Archiefdocument
Origineel
[Linksboven:] no 33/40 pr M 10/40
[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
vh Marktwezen
alhier
[Kerntekst:]
Dat Pth S Engelsman en Pth W Viool
samen één marktplaats zouden bezetten
is tenenenmale ~~onjuist~~ onwaar.
Wanneer dit zou gebeuren was er
mij geen bezwaar tegen
Daar Engelsman te weinig van
zijn marktplaats gebruik maakte is
hem deze waarschuwing toegezonden.
26-10-'40
[Onderaan, parafen:]
Gezien
28-10-'40 [Handtekening, mogelijk Nieuwhoff]
de Haan
[Rechtsonder:]
opbergen
R 31/10 '40 Het document betreft een ambtelijke rechtzetting betreffende het gebruik van marktplaatsen. Er was blijkbaar een gerucht of melding dat de kooplui S. Engelsman en W. Viool samen één standplaats gebruikten. De opsteller van de notitie ontkent dit ("tenenenmale onwaar"), maar merkt op dat hij daar in principe geen bezwaar tegen zou hebben. De kern van de zaak is echter dat S. Engelsman zijn toegewezen plek onvoldoende benutte, wat resulteerde in een officiële waarschuwing. De afkorting "Pth." voor de namen staat zeer waarschijnlijk voor "Pachter" (van een marktplaats). Dit document is gedateerd in oktober 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stonden marktkooplieden onder streng toezicht van de gemeente. De namen Engelsman en Viool zijn veelvoorkomend binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, die traditioneel sterk vertegenwoordigd was in de markthandel. In de herfst van 1940 begonnen de eerste anti-Joodse maatregelen de dagelijkse economische praktijk binnen te sijpelen. Hoewel dit document op het eerste gezicht een reguliere administratieve kwestie lijkt, past de verscherpte controle op marktplaatsgebruik en de registratie van specifiek deze handelaren in de bredere historische context van de toenemende restricties voor Joodse burgers in bezet Nederland. S. Engelsman W. Viool Marktwezen