Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 348
Dossier 25
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte rapportage of ambtelijke brief.

Origineel

Getypte rapportage of ambtelijke brief. Bladz.4 Brief 20/36/2 M.
de beweringen van adressant op dit stuk mijns inziens afdoende
weerlegd.

      Wat de van 1 tot en met 12 genummerde voorstellen

van adressant betreft merk ik allereerst op, dat een aantal
dezer voorstellen in het voorafgaande algemeene deel niet zijn
gemotiveerd en dat zij ook verder zonder eenige motiveering
worden gesteld. Ik heb nochtans getracht zoo goed mogelijk de
bedoeling na te gaan, welke adressant met elk der voorstellen
kan hebben gehad en ik heb daartoe ook een bespreking gevoerd
met een vijftal ambtenaren van mijn dienst, namelijk den chef-
marktopzichter Van Moerkerken, de marktopzichters Stroer, Vrij
en De Wolff, benevens den controleur-marktopzichter Uitvlugt,
welke ambtenaren ieder op een der dagmarkten dienstdoen. Deze
ambtenaren hebben zich - behoudens de uitzonderingen hieronder
genoemd bij de voorstellen sub 4 (afwijkende opvatting van den
ambtenaar Vrij) en sub 7 en 9 (onthouding van advies ten aan-
zien van Uilenburg) - eenstemmig vereenigd met de zienswijze,
welke hieronder ten aanzien van de voorstellen van het Arbeids-
front wordt weergegeven.

      Een der voornaamste grieven, welke door het Arbeids-

front zijn geuit, is, dat het op grond van de bestaande regle-
mentsbepalingen mogelijk is, dat marktkooplieden, die zeer
regelmatig een bepaalde markt bezoeken aldaar op sommige,
gunstige dagen (vooral des Zaterdags) of in bepaalde gunstige
seizoenen plaats moeten ruimen voor kooplieden, die overigens
de markt slechts weinig bezoeken, hetzij omdat zij ook op
andere markten staan, hetzij omdat zij ondersteuning ontvangen.
Zooals ik hierboven bij de behandeling van punt B bereids mede-
deelde, is deze grief niet ongegrond. Het is daarom wenschelijk,
dat maatregelen worden getroffen, waardoor de regelmatige
bezetting van de markt, zooveel mogelijk steeds door dezelfde
kooplieden, wordt bevorderd. Het door adressant sub 1 gedane
voorstel, om de kooplieden te verplichten ten minste drie dagen
per week een marktplaats op een dagmarkt te bezetten, in plaats
van twee dagen, zooals artikel 9 sub a van het Reglement op de
Markten thans voorschrijft, heeft deze strekking. Ik neem dit
voorstel daarom over: ook voor de markt in de Dapperstraat,
waar tot nu toe zelfs met een uitstalling van slechts één dag
per week kon worden volstaan. Zooals ik U bereids op vervolg-
blad 3 van mijn rapport d.d. 24 Januari jl. (No.8A/25/1 M.)
berichtte, is uit een desbetreffend onderzoek gebleken, dat de
overgroote meerderheid der vaste plaatshouders op de markten
hier ter stede slechts op één enkele markt een plaats bezetten.
Bijlage 4 van het bedoelde rapport gaf daarvan een overzicht.
Ik acht het dan ook in het belang van de markten, om ten deze
de voorschriften strenger te stellen, dan tot nu toe het geval
was. De bij vele kooplieden bestaande grief omtrent de onbil-
lijkheid, dat zij op gunstige dagen plaats moeten ruimen voor
kooplieden, die slechts zelden komen, wordt daarmee tevens
ondervangen. In dit document adviseert een ambtelijke functionaris (waarschijnlijk de directeur van de Markten in Amsterdam) over twaalf voorstellen van "adressant", die optreedt namens het Arbeidsfront. De kern van het betoog op deze pagina gaat over de "onbillijkheid" in de huidige marktverordening.

Vaste kooplieden ondervinden hinder van incidentele kooplieden die op drukke dagen (zoals zaterdag) hun plaatsen opeisen. Om de continuïteit en de positie van de vaste kooplieden te versterken, wordt voorgesteld om de verplichte aanwezigheid te verhogen van twee naar drie dagen per week. Opmerkelijk is de vermelding dat voor de Dapperstraat voorheen zelfs één dag per week volstond. De rapporteur steunt dit voorstel om de "regelmatige bezetting" door dezelfde personen te bevorderen. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De term "Arbeidsfront" verwijst naar het Nederlandsche Arbeidsfront (NAF), de nationaalsocialistische vakorganisatie die door de bezetter werd ingesteld nadat de bestaande vakbonden waren gelijkgeschakeld of opgeheven.

De tekst geeft een inkijk in de Amsterdamse marktregulering tijdens de oorlog. Het noemen van de markt in de Dapperstraat en de markt op Uilenburg is historisch relevant. Uilenburg was een van de centrale plekken in de Joodse buurt; de onthouding van advies door ambtenaren over deze specifieke markt kan wijzen op de precaire situatie of de reeds uitgevoerde uitsluiting van Joodse marktkooplieden in die periode. Het document toont hoe bureaucratische processen en regelgeving werden aangepast onder invloed van de nieuwe politieke orde.

Samenvatting

In dit document adviseert een ambtelijke functionaris (waarschijnlijk de directeur van de Markten in Amsterdam) over twaalf voorstellen van "adressant", die optreedt namens het Arbeidsfront. De kern van het betoog op deze pagina gaat over de "onbillijkheid" in de huidige marktverordening.

Vaste kooplieden ondervinden hinder van incidentele kooplieden die op drukke dagen (zoals zaterdag) hun plaatsen opeisen. Om de continuïteit en de positie van de vaste kooplieden te versterken, wordt voorgesteld om de verplichte aanwezigheid te verhogen van twee naar drie dagen per week. Opmerkelijk is de vermelding dat voor de Dapperstraat voorheen zelfs één dag per week volstond. De rapporteur steunt dit voorstel om de "regelmatige bezetting" door dezelfde personen te bevorderen.

Historische Context

Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De term "Arbeidsfront" verwijst naar het Nederlandsche Arbeidsfront (NAF), de nationaalsocialistische vakorganisatie die door de bezetter werd ingesteld nadat de bestaande vakbonden waren gelijkgeschakeld of opgeheven.

De tekst geeft een inkijk in de Amsterdamse marktregulering tijdens de oorlog. Het noemen van de markt in de Dapperstraat en de markt op Uilenburg is historisch relevant. Uilenburg was een van de centrale plekken in de Joodse buurt; de onthouding van advies door ambtenaren over deze specifieke markt kan wijzen op de precaire situatie of de reeds uitgevoerde uitsluiting van Joodse marktkooplieden in die periode. Het document toont hoe bureaucratische processen en regelgeving werden aangepast onder invloed van de nieuwe politieke orde.

Kooplieden in dit dossier 62

A. Boersen Uilenburg — " —
A. Cuijpstr Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 89
A. Cuypstraat Waterlooplein
B. Schmiedemind Uilenburg v. Burg en Dijkema
B. Schmiedemind Uilenburg — " —
G. Burgers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg v. Burg.
G. Hillegers Uilenburg Renz en Uitvlugt
G. Hillegers Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Uitvlugt
J. J. Reenslag. Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Moerkerken en Bakker
J. Trapman Uilenburg — " —
J. v.d. Beek Uilenburg — " —
L. Scholten Uilenburg — " —
M.A.J. Roozen Uilenburg — " —
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 15 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 1 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 22 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Alle 62 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2