Handgeschreven conceptbrief/notitie (ontwerp).
Origineel
Handgeschreven conceptbrief/notitie (ontwerp). 8 november 1940. [Linksboven:]
Concept
MNr 20/36/4
Wijziging Reglement op de markten.
[Rechtsboven:]
A’dam 8 November 1940
W.P.V. [Initialen]
[Midden:]
Ter beantwoording van Uw missive d.d. 6 dezer (no. 838 [?] 1940) heb ik de eer U te berichten, dat de door U aangegeven wijziging in het Reglement op de markten mij aanleiding geeft tot de navolgende opmerkingen:
~~alle zijn van redactionele~~ [doorgehaald]
~~principiële~~ [doorgehaald]
I. Met de door U aangegeven voorgestelde wijziging in art. 9 sub a en de invoeging van een nieuwe alinea na c van art. 9 kan ik mij verenigen.
II. De toevoeging van een vijfde alinea aan art. 6 lijkt mij minder juist, omdat dit artikel alleen handelt over de onderscheiding van vaste en losse plaatsen. Bovendien [zou de?] nieuwe vijfde alinea [in?] tegenspraak [komen?] met art. 16 lid 1, krachtens welke op elke markt uit elk gezin ten hoogste twee personen voor een plaats in aanmerking komen.
Het verdient m.i. de voorkeur om de nieuwe regeling, die te dezer wenschelijk wordt geacht, in plaats van in art. 6 op te nemen in art. 16. Tevens kan dan in de bestaande redactie van dit artikel tot uitdrukking worden gebracht, dat uit één gezin niet meer dan twee personen voor een vaste plaats in aanmerking komen; bij de toewijzing van losse plaatsen (waarop het artikel, zoals het thans luidt, eveneens betrekking heeft) bestaat geen behoefte erop toe te zien, dat niet meer gezinsleden op de markt komen.
[Onderste regels zijn zwaar doorgehaald en onleesbaar gemaakt.]
--- Dit document is een ambtelijk concept voor een advies of besluit betreffende de wijziging van de marktverordening in Amsterdam. De auteur (waarschijnlijk een juridisch adviseur of hoge ambtenaar, gezien de initialen 'W.P.V.') reageert op een eerder voorstel.
De kern van het betoog is wetstechnisch van aard:
1. Instemming: De auteur gaat akkoord met wijzigingen in Artikel 9.
2. Bezwaar op systematiek: De auteur maakt bezwaar tegen een toevoeging aan Artikel 6. De reden is dat Artikel 6 puur over het onderscheid tussen vaste en losse standplaatsen gaat.
3. Inhoudelijke correctie: De voorgestelde wijziging (beperking van het aantal gezinsleden per standplaats) hoort volgens de auteur thuis in Artikel 16, dat reeds over de toelatingsvoorwaarden gaat.
4. Nuancering: Er wordt een belangrijk onderscheid gemaakt: de beperking van maximaal twee gezinsleden moet alleen gelden voor vaste plaatsen. Voor losse plaatsen (dagplaatsen) vindt de auteur een dergelijke beperking onnodig.
De vele doorhalingen en correcties laten zien dat er zorgvuldig werd gezocht naar de juiste juridische formulering.
--- Het document dateert van 8 november 1940, een klein half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de tekst op het eerste gezicht een routineuze administratieve kwestie lijkt, is de tijdsgeest van belang:
- Distributie en controle: Tijdens de bezetting werd de controle op markten en voedselvoorziening steeds strenger. Het reguleren van wie er op de markt mocht staan, was essentieel voor de ordehandhaving en de economische controle in de stad.
- Ambtelijke continuïteit: Het document toont aan dat de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam in de eerste oorlogsjaren in hoge mate bleef functioneren volgens de bestaande vooroorlogse structuren en procedures, inclusief de nauwgezette juridische toetsing van reglementen.
- Schaarsheid: De discussie over het aantal personen uit één gezin dat een standplaats mag bemachtigen, wijst op een schaarste aan plaatsen en de noodzaak om de beschikbare handelsruimte zo eerlijk (of gecontroleerd) mogelijk te verdelen.