Getypte ambtelijke brief/rapportage (doorslag of stencil).
Origineel
Getypte ambtelijke brief/rapportage (doorslag of stencil). Bladz. No. 8 Brief 20/36/2 M.
ik voeg daaraan nog toe, dat dezerzijds bezwaarlijk een voor-
stel kan worden gesteund om een zoo belangrijke weekmarkt als
de Zondagsmarkt, waar wekelijks ± 360 kooplieden + 450
plaatsen bezetten, op te heffen. Daargelaten de inkomsten,
die de Gemeente aan marktgeld van deze markt heeft, (jaarlijks
+/- f 4.300,-), lijkt het mij niet juist om de Zondagsmarkt,
nu zij eenmaal bestaat, op te heffen, zoolang de Winkel-
sluitingswet op dit punt niet is veranderd. Voor de goede orde
merk ik nog op, dat aan adressant moet worden toegegeven, dat
op de Zondagsmarkt Uilenburg nog slechts zeer weinig koop-
lieden een plaats bezetten, die op den Sabbath geen zaken
doen, zij het, dat de markt op het Waterlooplein nog steeds
niet op Zaterdag wordt gehouden. De oorspronkelijke reden,
waarom de Zondagsmarkt werd gesticht, is dus inderdaad in den
loop der jaren voor een goed deel komen te vervallen. Zou ik
dan ook, indien de Zondagsmarkt niet bestond, zeker niet tot
haar instelling adviseeren, zoo meen ik nochtans, dat voorals-
nog voor haar opheffing geen aanleiding bestaat. Ik houd hier-
bij rekening met het feit, dat het koopende publiek op Uilen-
burg grootendeels een niet-Joodsch publiek is, - zelfs van
buiten Amsterdam - dat des Zondags gelegenheid heeft om op
/in andere steden deze markt inkoopen te doen; bovendien merk ik op, dat ook / in
het buitenland, Zondagsmarkten worden gehouden.
Op grond van het bovenstaande adviseer ik derhalve
eveneens tot afwijzing van het sub 9 door adressant gedane
verzoek. Er bestaat mijns inziens te minder aanleiding om den
marktkooplieden te verbieden 7 dagen per week te handelen,
hoe ongewenscht dit ook overigens zij, zoolang ook vele stand-
plaatshouders en venters (met ijs, geringe eetwaren en bloe-
men) op Zondag en derhalve 7 dagen per week hun werk plegen
te verrichten. Zoolang de Wet den Zondagsarbeid niet op
strenger wijze verbiedt, dan thans het geval is, bestaat mijns
inziens geen reden om ten deze aan marktkooplieden bijzondere
voorschriften te stellen. Voor de goede orde breng ik in dit
verband nog in herinnering mijn rapport d.d. 23 dezer (No.
20/42/1 M.) waarbij ik U berichtte, dat des Zaterdags geen
marktplaatsen meer worden verstrekt aan marktkooplieden, die
tevens een winkel hebben, welke op dien dag gesloten is ten-
einde op Zondag geopend te mogen zijn.
Opheffing van de weekmarkt in de Sumatrastraat en
bijvoeging van die markt bij de dagmarkt Dapperstraat, zooals
adressant sub 10 voorstelt, wordt vooralsnog ontraden. Dit
voorstel zou alleszins aannemelijk zijn, indien de ervaring
niet had geleerd, dat het haast ondoenlijk is om marktkoop-
lieden - en vooral ook venters, zooals die op de markt Suma-
trastraat veel voorkomen - te dwingen elders te gaan staan,
dan waar zij dit plegen te doen. Zou de markt Sumatrastraat
thans worden opgeheven, dan zou dit geenszins beteekenen, dat
een belangrijk aantal der kooplieden van die markt voortaan
op de Dapperstraat zouden gaan staan. De bedoelde kooplieden
zouden in de Sumatrastraat en omgeving blijven venten, tot
hinder van het verkeer en de markt Dapperstraat zou er niet
beter door worden bezet. Ook thans reeds is op de markt Dap-
perstraat ruimschoots gelegenheid om er marktplaatsen te be-
zetten, doch de kooplieden van de Sumatrastraat hebben
onlangs, bij een ingesteld onderzoek, te kennen gegeven, geen
gebruik van de Dapperstraat te willen maken. Zou te zijner * Kern van het betoog: De auteur adviseert tegen de opheffing van de Zondagsmarkt en tegen het verbieden van 7-daagse handel voor marktkooplieden. Daarnaast wordt het samenvoegen van de markt in de Sumatrastraat met de Dapperstraat afgeraden.
* Argumentatie Zondagsmarkt: Hoewel de oorspronkelijke (Joodse) religieuze noodzaak deels is vervallen (weinig kooplieden houden nog Sabbathrust), is de markt economisch belangrijk voor de gemeente (f 4.300,- aan leges) en trekt het een groot niet-Joods publiek van buiten de stad aan.
* Argumentatie Winkelsluiting: De auteur wijst op de discrepantie tussen winkeliers en marktkooplieden. Er wordt specifiek verwezen naar een maatregel om te voorkomen dat winkeliers hun zaak op zaterdag sluiten om enkel op zondag op de markt te kunnen staan.
* Argumentatie Sumatrastraat: Handhaving van de markt in de Sumatrastraat is noodzakelijk omdat de kooplieden (voornamelijk venters) weigeren naar de Dapperstraat te verhuizen. Opheffing zou leiden tot illegale straathandel en verkeershinder. Dit document stamt uit de periode (vermoedelijk jaren '30) waarin de discussie over de Zondagswet en de Winkelsluitingswet in Amsterdam hoog opliep. De markten in de Joodse buurt (Uilenburg, Waterlooplein) hadden een unieke status vanwege de Sabbath. In deze periode trachtte de gemeente de ambulante handel meer te reguleren en te concentreren op vaste marktlocaties (zoals de Dapperstraat), wat op weerstand stuitte van de kleine handelaren en venters in de Indische Buurt (Sumatrastraat). De tekst getuigt van een pragmatische bestuurlijke blik waarbij economische belangen en de vrees voor oncontroleerbare straathandel prevaleren boven strikte zondagsrust.