Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 350
Dossier 28
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

Bladz. No. 6 Brief 20/36/2 M.

Tenslotte diene nog in dit verband, dat bij de Reglementswijziging die ten deze noodig is, mijns inziens de mogelijkheid moet blijven behouden, dat een koopman, die op een dagmarkt een vaste plaats bezet, van markt verandert, door zich als sollicitant voor een andere dagmarkt te laten inschrijven. Een bijzondere regeling voor deze inschrijving kan mijns inziens zonder bezwaar in het Reglement worden opgenomen.

De hier in principe voorgestelde reglementswijzigingen zullen ongetwijfeld eenig financieel nadeel opleveren, aangezien een aantal kooplieden, die thans vaste plaatsen op meer dan één dagmarkt bezetten, daarvoor zullen moeten bedanken (dat een koopman vaste plaatsen op meer dan twee weekmarkten bezet komt nagenoeg niet voor). Indien geen der hier bedoelde vaste plaatsen meer zou worden bezet, zou deswege een inkomstenderving van rond ƒ 4.400,- per jaar te verwachten zijn. Aangezien echter het grootste deel der vrij komende vaste plaatsen door andere kooplieden zal worden ingenomen - hetgeen juist een der voornaamste motieven voor de nieuwe regeling is - en aangezien voorts een deel der kooplieden, die voor vaste plaatsen moesten bedanken, losse plaatsen zullen gaan innemen, zal de inkomstenderving naar schatting tot ƒ 2.000,- à ƒ 3.000,- 's jaars beperkt blijven. Dit nadeel dient, naar mijn meening, binnen afzienbaren tijd te worden opgeheven door verhooging van het marktgeld, waartoe des te meer aanleiding zal bestaan, naarmate de ontwikkeling van de markten door de nieuwe bepalingen beter wordt gediend. In dit verband herinner ik er nog aan, dat een van de voorname argumenten van de bestrijders van marktgeldverhooging destijds was, dat de Amsterdamsche kooplieden weliswaar een laag plaatsgeld betalen, doch dat zij als regel op meer dan één markt staan om hun brood te kunnen verdienen en dus meermalen per week het marktgeld moeten voldoen. Zooals ik U bereids in mijn bovenaangehaald rapport van 24 Januari jl. berichtte is deze mededeeling ook thans reeds in haar algemeenheid onjuist en zij zal elken grond hebben verloren, wanneer de hier voorgestelde reglementswijzigingen zullen zijn ingevoerd.

Wanneer het door adressant sub 8 gedane voorstel wordt aanvaard, bestaat voor het - op zich zelf min of meer willekeurig lijkende - voorstel, dat sub 2 is gedaan, namelijk het ontnemen van de vaste plaatsen, die kooplieden van Waterlooplein en Nieuwmarkt op andere markten bezetten, geen aanleiding meer: alle kooplieden zullen behooren te kiezen, wanneer zij op meer dan één markt een plaats innemen.

Wat het door adressant sub 12 gedane voorstel betreft merk ik op, dat ook dit de strekking heeft om de regelmatige marktbezoekers zoo veel mogelijk te beschermen. Tegen inwilliging van dit verzoek, dat overigens van betrekkelijk ondergeschikte beteekenis is, bestaat mijnerzijds geen bezwaar.

