Archief 745
Inventaris 745-270
Pagina 216
Dossier 6
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum (doorslag van een getypt document).

16 november (waarschijnlijk 1939, gezien de ingangsdatum van 1 januari 1940). Van: De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst voor het Marktwezen of een aanverwante gemeentelijke dienst).

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum (doorslag van een getypt document). 16 november (waarschijnlijk 1939, gezien de ingangsdatum van 1 januari 1940). De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst voor het Marktwezen of een aanverwante gemeentelijke dienst). 4 16 November 9.
SA/63/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,

        C. met ingang van 1 Januari 1940 de jaarwedden en de 
  pensioengrondslagen van onderstaande marktopsichters, onder 
  toekenning van een periodieke salarisverhooging, worden vast-
  gesteld als volgt:
        1e. H.M.A.de Wolff (no.53): jaarwedde ƒ 2100,-: toelage 
  voor uniformkleeding ƒ 75,-: pensioensgrondslag ƒ 2475,- (toe-
  passing van artikel 150 lid 1 Pensioenwet 1922, S.240);
        2e. H.Vrij (no.38): jaarwedde ƒ 2100,-; pensioensgrond-
  slag ƒ 2100,-;
        3e. F.H.Stroër (no.21): jaarwedde ƒ 2100,-: toelage 
  voor uniformkleeding ƒ 75,-; pensioensgrondslag ƒ 2610,- (toe-
  passing van artikel 150 lid 1 der Pensioenwet 1922, S.240);
        4e. T.A.Wieberdink (no.45): jaarwedde ƒ 2100,-; pen-
  sioensgrondslag ƒ 2100,-.
        Ook Uw machtiging tot verleening van een extra verhooging 
  aan den machinist in tijdelijken dienst J.van Lunteren, zooals 
  hierboven voorgesteld, zie ik gaarne tegemoet.

                                                  De Directeur, *   **Inhoud:** Het document bevat een formeel verzoek of een mededeling aan de wethouder betreffende de salarisadministratie van specifiek personeel. Er worden vier marktopsichters met naam en personeelsnummer genoemd, wiens jaarwedde uniform op 2100 gulden wordt gesteld.
  • Pensioenwet: Er wordt expliciet verwezen naar de Pensioenwet 1922, artikel 150 lid 1, wat verklaart waarom de pensioengrondslag bij sommigen (De Wolff en Stroër) hoger uitvalt dan de jaarwedde (waarschijnlijk door de optelling van de waarde van de uniformtoelage of andere emolumenten).
  • Functies: De genoemde functies zijn "marktopsichter" en "machinist in tijdelijken dienst". Dit duidt op de operationele kant van de Amsterdamse voedselvoorziening/marktwezen vlak voor de oorlogsjaren.
  • Stijl: Formeel-ambtelijk taalgebruik ("verleening", "machtiging", "zie ik gaarne tegemoet"). Dit document stamt uit de late jaren '30 (gezien de ingangsdatum van januari 1940). De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in Amsterdam een cruciale post, zeker met de dreiging van de Tweede Wereldoorlog en de noodzaak voor een strakke organisatie van de voedseldistributie en markten. De genoemde bedragen (ƒ 2100,- per jaar) geven een goed beeld van het modale inkomen van een gemeentelijk ambtenaar in die periode. De vermelding van uniformkleding onderstreept het formele en herkenbare karakter van de marktopsichters in het stadsbeeld.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document bevat een formeel verzoek of een mededeling aan de wethouder betreffende de salarisadministratie van specifiek personeel. Er worden vier marktopsichters met naam en personeelsnummer genoemd, wiens jaarwedde uniform op 2100 gulden wordt gesteld.
  • Pensioenwet: Er wordt expliciet verwezen naar de Pensioenwet 1922, artikel 150 lid 1, wat verklaart waarom de pensioengrondslag bij sommigen (De Wolff en Stroër) hoger uitvalt dan de jaarwedde (waarschijnlijk door de optelling van de waarde van de uniformtoelage of andere emolumenten).
  • Functies: De genoemde functies zijn "marktopsichter" en "machinist in tijdelijken dienst". Dit duidt op de operationele kant van de Amsterdamse voedselvoorziening/marktwezen vlak voor de oorlogsjaren.
  • Stijl: Formeel-ambtelijk taalgebruik ("verleening", "machtiging", "zie ik gaarne tegemoet").

Historische Context

Dit document stamt uit de late jaren '30 (gezien de ingangsdatum van januari 1940). De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in Amsterdam een cruciale post, zeker met de dreiging van de Tweede Wereldoorlog en de noodzaak voor een strakke organisatie van de voedseldistributie en markten. De genoemde bedragen (ƒ 2100,- per jaar) geven een goed beeld van het modale inkomen van een gemeentelijk ambtenaar in die periode. De vermelding van uniformkleding onderstreept het formele en herkenbare karakter van de marktopsichters in het stadsbeeld.

Kooplieden in dit dossier 90

A.B. van As 1.6.'38 M.S.
A.B. van As 1.6.'38 M.S.
A. H. Drukkie Waterlooplein 29.22.
C.G. de Vries Waterlooplein -
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein *[handgeschreven:]* f 17.10 - + f 1. - p.d.
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C.L. Buenting Waterlooplein
C. L. Buerling Waterlooplein -
C. Veerman Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein -
C. Veerman Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein
Alle 90 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6