Archief 745
Inventaris 745-330
Pagina 55
Dossier 7
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven manuscript, twee pagina's (genummerd 8 en 9).

Origineel

Handgeschreven manuscript, twee pagina's (genummerd 8 en 9). [Pagina 8]

De onkosten aan dit persoonlijk veiling bezoek verbonden vallen over het algemeen mee. Sommigen gaan met eigen auto of motor anderen op fiets of bakfiets; ook gaan velen met een vrachtrijder mee, wien zij alleen de kosten van het bloemen vervoer op den terug weg hoeven te betalen (f 1.- per colli).
De commissionairs zijn dus ook in het gunstigste geval duurder dan de „zelfkoopers” maar daartegen zijn de bezwaren tegen hen nog niet uitgeput. Men moet b.v. vooraf opgeven - bestellen - wat men hebben wil en nu schijnt het voor te komen dat niet steeds wordt afgeleverd wat besteld wordt, maar iets wat er op lijkt. De besteller heeft handel noodig om zijn voorraad aan te vullen en is dus wel gedwongen de zending te accepteeren. Ook schijnt het voor te komen dat een commissionair aan verschillende afnemers verschillende prijzen berekent zoodat de één kan verkoopen tegen de prijs waarvoor de ander moest inkoopen. Dat hieruit concurrentie moeilijkheden ontstaan is begrijpelijk. Het zal echter in de hier genoemde gevallen wel zoo zijn, dat het aan den koopman verleende crediet ook een woordje mee-spreekt.
Een meer praktisch bezwaar aan het koopen door bemiddeling van een commissionair is echter dat men niet voldoende met het prijzen niveau en het aanbod van bijzonderheden op de veiling op de hoogte blijft.

Commissionairs leveren op crediet, en krijgen daardoor stroppen te incasseeren. Hun aankoop prijzen zijn hooger, bovendien brengen zij provisie, emballage- en transport-kosten in rekening en leveren niet steeds wat besteld wordt.

Het komt voor dat commissionairs wel eens handel over hebben deze verkoopen zij dan b.v. in hun loods aan eventueele liefhebbers soms koopen zij voor dit doel speciaal in.
Bepaalde kooplieden, die zelf hun handel b.v. gaan halen koopen gaan in sommige gevallen (b.v. een bestelling) naar een commissionair.
Behalve de gewone commissionairs komen er in Amsterdam ook nog eenige grossiers meest uit Rijnsburg die met hun handel verschillende bloemen winkels en standplaatsen afrijden en hun klanten zelf de keus laten uit wat zij hebben meegebracht. Hun sortiment is echter zeer beperkt en daarom zijn zij van weinig betekenis.

[Pagina 9]

Een tweede punt, voor de juiste beoordeeling van een bloemen-standplaatshouder van betekenis, is de wijze waarop hij tracht in zijn behoeften te voorzien, want niet elke houder van een standplaats is alleen standplaatshouder. Zeer velen trachten daarbij ook nog op andere wijze wat te verdienen; allen in den bloemen handel de een echter door er bij te venten, de ander door middel van een bloemen winkel of marktplaats. Het is dan ook alle overgangen aan te treffen van venter, via standplaatshouder tot winkelier zoodat de verleiding groot wordt hier in de standplaats een hulpmiddel te zien om het van venter tot winkelier te brengen.
Natuurlijk is deze mogelijkheid niet uitgesloten en de gedachte daaraan wordt nog versterkt door het feit dat verscheidene plaatshouders bij of kort na het verkrijgen van een standplaats vergunning hun ventvergunning hebben ingeleverd of deze althans hebben laten verloopen. Voor het meerendeel der straatkooplieden is de geregelde handel van een winkel met de daaraan noodzakelijk verbonden zorgen, kosten en spaarzaamheid niet in overeenstemming met hun rusteloozen aard, terwijl er ook plaats houders zijn die, ofschoon zij wel tot het drijven van een winkel in staat zijn, toch liever hun standplaats houden omdat zij daarmee op een goedkooper en zorgenloozer wijze hun brood meenen te kunnen verdienen.
Hier kan nog worden gewezen op het feit dat verschillende plaatshouders alleen of in combinatie een bergloods voor hun materiaal in huur hebben. Een dergelijke loods ligt meestal dichter bij de woning dan bij de standplaats en wordt tevens gebruikt om er de handel te verzorgen, in het water te zetten en zoo noodig te bewaren; voor den verkoop van bloemen aan het publiek hebben deze loodsen echter geen betekenis. Dit is wel het geval als zij in de directe omgeving van de standplaats gelegen zijn, dan kan het voor komen dat in gunstige omstandigheden uit zoo’n bergplaats voor een standplaats een bloemen winkel geboren wordt.
Teneinde de standplaatshouders naar hun verschillende wijze van werken te kunnen groepeeren, kan echter een dankbaar gebruik van de opvolging:
venter – standplaats – winkel
worden gemaakt. Hierbij mag evenwel niet uit het oog worden verloren dat dit geensinds een indeeling naar welstand beteekend maar dat uitsluitend een groepeering naar werkwijze wil zijn.
mogelijk. Dit document biedt een gedetailleerd inzicht in de micro-economie van de Nederlandse bloemenhandel in de vroege tot midden 20e eeuw. De tekst focust op drie kernthema's:
1. De Rol van de Commissionair: Er wordt een kritisch beeld geschetst van de tussenpersoon. Hoewel zij krediet verstrekken, wordt hun dienstverlening als duur en soms onbetrouwbaar ervaren (verschillende prijzen voor verschillende klanten, levering van inferieure kwaliteit).
2. Logistiek en Inkoop: De tekst beschrijft de transitie in transport (van fiets naar motor/auto) en de kostenstructuur (f 1,- per colli). Ook de opkomst van grossiers uit Rijnsburg die de Amsterdamse markt bedienen wordt vermeld.
3. Typologie van de Handelaar: De auteur hanteert een sociologische indeling van de handelaren: de 'venter', de 'standplaatshouder' en de 'winkelier'. Interessant is de opmerking dat voor velen de stap naar een vaste winkel niet per se een doel is, vanwege de "rustelooze aard" van de straatkoopman of de lagere kosten van een standplaats. De tekst lijkt onderdeel te zijn van een sociaal-economisch rapport of een scriptie over de Amsterdamse middenstand. In de beschreven periode onderging de ambulante handel (straathandel) een sterke regulering vanuit de overheid. Het document illustreert de spanning tussen de informele, beweeglijke handel en de wens naar vaste vestigingspunten. De vermelding van Rijnsburg als toeleverancier onderstreept de historische positie van deze regio in de Nederlandse sierteelt. De gehanteerde spelling (bijv. "geensinds", "beteekend") wijst op een datering voor de spellinghervorming van 1947, of kort daarna door iemand die de oude spelling aan hield.

