Handgeschreven ambtelijke notitie of conceptbrief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of conceptbrief. 8 november 1940. 4) van art. 10 sub e, ingevolge Uw opdracht,
overleg is gepleegd met mijn Ambtgenoot
voor den Maatschappelijken Steun. Deze
maakt bezwaar tegen de voorgestelde
bepalingen, die hij te streng acht.
Hij stelt voor de plaatsen of voorkeurskaarten
te doen intrekken bij ondersteuning van
meer dan drie achtereenvolgende maanden,
of van meer dan zes maanden in het
tijdsverloop van een jaar. Bovendien
vraagt hij, om vooraf over elke intrekking
ingevolge deze bepalingen, te worden
gehoord. Het laatste geschiedt ook nu en
kan m.i. wel gehandhaafd blijven. De
grieven tegen de bestaande, hoogst
onbillijke regeling worden echter door de
door mijn Ambtgenoot gevraagde wijziging
naar mijn oordeel niet in voldoende
mate ondervangen. Ik kan mij daarom
ten deze ~~niet~~ niet met het standpunt van mijn
Ambtgenoot vereenigen en ik dring, in
het belang van den goeden gang van zaken
op de markten aan, op invoering der bepalingen,
zooals die aanvankelijk zijn voorgesteld.
Ik zie gaarne ten spoedigste Uw
bericht tegemoet, dat ~~u zich~~ U zich met dit
rapport vereenigt, opdat ik de daarin
behandelde aangelegenheden aan de orde
kan stellen in de Commissie van
Advies voor de Markten.
[Paraph]
8-11-40 afg. In deze notitie rapporteert de schrijver over overleg met een collega ("Ambtgenoot") van de dienst Maatschappelijke Steun betreffende de regels voor marktkooplieden die financiële steun ontvangen.
- Het geschil: De Ambtgenoot van Maatschappelijke Steun vindt de voorgestelde regels voor het intrekken van marktplaatsen of voorkeurskaarten te streng. Hij stelt een soepeler termijn voor (pas intrekken na 3 opeenvolgende maanden of 6 maanden per jaar steun).
- Het standpunt van de schrijver: De schrijver wijst dit compromis af. Hij vindt de huidige situatie juist "onbillijk" en meent dat de voorgestelde versoepeling de problemen niet oplost. Hij pleit voor het handhaven van de oorspronkelijke, strengere bepalingen om de orde op de markten te waarborgen.
- Vervolg: De schrijver vraagt om goedkeuring van zijn rapport zodat hij dit kan inbrengen in de 'Commissie van Advies voor de Markten'. Het document dateert van november 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting in Nederland. Hoewel de toon strikt ambtelijk is, weerspiegelt het de bureaucratische processen in een grote gemeente (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de terminologie). In deze periode was er veel te doen om de regulering van markten en wie daar mocht staan, mede door de economische druk en de toenemende uitsluiting van bevolkingsgroepen. De discussie over wanneer iemand zijn marktvergunning verliest bij afhankelijkheid van de staatssteun, was een cruciaal sociaal-economisch punt.