoo, dat voor kooplieden die in steun werden opgenomen, de plaats zonder betaling beschikbaar bleef, zonder dat een tijdsduur was vastgesteld. * Beleidswijziging: Het document toont een verschuiving in het Amsterdamse marktbeleid tussen 1934 (strenge stop op vaste plaatsen voor vreemdelingen) en 1939 (een versoepeling voor langdurig ingezetenen).
* Demografie: De lijst van 33 vreemdelingen die in 1939 een vaste plaats kregen, wordt gedomineerd door Duitsers (19 van de 33). Gezien de context van 1939 en de expliciete vermelding van "Duitsche joden" in de inleiding, gaat het hier waarschijnlijk om vluchtelingen die het nazi-regime waren ontvlucht.
* Handelspraktijken: Sectie B beschrijft de dynamiek tussen de Albert Cuypmarkt en het Waterlooplein. Er is sprake van onvrede over kooplieden die enkel de winstgevende zaterdagen "afroomen". Het document onthult een overlevingsstrategie waarbij echtparen beide markten bestrijken.
* Sociaal vangnet: Sectie C belicht de precaire financiële situatie van veel marktkooplieden tijdens de crisisjaren. De regeling uit 1933 zorgde ervoor dat zij hun vaste plek niet verloren als ze tijdelijk afhankelijk waren van de "steun" (werkloosheidsuitkering), aangezien ze tijdens het ontvangen van die steun niet mochten handelen. Dit document is een belangrijke historische bron voor de sociaal-economische geschiedenis van Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het weerspiegelt de bureaucratische omgang met de grote stroom vluchtelingen uit Duitsland en Centraal-Europa in de jaren '30. De markten waren in die tijd een essentiële bron van inkomsten voor migranten en mensen aan de onderkant van de samenleving. De vermelding van "Hr. van Moerkerken" verwijst waarschijnlijk naar een functionaris van de toenmalige Marktwezen-administratie. De tekst ademt de sfeer van de late crisistijd, waarin de overheid probeerde de concurrentie tussen lokale kooplieden en nieuwkomers te reguleren, terwijl zij ook rekening hield met de armoede onder de eigen bevolking (de steuntrekkers).

Samenvatting

  • Beleidswijziging: Het document toont een verschuiving in het Amsterdamse marktbeleid tussen 1934 (strenge stop op vaste plaatsen voor vreemdelingen) en 1939 (een versoepeling voor langdurig ingezetenen).
  • Demografie: De lijst van 33 vreemdelingen die in 1939 een vaste plaats kregen, wordt gedomineerd door Duitsers (19 van de 33). Gezien de context van 1939 en de expliciete vermelding van "Duitsche joden" in de inleiding, gaat het hier waarschijnlijk om vluchtelingen die het nazi-regime waren ontvlucht.
  • Handelspraktijken: Sectie B beschrijft de dynamiek tussen de Albert Cuypmarkt en het Waterlooplein. Er is sprake van onvrede over kooplieden die enkel de winstgevende zaterdagen "afroomen". Het document onthult een overlevingsstrategie waarbij echtparen beide markten bestrijken.
  • Sociaal vangnet: Sectie C belicht de precaire financiële situatie van veel marktkooplieden tijdens de crisisjaren. De regeling uit 1933 zorgde ervoor dat zij hun vaste plek niet verloren als ze tijdelijk afhankelijk waren van de "steun" (werkloosheidsuitkering), aangezien ze tijdens het ontvangen van die steun niet mochten handelen.

Historische Context

Dit document is een belangrijke historische bron voor de sociaal-economische geschiedenis van Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het weerspiegelt de bureaucratische omgang met de grote stroom vluchtelingen uit Duitsland en Centraal-Europa in de jaren '30. De markten waren in die tijd een essentiële bron van inkomsten voor migranten en mensen aan de onderkant van de samenleving. De vermelding van "Hr. van Moerkerken" verwijst waarschijnlijk naar een functionaris van de toenmalige Marktwezen-administratie. De tekst ademt de sfeer van de late crisistijd, waarin de overheid probeerde de concurrentie tussen lokale kooplieden en nieuwkomers te reguleren, terwijl zij ook rekening hield met de armoede onder de eigen bevolking (de steuntrekkers).

Locaties

Amsterdam (genoemde locaties: Albert Cuypstraat Waterlooplein).

Kooplieden in dit dossier 62

A. Boersen Uilenburg — " —
A. Cuijpstr Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 89
A. Cuypstraat Waterlooplein
B. Schmiedemind Uilenburg v. Burg en Dijkema
B. Schmiedemind Uilenburg — " —
G. Burgers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg v. Burg.
G. Hillegers Uilenburg Renz en Uitvlugt
G. Hillegers Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Uitvlugt
J. J. Reenslag. Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Moerkerken en Bakker
J. Trapman Uilenburg — " —
J. v.d. Beek Uilenburg — " —
L. Scholten Uilenburg — " —
M.A.J. Roozen Uilenburg — " —
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 15 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 1 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 22 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Alle 62 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2