Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 395
Dossier 26
Jaar 1940
Stadsarchief

Brief (ambtelijke correspondentie)

24 oktober 1940 Van: Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke marktdienst of politie-instantie te Amsterdam) Aan: Den Heer Inspecteur, Hoofd van de Plantenziektenkundigen Dienst te Wageningen

Origineel

Brief (ambtelijke correspondentie) 24 oktober 1940 Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke marktdienst of politie-instantie te Amsterdam) Den Heer Inspecteur, Hoofd van de Plantenziektenkundigen Dienst te Wageningen [Marge linksboven:]
verkoop van bloembollen op de markten
20/37/12 21/10/40

[Marge links midden:]
waaraan de beantwoording door omstandigheden is vertraagd,

[Hoofdtekst:]

A'dam, 24/10 1940.

Den Heer Inspecteur,
Hoofd v. d. den Plantenziektenkundigen Dienst
Wageningen

Naar aanleiding van Uw brief dd. 4 September jl. no. 10092 B. 35 heb ik de eer U het volgende te berichten, dat ik gaarne bereid ben mijn medewerking te verleenen bij maatregelen, welke beoogen op de markten goede en gezonde bloembollen te doen verkoopen. Deze medewerking zou hierin kunnen bestaan, dat er samenwerking wordt gezocht tusschen de ambtenaren van Uw opsporingsdienst en de marktambtenaren. Ik geef daartoe in overweging:

1e den marktambtenaren mededeeling te doen van den naam, adres en telefoonnummer van den Rijkstuinbouwconsulent voor Amsterdam, die is belast met het toezicht op den bollenverkoop. De marktambtenaren kunnen zich in voorkomende gevallen direct met hem in verbinding stellen.

2e de marktambtenaren verstrekken Uwe opsporingsambtenaren namen en adressen van alle handelaren, die bloembollen op de markten verkoopen.

3e voor zoover noodig — niet alle marktambtenaren zijn deskundig op dit gebied — kan aan de daarvoor in aanmerking komende ambtenaren Uwentvrijds eenige voorlichting worden gegeven voor het onderkennen van goede, slechte en verdachte exemplaren; wellicht kan dit geschieden aan de hand van eenige literatuur, afbeeldingen en voorbeelden in natura.

4e In verdachte gevallen kunnen de marktambtenaren eenige exemplaren der betreffende partijen in beslag nemen, teneinde deze nader te doen onderzoeken door Uwe ambtenaren.

Voor de goede orde merk ik op, dat dezerzijds niet verder kan worden gegaan dan onder 4e is vermeld, d.w.z. dat het instellen van verhooren op de marktplaatsen slechts mogelijk is, indien buitensporige gevallen van fraude zouden worden geconstateerd.

Mocht U in het bovenstaande niet verwachten, dan lijkt het ook mij gewenscht, over een en ander nader mondeling overleg te plegen.

[Getekend met initialen/merk:]
DW [gevolgd door een onleesbaar paraaf] De brief is een reactie op een verzoek van de Plantenziektenkundige Dienst uit Wageningen. De afzender (vermoedelijk de Amsterdamse marktmeester of een lokale inspecteur) zet een concreet plan van aanpak uiteen om de kwaliteit van bloembollen op de Amsterdamse markten te waarborgen en ziekteverspreiding tegen te gaan.

De voorgestelde maatregelen zijn:
1. Communicatie: Marktambtenaren krijgen de contactgegevens van de Rijkstuinbouwconsulent.
2. Informatiedeling: De namen en adressen van bollenhandelaren worden doorgegeven aan de opsporingsdienst.
3. Deskundigheidsbevordering: De landelijke dienst wordt gevraagd de lokale marktambtenaren te scholen in het herkennen van zieke bollen middels documentatie en monsters.
4. Handhaving: Marktambtenaren krijgen de bevoegdheid om monsters in beslag te nemen voor nader onderzoek.

