Archief 745
Inventaris 745-330
Pagina 56
Dossier 37
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk verslag of reglementaire toelichting.

Origineel

Handgeschreven ambtelijk verslag of reglementaire toelichting. [Pagina 1, linker kolom]

Er zijn dan de volgende mogelijkheden denkbaar:
1e Venter met standplaats
2e Standplaatshouder die regelmatig vent
3e Standplaatshouder die in bijzondere gevallen vent
4e Standplaatshouder.
5e Standplaatshouder met winkel
6e Winkelier met standplaats.

Groep 1. Venter met standplaats.
Hieronder vallen die plaatshouders die alleen een beperkt gebruik van hun standplaats willen maken; tijdens bezoek van ziekenhuis of begraafplaats, dan wel venters die hun standplaats alleen gebruiken om tusschen hun venten door ergens te kunnen gaan staan zonder kans te loopen op een proces verbaal. Zij zijn geheel als venters te beschouwen, de kwestie van veilingbezoek en vervanging evenals de vraag van de opstelling der handel is voor hen van geen belang. Zij venten met mand, bakfiets of handkar en nemen daarmee hun standplaatsen in. Ofschoon dus de standplaats voor hen van beteekenis kan zijn stellen zij daaraan geen andere eisch dan te kunnen staan.

Groep 2. Standplaatshouder die regelmatig vent.
Deze plaatshouders bezetten hun standplaats een belangrijk deel van den dag; gaan echter dagelijks of enkele dagen per week in de morgen uren venten; zij doen dit omdat de standplaats ’s morgens niet veel beteekenis heeft of, en dit meestal, omdat zij de inkomsten van hun vaste ventwijk niet kunnen missen.
Daar uit de ochtend uren venten en ook het veiling bezoek in dien tijd valt, hebben zij geen zorg voor vervanging omdat hun plaatsen dan toch onbezet zijn; wel heeft de opstelling van de handel op de standplaats voor hen beteekenis.

Groep 3. Standplaatshouder die in bijzondere gevallen vent.
De hiertoe behoorende plaatshouders bezetten in de week hun standplaats doch venten op zondag bij ziekenhuizen en begraafplaatsen evenals een enkele maal in de week na het bezetten der standplaats om overgeschoten handel die weg moet nog te kunnen verkoopen.
De wijze waarop zij van hun standplaats gebruik maken komt geheel overeen met de volgende groep.

[Pagina 2, rechter kolom]

Groep 4. Standplaatshouder.
Deze groep leeft uitsluitend van de opbrengst der standplaats zij bezetten haar regelmatig en trachten haar, zoo veel mogelijk uit te buiten door zoo voordelig mogelijke opstelling der koopwaar. Voor veiling bezoek laten zij zich zooveel mogelijk vervangen hebben zij voor vervanging geen betrouwbaar persoon dan wordt de standplaats niet bezet.

Groep 5. Standplaatshouder met winkel.
Ten einde de handel beter te kunnen beschutten en ook om een zoo groot mogelijk sortiment in voorraad te kunnen houden, wordt door sommige plaatshouders een kelder of winkel in de nabijheid van de standplaats gehuurd. Nu behoeft niet alle handel aan de weersinvloeden te worden blootgesteld maar kan volstaan worden met het uitstallen van slechts geringe hoeveelheden van elke soort. Voor deze groep is de kwestie van veiling bezoek van belang. De wijze van uitstalling begint althans wat de omvang betreft aan beteekenis te verliezen omdat de standplaats niet meer alle handel behoeft te bevatten. Bij slecht weer gaat de verkoop uit winkel of kelder door.

Groep 6. Winkelier met standplaats.
Hiertoe zijn die standplaatshouders te rekenen die in hoofdzaak bestaan van den verkoop in hun winkel. In de meeste gevallen wordt de standplaats slechts weinig bezet en dan alleen om oude bloemen op te ruimen. De standplaats wordt hoofdzakelijk aangehouden om te voorkomen dat deze aan een ander — dus concurrent — zal worden uitgegeven. Noch veiling bezoek noch opstelling der handel is hier van beteekenis.

Het spreekt van zelf dat van deze indeeling allerlei afwijkingen voorkomen. B.v. zullen er plaatshouders zijn die zoowel venten als een winkel hebben; anderen bezetten overdag een marktplaats en blijven daarop na markttijd staan. Terwijl ook eenige in tuin-aanleg enz onderhoud evenals in grafwerk op de begraafplaatsen een bijverdienste zoeken. Deze afwijkingen zijn echter van zoo weinig beteekenis dat zij het boven gegeven schema onbeïnvloed laten.
De plaatshouder, die voor zijn onderhoud op zijn standplaats is aangewezen, heeft belang bij een zoo aantrekkelijk mogelijke opstelling van zijn handel. Het document biedt een gedetailleerde sociaal-economische uitsplitsing van straathandelaren in een stedelijke context (waarschijnlijk vroeg-20e eeuw). De kern van de analyse is de mate van afhankelijkheid van een vaste publieke standplaats versus ambulante handel (venten) of een vaste winkelruimte.

