Archiefdocument
Origineel
27 september 1940 BYLAGE A.
behoort bij brief no.20/36/2 M d.d. 27 September 1940 van den Directeur van het Marktwezen aan den heer Wethouder voor de Levensmiddelen.-
| MARKTEN | Aantal uitgegeven vaste plaatsen op 1 September 1940 | Periode 1 September 1939 – 1 September 1940 | | | | | | | |
| :--- | :---: | :---: | :---: | :---: | :---: | :---: | :---: | :---: | :---: | :---: |
| | Niet-Joden | Joden | Aantal kooplieden dat één of meer keeren steun genoot | | Percentage kooplieden, dat één of meer keeren steun genoot | | Totaal aantal steundagen | | Gemiddeld aantal steundagen per persoon | |
| | | | Niet-Joden | Joden | Niet-Joden | Joden | Niet-Joden | Joden | Niet-Joden | Joden |
| Albert Cuypstraat | 156 | 170 | 52 | 42 | 33 | 25 | 4407 | 3748 | 85 | 89 |
| Lindengracht | 192 | 75 | 59 | 10 | 31 | 13 | 6782 | 594 | 115 | 59 |
| Ten Katestraat | 139 | 93 | 36 | 22 | 26 | 24 | 2934 | 1659 | 81 | 75 |
| Totaal: | 487 | 338 | 147 | 74 | 30 | 22 | 14123 | 6001 | 96 | 81 |
Gemiddeld aantal steundagen per marktkoopman: 91. Dit document is een administratief overzicht van het Amsterdamse Marktwezen, opgesteld slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De meest opvallende eigenschap is de strikte categorisering van burgers in "Niet-Joden" en "Joden".
De tabel vergelijkt drie grote Amsterdamse markten: de Albert Cuypstraat (waar Joodse kooplieden destijds zelfs in de meerderheid waren wat betreft vaste plaatsen), de Lindengracht en de Ten Katestraat. Er wordt gekeken naar het aantal uitgegeven vergunningen en de mate waarin deze groepen afhankelijk waren van overheidssteun ("steundagen") in het jaar voorafgaand aan september 1940. Opvallend is dat uit de eigen cijfers van de gemeente blijkt dat in deze periode het percentage Joodse kooplieden dat steun genoot (22%) lager lag dan dat van niet-Joodse kooplieden (30%). De datum van het document (27 september 1940) is cruciaal. De nazi-bezetter was op dat moment begonnen met de systematische voorbereiding van de uitsluiting van Joden uit het openbare en economische leven. De Nederlandse ambtenarij werkte mee aan het in kaart brengen van de Joodse bevolking en hun economische posities.
Kort na het opstellen van dit soort rapporten volgden de eerste anti-Joodse maatregelen voor de markten. In november 1940 mochten Joodse kooplieden geen nieuwe vergunningen meer krijgen. Begin 1941 werden Joodse marktkooplieden volledig van de algemene markten geweerd en verbannen naar speciaal aangewezen "Joodse markten" (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat). Dit document diende als statistische onderbouwing voor de administratieve segregatie die de deportaties voorafging. Gemeente Amsterdam Marktwezen