Er wordt een duidelijke grens getrokken: de lokale ambtenaren verrichten enkel de controle en de inbeslagname van monsters; diepgaand verhoor of verdergaande fraudeonderzoeken blijven de verantwoordelijkheid van de gespecialiseerde rijksdienst. Dit document is geschreven in oktober 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlogssituatie niet direct wordt genoemd, bleven civiele en agrarische inspectiediensten functioneren. De controle op de kwaliteit van bloembollen was van groot economisch belang voor de exportpositie van Nederland, zelfs in oorlogstijd.

De Plantenziektenkundige Dienst (PD), gevestigd in Wageningen, was verantwoordelijk voor de bestrijding van plantenziekten. De samenwerking met lokale marktambtenaren in steden als Amsterdam was essentieel omdat bloembollen destijds op grote schaal door ambulante handelaren (marktkooplui) werden verkocht aan burgers, wat een risico vormde voor de verspreiding van plantenziekten naar private tuinen en andere kwekerijen. De marge-notitie over de vertraagde beantwoording suggereert dat de vroege bezettingsmaanden voor administratieve ontregeling zorgden.

Samenvatting

De brief is een reactie op een verzoek van de Plantenziektenkundige Dienst uit Wageningen. De afzender (vermoedelijk de Amsterdamse marktmeester of een lokale inspecteur) zet een concreet plan van aanpak uiteen om de kwaliteit van bloembollen op de Amsterdamse markten te waarborgen en ziekteverspreiding tegen te gaan.

De voorgestelde maatregelen zijn:
1. Communicatie: Marktambtenaren krijgen de contactgegevens van de Rijkstuinbouwconsulent.
2. Informatiedeling: De namen en adressen van bollenhandelaren worden doorgegeven aan de opsporingsdienst.
3. Deskundigheidsbevordering: De landelijke dienst wordt gevraagd de lokale marktambtenaren te scholen in het herkennen van zieke bollen middels documentatie en monsters.
4. Handhaving: Marktambtenaren krijgen de bevoegdheid om monsters in beslag te nemen voor nader onderzoek.

Er wordt een duidelijke grens getrokken: de lokale ambtenaren verrichten enkel de controle en de inbeslagname van monsters; diepgaand verhoor of verdergaande fraudeonderzoeken blijven de verantwoordelijkheid van de gespecialiseerde rijksdienst.

Historische Context

Dit document is geschreven in oktober 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlogssituatie niet direct wordt genoemd, bleven civiele en agrarische inspectiediensten functioneren. De controle op de kwaliteit van bloembollen was van groot economisch belang voor de exportpositie van Nederland, zelfs in oorlogstijd.

De Plantenziektenkundige Dienst (PD), gevestigd in Wageningen, was verantwoordelijk voor de bestrijding van plantenziekten. De samenwerking met lokale marktambtenaren in steden als Amsterdam was essentieel omdat bloembollen destijds op grote schaal door ambulante handelaren (marktkooplui) werden verkocht aan burgers, wat een risico vormde voor de verspreiding van plantenziekten naar private tuinen en andere kwekerijen. De marge-notitie over de vertraagde beantwoording suggereert dat de vroege bezettingsmaanden voor administratieve ontregeling zorgden.

Locaties

Amsterdam (A'dam)

Kooplieden in dit dossier 62

A. Boersen Uilenburg — " —
A. Cuijpstr Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 89
A. Cuypstraat Waterlooplein
B. Schmiedemind Uilenburg v. Burg en Dijkema
B. Schmiedemind Uilenburg — " —
G. Burgers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg v. Burg.
G. Hillegers Uilenburg Renz en Uitvlugt
G. Hillegers Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Uitvlugt
J. J. Reenslag. Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Moerkerken en Bakker
J. Trapman Uilenburg — " —
J. v.d. Beek Uilenburg — " —
L. Scholten Uilenburg — " —
M.A.J. Roozen Uilenburg — " —
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 15 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 1 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 22 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Alle 62 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2