Ook het door adressant sub 3 gedane voorstel om de plaatsen van steuntrekkers, na drie maanden steun in een tijdsverloop van een jaar, in te trekken, lijkt mij alleszins aanbevelenswaardig. Het is eveneens een bevordering van het regelmatige bezoeken der markt door de kooplieden en het heeft de strekking om te voorkomen, dat kooplieden, die in het ongunstige jaargetijde op de markt blijven, de plaatsen moeten inruimen voor de steuntrekkers, die alleen in het goede sei- * Kernboodschap: De auteur adviseert over de hervorming van marktregels om eerlijkheid te bevorderen en regelmatige marktkooplieden te beschermen, terwijl de financiële impact voor de gemeente beperkt moet blijven.
* Vaste Standplaatsen: Er wordt voorgesteld om te verbieden dat kooplieden op meerdere markten tegelijk een vaste standplaats hebben. Dit moet leiden tot een betere doorstroom en beschikbaarheid voor andere ondernemers.
* Financiën: De verwachte derving van inkomsten (tussen 2000 en 3000 gulden) wordt acceptabel geacht en kan worden gecompenseerd door een verhoging van het marktgeld. De auteur weerlegt een oud argument van kooplieden dat het marktgeld laag moet blijven omdat ze op meerdere locaties moeten staan.
* Sociale aspecten: Er is een specifiek voorstel om standplaatsen van 'steuntrekkers' (mensen met een uitkering) in te trekken als zij gedurende een jaar drie maanden steun ontvangen. Dit is bedoeld om de 'echte' kooplieden te beschermen die ook in slechte seizoenen (winter) op de markt staan, tegenover gelegenheidskooplieden die alleen in het 'goede seizoen' komen. Dit document biedt een inkijkje in het marktbeheer van Amsterdam in een periode waarin de stad probeerde de informele handelseconomie strakker te reguleren. De genoemde locaties (Waterlooplein en Nieuwmarkt) waren en zijn iconische marktlocaties. Het taalgebruik ("inziens", "betreft", "deswege") en de spelling ("Amsterdamsche", "noodig") duiden op een pre-1947 spellingstijl (Marchant), hoewel dergelijke spelling in ambtelijke stukken vaak langer bleef hangen. Het document weerspiegelt een tijd van economische ordening en een strikte scheiding tussen beroepsmatige handel en bijverdiensten vanuit de sociale steun.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De auteur adviseert over de hervorming van marktregels om eerlijkheid te bevorderen en regelmatige marktkooplieden te beschermen, terwijl de financiële impact voor de gemeente beperkt moet blijven.
  • Vaste Standplaatsen: Er wordt voorgesteld om te verbieden dat kooplieden op meerdere markten tegelijk een vaste standplaats hebben. Dit moet leiden tot een betere doorstroom en beschikbaarheid voor andere ondernemers.
  • Financiën: De verwachte derving van inkomsten (tussen 2000 en 3000 gulden) wordt acceptabel geacht en kan worden gecompenseerd door een verhoging van het marktgeld. De auteur weerlegt een oud argument van kooplieden dat het marktgeld laag moet blijven omdat ze op meerdere locaties moeten staan.
  • Sociale aspecten: Er is een specifiek voorstel om standplaatsen van 'steuntrekkers' (mensen met een uitkering) in te trekken als zij gedurende een jaar drie maanden steun ontvangen. Dit is bedoeld om de 'echte' kooplieden te beschermen die ook in slechte seizoenen (winter) op de markt staan, tegenover gelegenheidskooplieden die alleen in het 'goede seizoen' komen.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in het marktbeheer van Amsterdam in een periode waarin de stad probeerde de informele handelseconomie strakker te reguleren. De genoemde locaties (Waterlooplein en Nieuwmarkt) waren en zijn iconische marktlocaties. Het taalgebruik ("inziens", "betreft", "deswege") en de spelling ("Amsterdamsche", "noodig") duiden op een pre-1947 spellingstijl (Marchant), hoewel dergelijke spelling in ambtelijke stukken vaak langer bleef hangen. Het document weerspiegelt een tijd van economische ordening en een strikte scheiding tussen beroepsmatige handel en bijverdiensten vanuit de sociale steun.

Locaties

Vermoedelijk Amsterdam (gezien de verwijzingen naar de Amsterdamsche kooplieden Waterlooplein en Nieuwmarkt).

Kooplieden in dit dossier 62

A. Boersen Uilenburg — " —
A. Cuijpstr Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 89
A. Cuypstraat Waterlooplein
B. Schmiedemind Uilenburg v. Burg en Dijkema
B. Schmiedemind Uilenburg — " —
G. Burgers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg v. Burg.
G. Hillegers Uilenburg Renz en Uitvlugt
G. Hillegers Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Uitvlugt
J. J. Reenslag. Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Moerkerken en Bakker
J. Trapman Uilenburg — " —
J. v.d. Beek Uilenburg — " —
L. Scholten Uilenburg — " —
M.A.J. Roozen Uilenburg — " —
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 15 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 1 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 22 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Alle 62 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2