Archiefdocument
Origineel
Diverse data in juli 1939 (12/7, 18-7, 27/7, 29/7). [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 8A/98/1 1939
DOORGEZONDEN: 12/7
[Onder het kader]
1. ja
2. ja
3. neen
4. neen
[Rechtsboven]
Hr. Van Deinhove
- Het betreft hier toch werk binnen den
rooster? 2. Het betreft hier dus
arbeid, die een gewone taak is; - hij wordt dus niet als zondagswerk
aangemerkt (Art. 1 lid 2 van
C.C.A. 18). 4. Is hier iets tegen
aan te voeren? 18-7-'39 [Initialen]
[Midden/Rechts in rood potlood]
8A/98/26 29/7 '39
[Midden]
Zie ook art. 4 C.C.A. 18.; [Handtekening/Initialen] 27/7 '39
lid 1 en lid 3
het kan dus nooit overwerk zijn!
[Onderste gedeelte]
(in de zomermaanden)
De zware dienst volgens rooster is door
contrôleerend personeel tijdens een bespreking
met den Inspecteur aanvaard, omdat daardoor
de verlofregeling gunstiger werd; anders
had men genoegen moeten nemen met een verlofregeling zooals die [...]
[Onderrand voorgedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 De notitie betreft een interne discussie over de rechtmatigheid van een dienstrooster. De kern van het geschil is of bepaalde werkzaamheden als 'zondagswerk' of 'overwerk' moeten worden betaald. De schrijver stelt dat, omdat het werk binnen het vastgestelde rooster valt en een "gewone taak" betreft, het conform artikel 1 en 4 van de C.C.A. 18 niet als zodanig geclassificeerd kan worden. Er wordt opgemerkt dat het personeel zelf heeft ingestemd met dit zwaardere rooster (voornamelijk in de zomermaanden) omdat dit als tegenprestatie een gunstigere verlofregeling opleverde. Dit duidt op een pragmatische uitruil van arbeidsvoorwaarden tussen de inspectie en het personeel. Dit document stamt uit juli 1939, een periode van verhoogde spanning in Nederland net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, waarin ambtelijke molens echter nog volop draaiden volgens de vooroorlogse normen. Het formulier "Alg. Zaken Model No. 14" wijst op een overheidsinstantie of een groot semioverheidsbedrijf (zoals de Nederlandse Spoorwegen of de PTT). De verwijzing naar "C.C.A. 18" duidt op een specifieke collectieve arbeidsregeling. Het document illustreert de nauwgezette, juridische manier waarop in de jaren '30 werd omgegaan met arbeidsduur en rusttijdenregelingen.