Ambtelijke notitie of intern memorandum op een voorgedrukt bijblad.
Origineel
Ambtelijke notitie of intern memorandum op een voorgedrukt bijblad. (Kader linksboven)
BIJBLAD VAN:
M.. No. 39/75/1 1940
DOORGEZONDEN: 7/3
(Rechtsboven)
(bespreken s.v.p.) Insp. W
VLaan
(Hoofdtekst)
1) Heeft U deze gegevens reeds uit de enquête
staanpl. houders?
2) Met name wil de Wethouder weten, waarom de 58 st.pl.
houders wel vervangers noodig hebben en de rest van de
196 niet.
3) Zijn die 58 de grotere st.pl. houders? Wat zijn speciaal
hun omstandigheden t.a.v. veilingbezoek, winkels,
bergplaatsen, ventvergunningen, enz.
In ons rapport moet dus speciaal uitkomen:
waarom deze 58 st.pl. houders naar veilingen moeten,
dus welke veilingen, dagelijks en welke uren?
Lijst van deze 58 st.pl. houders met hunne
gegevens bijvoegen.
(Rechts van de tekst)
VLaan
(Onderaan)
Z.O.Z. De notitie betreft een administratieve opvolging van een enquête onder staanplaatshouders (marktkooplieden). Er is onduidelijkheid over een specifieke groep van 58 personen die claimen vervangers nodig te hebben voor hun standplaats, terwijl de overige 196 ondervraagden dit blijkbaar niet nodig hebben. De wethouder vraagt om een verdieping van het onderzoek naar deze 58 personen. De nadruk ligt op de logistiek van hun bedrijfsvoering: het bezoeken van veilingen (waarschijnlijk voor inkoop van versproducten), het bezit van winkels of opslagruimtes ("bergplaatsen") en het type vergunning. De afkorting "st.pl. houders" staat voor staanplaatshouders. De grote letters "Z.O.Z." (Zie Ommezijde) duiden erop dat de informatie doorloopt op de achterkant van het blad. Het document is opgesteld in maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het biedt een inkijkje in de gemeentelijke ordening van straathandel en markten in die periode. Het reguleren van wie een vervanger mocht inzetten op een markt was een belangrijk administratief punt om te voorkomen dat standplaatsen onbedoeld werden onderverhuurd of dat handelaren meerdere plekken tegelijk bezetten zonder fysiek aanwezig te zijn. De vraagstelling suggereert een beleid waarbij vervanging alleen werd toegestaan als de handelaar kon aantonen dat hij op dat moment noodzakelijke taken elders verrichtte, zoals inkoop op de veiling. V. Laan
Samenvatting
De notitie betreft een administratieve opvolging van een enquête onder staanplaatshouders (marktkooplieden). Er is onduidelijkheid over een specifieke groep van 58 personen die claimen vervangers nodig te hebben voor hun standplaats, terwijl de overige 196 ondervraagden dit blijkbaar niet nodig hebben. De wethouder vraagt om een verdieping van het onderzoek naar deze 58 personen. De nadruk ligt op de logistiek van hun bedrijfsvoering: het bezoeken van veilingen (waarschijnlijk voor inkoop van versproducten), het bezit van winkels of opslagruimtes ("bergplaatsen") en het type vergunning. De afkorting "st.pl. houders" staat voor staanplaatshouders. De grote letters "Z.O.Z." (Zie Ommezijde) duiden erop dat de informatie doorloopt op de achterkant van het blad.
Historische Context
Het document is opgesteld in maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het biedt een inkijkje in de gemeentelijke ordening van straathandel en markten in die periode. Het reguleren van wie een vervanger mocht inzetten op een markt was een belangrijk administratief punt om te voorkomen dat standplaatsen onbedoeld werden onderverhuurd of dat handelaren meerdere plekken tegelijk bezetten zonder fysiek aanwezig te zijn. De vraagstelling suggereert een beleid waarbij vervanging alleen werd toegestaan als de handelaar kon aantonen dat hij op dat moment noodzakelijke taken elders verrichtte, zoals inkoop op de veiling.