Getypte ambtelijke rapportage/adviesbrief (pagina 7 van een groter geheel).
Origineel
Getypte ambtelijke rapportage/adviesbrief (pagina 7 van een groter geheel). 27 september 1940. Vermoedelijk het hoofd van het Marktwezen te Amsterdam. Bladz. 7 27 September x 40
20/36/2 M. den Heer Wethouder voor de
Alhier. Levensmiddelen,
zoen, wanneer hun dit past, op de markt een plaats bezetten.
In bijlage A heb ik doen vermelden het gemiddelde
aantal steundagen per marktkoopman per jaar. Dit aantal blijkt
91 te zijn, dus juist de voorgestelde maximum tijd van drie
maanden. In werkelijkheid bereikt slechts een klein aantal
kooplieden dit groote aantal steundagen van 3 maanden; het ge-
middelde cijfer van bijlage A wordt namelijk sterk verhoogd
doordien van de 221 kooplieden een 60 tal van 100 tot zelfs
365 dagen steun hebben ontvangen.
Op de gronden, welke ik hierboven (op bladzijde 3
bereids uiteenzette, wordt tot afwijzing van het sub 4 door
adressant gedane verzoek tot invoering van compagnonschappen
op alle markten geadviseerd. Slechts één der door mij geraad-
pleegde marktambtenaren bleef op invoering dezer compagnon-
schappen aandringen, niet omdat hij de bezwaren ervan ontkende,
doch omdat hij het gewenscht vond op alle markten een zelfde
regeling toe te passen. Nu de compagnonschappen op het Water-
looplein eenmaal worden toegelaten, wenschte deze ambtenaar
- de marktopzichter Vrij - ze overal te zien ingevoerd, onge-
acht de vraag of ze al dan niet schadelijk zijn. Deze rede-
neering is naar mijn meening en naar die van de overige ge-
raadpleegde ambtenaren niet aanvaardbaar.
Met de onder 5 en 6 gedane voorstellen beoogt
adressant de overdracht van marktplaatsen zoowel aan de kin-
deren der kooplieden, als aan hun personeel of compagnons
(gesteld, dat deze laatsten worden toegelaten) in het Regle-
ment te regelen. Een dergelijke regeling is door mij besproken
in de 23e vergadering van de Commissie van Advies voor de
Markten op 10 October 1938 (notulen bladzijde 4 en volgende).
De Commissie heeft toen eenstemmig geadviseerd regelingen,
zooals hier bedoeld, niet in het Reglement op te nemen. In
bijzondere gevallen kan overdracht altijd plaats vinden, door
toepassing van artikel 35 van het Reglement op de Markten,
bepalende, dat ik in bijzondere gevallen bevoegd ben van de
bepalingen van het Reglement omtrent de toewijzing en de be-
zetting van plaatsen af te wijken. De door mij geraadpleegde
ambtenaren vereenigden zich eenstemmig met deze opvatting.
Met betrekking tot de door adressant onder 5 en 6 gedane voor-
stellen adviseer ik dus, dat het niet gewenscht is om des-
betreffende bepalingen in het Reglement op te nemen, doch dat,
in gevallen waarin zulks om bijzondere redenen aanbevelens-
waardig is, de mogelijkheid van overdracht, zooals adressant
bedoelt, bestaat, door toepassing van artikel 35 van het
Reglement op de Markten.
Met zijn voorstellen sub 7 en 9 beoogt adressant
de opheffing van de Zondagsmarkt Uilenburg. De door mij ge-
raadpleegde ambtenaren hebben zich van het geven van een
advies dienaangaande onthouden, omdat zij van meening zijn,
dat het hier zuiver een aangelegenheid betreft van beleid van
het Gemeentebestuur. Ik onderschrijf deze opvatting, doch Dit document is een ambtelijk advies over diverse marktgerelateerde kwesties in Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Steunverlening: Er wordt gerapporteerd over het aantal 'steundagen' (sociale bijstand) voor marktkooplieden. Hoewel het gemiddelde 91 dagen is, blijkt uit de analyse dat een kleine groep (60 van de 221) zeer langdurig steun ontvangt, wat het gemiddelde vertekent.
- Compagnonschappen: Er is een verzoek om compagnonschappen (zakelijke partnerschappen) op alle markten toe te staan. Dit wordt afgewezen, ondanks het pleidooi van marktopzichter Vrij voor uniformiteit met het Waterlooplein. Men vreest "schadelijke" effecten.
- Overdracht van standplaatsen: De auteur adviseert tegen het wettelijk vastleggen van de overdracht van marktplaatsen aan familie of personeel. In plaats daarvan pleit hij voor het behoud van de discretionaire bevoegdheid (via artikel 35) om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van de regels.
- Zondagsmarkt Uilenburg: Er ligt een voorstel om deze markt op te heffen. De ambtenaren laten het oordeel hierover over aan de politiek (het Gemeentebestuur), daar dit een beleidsmatige keuze betreft. De datum van het document, september 1940, plaatst deze correspondentie in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde locaties (Waterlooplein, Uilenburg) bevonden zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De markten daar waren van oudsher belangrijk voor de Joodse gemeenschap.
Het voorstel tot opheffing van de Zondagsmarkt op Uilenburg moet in dit licht kritisch worden bekeken; hoewel de tekst het presenteert als een beleidsvraagstuk, vonden in deze periode de eerste stappen plaats om Joodse burgers uit het openbare en economische leven te weren. De discussie over "steundagen" weerspiegelt de economische nood waarin veel marktkooplieden verkeerden aan het begin van de oorlog. De strikte houding ten aanzien van compagnonschappen en overdrachten kan duiden op een poging van het stadsbestuur om de controle op de marktbezetting te verstrakken in een onzekere tijd.