De tekst identificeert diverse zakelijke strategieën:
* Risicomijding: Het aanhouden van een standplaats om boetes voor 'wild' venten te voorkomen (Groep 1).
* Diversificatie: Het combineren van een vaste plek met een loopwijk om de inkomsten te garanderen (Groep 2 en 3).
* Logistieke optimalisatie: Het huren van extra opslagruimte (kelders) nabij de markt om kwetsbare waar te beschermen (Groep 5).
* Strategische blokkade: Het bezetten van een standplaats enkel om concurrentie op afstand te houden van de eigen winkel (Groep 6).

Er wordt expliciet verwezen naar de handel in bloemen ("oude bloemen", "grafwerk op begraafplaatsen"), wat suggereert dat dit document betrekking heeft op de reglementering van (bloemen)markten bij specifieke locaties zoals ziekenhuizen en begraafplaatsen. Dit document stamt waarschijnlijk uit de eerste helft van de 20e eeuw (gezien de spelling en de beschreven vervoersmiddelen zoals de bakfiets en handkar). In deze periode professionaliseerde de markttoezicht in grote Nederlandse steden. Gemeentelijke diensten zoals het 'Marktwezen' probeerden de informele straathandel te reguleren door middel van vergunningen en vaste standplaatsen.

De tekst illustreert de overgangsperiode waarin ambulante handel (venten van deur tot deur) steeds meer gereguleerd werd en kooplieden gedwongen of gestimuleerd werden om op vaste plekken te staan. De vermelding van "veilingbezoek" duidt op de sterke verwevenheid van deze handelaren met de groothandelsveilingen, wat een dagelijkse logistieke uitdaging vormde voor de zelfstandige ondernemer zonder personeel.

Samenvatting

Het document biedt een gedetailleerde sociaal-economische uitsplitsing van straathandelaren in een stedelijke context (waarschijnlijk vroeg-20e eeuw). De kern van de analyse is de mate van afhankelijkheid van een vaste publieke standplaats versus ambulante handel (venten) of een vaste winkelruimte.

De tekst identificeert diverse zakelijke strategieën:
* Risicomijding: Het aanhouden van een standplaats om boetes voor 'wild' venten te voorkomen (Groep 1).
* Diversificatie: Het combineren van een vaste plek met een loopwijk om de inkomsten te garanderen (Groep 2 en 3).
* Logistieke optimalisatie: Het huren van extra opslagruimte (kelders) nabij de markt om kwetsbare waar te beschermen (Groep 5).
* Strategische blokkade: Het bezetten van een standplaats enkel om concurrentie op afstand te houden van de eigen winkel (Groep 6).

Er wordt expliciet verwezen naar de handel in bloemen ("oude bloemen", "grafwerk op begraafplaatsen"), wat suggereert dat dit document betrekking heeft op de reglementering van (bloemen)markten bij specifieke locaties zoals ziekenhuizen en begraafplaatsen.

Historische Context

Dit document stamt waarschijnlijk uit de eerste helft van de 20e eeuw (gezien de spelling en de beschreven vervoersmiddelen zoals de bakfiets en handkar). In deze periode professionaliseerde de markttoezicht in grote Nederlandse steden. Gemeentelijke diensten zoals het 'Marktwezen' probeerden de informele straathandel te reguleren door middel van vergunningen en vaste standplaatsen.

De tekst illustreert de overgangsperiode waarin ambulante handel (venten van deur tot deur) steeds meer gereguleerd werd en kooplieden gedwongen of gestimuleerd werden om op vaste plekken te staan. De vermelding van "veilingbezoek" duidt op de sterke verwevenheid van deze handelaren met de groothandelsveilingen, wat een dagelijkse logistieke uitdaging vormde voor de zelfstandige ondernemer zonder personeel.

Kooplieden in dit dossier 100

J. Izaks Waterlooplein 20,91
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
J. Premsela Waterlooplein 139,75
C. Beek Waterlooplein 23,46
J. Premsela Waterlooplein 605,63
P. Bond Waterlooplein 65,72
J. Premsela Waterlooplein 170,36
W.F. Siebert Waterlooplein 992,67
J. Cohen Nieuwmarkt 892,55
S. Cohen Zwanenburgwal 28,45
C. Puul Waterlooplein " 5,50
C. Puul Waterlooplein " 5,50
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
en Joh. Koning) Waterlooplein 53,24
J. Dotsch Waterlooplein 59,34
A. Dotsch Waterlooplein 328,62
D. den Dulk Waterlooplein 43,90
E. Zwaan Waterlooplein " -,52
J. Ferwerda Waterlooplein 99,45
V.V.Z. Roode Waterlooplein 522,67
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
Geverding (Suppletie) Waterlooplein 1,80
Geverding (Suppletie) Waterlooplein " 1,80
P. Gomes Waterlooplein 5063,71
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). + 2x Veiling + commissionair
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6