Samenvatting

Dit document biedt een gedetailleerd inzicht in de micro-economie van de Nederlandse bloemenhandel in de vroege tot midden 20e eeuw. De tekst focust op drie kernthema's:
1. De Rol van de Commissionair: Er wordt een kritisch beeld geschetst van de tussenpersoon. Hoewel zij krediet verstrekken, wordt hun dienstverlening als duur en soms onbetrouwbaar ervaren (verschillende prijzen voor verschillende klanten, levering van inferieure kwaliteit).
2. Logistiek en Inkoop: De tekst beschrijft de transitie in transport (van fiets naar motor/auto) en de kostenstructuur (f 1,- per colli). Ook de opkomst van grossiers uit Rijnsburg die de Amsterdamse markt bedienen wordt vermeld.
3. Typologie van de Handelaar: De auteur hanteert een sociologische indeling van de handelaren: de 'venter', de 'standplaatshouder' en de 'winkelier'. Interessant is de opmerking dat voor velen de stap naar een vaste winkel niet per se een doel is, vanwege de "rustelooze aard" van de straatkoopman of de lagere kosten van een standplaats.

Historische Context

De tekst lijkt onderdeel te zijn van een sociaal-economisch rapport of een scriptie over de Amsterdamse middenstand. In de beschreven periode onderging de ambulante handel (straathandel) een sterke regulering vanuit de overheid. Het document illustreert de spanning tussen de informele, beweeglijke handel en de wens naar vaste vestigingspunten. De vermelding van Rijnsburg als toeleverancier onderstreept de historische positie van deze regio in de Nederlandse sierteelt. De gehanteerde spelling (bijv. "geensinds", "beteekend") wijst op een datering voor de spellinghervorming van 1947, of kort daarna door iemand die de oude spelling aan hield.

Kooplieden in dit dossier 100

J. Izaks Waterlooplein 20,91
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
J. Premsela Waterlooplein 139,75
C. Beek Waterlooplein 23,46
J. Premsela Waterlooplein 605,63
P. Bond Waterlooplein 65,72
J. Premsela Waterlooplein 170,36
W.F. Siebert Waterlooplein 992,67
J. Cohen Nieuwmarkt 892,55
S. Cohen Zwanenburgwal 28,45
C. Puul Waterlooplein " 5,50
C. Puul Waterlooplein " 5,50
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
en Joh. Koning) Waterlooplein 53,24
J. Dotsch Waterlooplein 59,34
A. Dotsch Waterlooplein 328,62
D. den Dulk Waterlooplein 43,90
E. Zwaan Waterlooplein " -,52
J. Ferwerda Waterlooplein 99,45
V.V.Z. Roode Waterlooplein 522,67
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
Geverding (Suppletie) Waterlooplein 1,80
Geverding (Suppletie) Waterlooplein " 1,80
P. Gomes Waterlooplein 5063,71
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). + 2x Veiling + commissionair
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6