Archief 745
Inventaris 745-330
Pagina 57
Dossier 37
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven verslag of beleidsstuk (waarschijnlijk afkomstig uit een gemeentelijk archief).

Origineel

Handgeschreven verslag of beleidsstuk (waarschijnlijk afkomstig uit een gemeentelijk archief). (Pagina 12)

Het uitstallen in een platte mand of bak op straat is daartoe al heel ongeschikt. Eigenlijk ligt de oorsprong van deze wijze van uitstallen bij den venter die met zijn hengelmand een standplaats ging innemen. Meestal bleek de mand spoedig te klein te zijn; een grootere plaats werd aangevraagd en verkregen de term “mand” bleef echter ook bij deze grootere plaatsen bestaan. Om aan de verordening te voldoen moest dan een speciale mand voor dit doel worden gemaakt soms tot $1 \times 1 \frac{1}{2} M$ groot. Deze manden waren echter door hun gewicht en afmeting zoo onhandelbaar dat het niet lang duurde of de bodem lag er uit; alleen de buitenrand bleef over. In schijn bleef dus de mand voortbestaan en sommige plaatshouders begonnen maar meteen op dit stadium en lieten direct een rand vlechten. Totdat ook deze versleten was en vervangen werd door een opstaande plank aan drie zijden der standplaats. Deze planken worden “bak” genoemd welke aanduiding men ook in de vergunningen aanheft.

Een mand op straat is goed voor een venter die ergens een oogenblik blijft staan maar niet voor iemand die voor zijn inkomsten geheel op een standplaats is aangewezen. Bloemen komen het beste tot hun recht als zij afzonderlijk bezien kunnen worden. En dit geldt temeer voor een standplaats waar een zoo groot mogelijk sortiment door het publiek “en passant” moet kunnen worden overzien.

Wil de uitstalling tot koopen verlokken, dan is een stellage, althans het op verschillende hoogte plaatsen der bloemen een vereischte; anderzijds moet de standplaats zoo groot zijn dat voldoende voorraad voor heel den dag geborgen kan worden. Dit is dan ook oorzaak dat bij de kleine standplaatsen bussen en emmers met bloemen buiten de toegestane maten worden geplaatst of dat op de rijweg bij de standplaats op handkar of bakfiets bloemen (in) voorraad worden gehouden.

Een standplaats die verleend wordt ten einde den plaatshouder in de gelegenheid te stellen in zijn onderhoud te voorzien moet minstens $1 \times 1 \frac{1}{2} M$ groot zijn, terwijl het gebruik van een stellage daarbij een vereischte is.

(Pagina 13)

In het voorgaande werd er reeds op gewezen dat een aantal plaatshouders zich voor veilingbezoek op hun standplaats laten vervangen, terwijl het groote belang dat de koopman aan persoonlijke veilingbezoek heeft, naar voren werd gebracht. Dit veilingbezoek geschiedt naar omstandigheden en jaargetijde s’winters ca 3 x per week s’zomers, als de handel spoedig verloopt, vrijwel dagelijks, zoodat dan vooral voor de groepen 3, 4 en 5 behoefte aan vervanging bestaat.

Niet alle plaatshouders hebben echter een vervanging-vergunning, en wel in hoofdzaak omdat zij geen vertrouwd persoon hebben wien zij de standplaats tijdens hun afwezigheid kunnen overlaten. De vervanging geschiedt meestal door de vrouwen der plaatshouders, doch niet alle zijn daarvoor geschikt of hebben daar gelegenheid voor. Soms wordt dan nog vergunning verleend tot vervanging door vader, zoon of dochter voor een niet gezinslid wordt het althans in den bloemenhandel slechts weinig aangevraagd. Meestal laten zij die geen geschikt persoon hebben de standplaats onbezet, een enkel maal wordt de standplaats onbeheerd achter gelaten, waarbij dan soms een neven plaatshouder een oogje in het zeil houdt.

Verschillende plaatshouders gaven te kennen dat zij er voordeel in zagen om ook gedurende hun veilingbezoek de standplaats te bezetten; daar zij echter niemand konden aanwijzen om hen te vervangen, hadden zij ook geen vergunning aangevraagd. Overigens waren nog enkele aanvragen onder weg.

Als tijd wordt voor deze vervanging meestal opgegeven: van 10 tot 12 uur. Dit is in normale omstandigheden voldoende; het kan echter voorkomen dat de hang (vrijmarkt?) op zich laat wachten zoodat pas laat gekocht kan worden (tot 13 uur), dit komt voor bij veel aanvoer en veel export.) Dan kan de plaatshouder, die na de veiling zijn handel nog moet inpakken, dan nog naar Amsterdam en naar de loods moet rijden, daar de handel verzorgen, en dan in de meeste gevallen nog moet eten, niet op tijd op zijn standplaats terug zijn, zoodat in die gevallen wel langer vervangen moet worden. Of dit echter een rede is om van de bestaande tijden af te wijken, is niet overtuigend gebleken.

Vervanging voor veilingbezoek geschiedt als daarvoor een geschikt persoon kan worden aangewezen; anders wordt standplaats niet bezet. De tekst biedt een fascinerend inzicht in de overgangsfase van informele straathandel naar gereguleerde standplaatsen. Enkele kernpunten:

  • Evolutie van de uitstalling: Er wordt beschreven hoe de traditionele "hengelmand" van de rondtrekkende venter transformeerde naar de vaste "bak" van de plaatshouder. Dit proces werd gedreven door de noodzaak voor een grotere voorraad en een aantrekkelijkere presentatie ("stellage").
  • Regelgeving vs. Praktijk: Plaatshouders zochten mazen in de wet (zoals het gebruiken van enkel de rand van een mand) om aan verouderde regels te voldoen terwijl ze hun handel moderniseerden.
  • Logistiek van de Bloemenhandel: De tekst benadrukt de spanning tussen de noodzaak om persoonlijk op de veiling aanwezig te zijn en het tegelijkertijd bezet houden van de standplaats.
  • Sociaal aspect: Vervanging was een familiekwestie. De echtgenote speelde een cruciale rol in het draaiende houden van de zaak tijdens de afwezigheid van de koopman. Dit document stamt waarschijnlijk uit de periode 1920-1940. De vermelding van "Amsterdam" en de logistieke keten (veiling -> inpakken -> vervoer naar de stad -> standplaats) duidt op de groeiende professionalisering van de bloemenmarkt in Nederland. De overheid probeerde in deze periode de straathandel te ordenen om overlast te beperken en de kwaliteit van het stadsbeeld te bewaken, wat vaak leidde tot strikte voorschriften over de afmetingen en het uiterlijk van de kramen.

Samenvatting

De tekst biedt een fascinerend inzicht in de overgangsfase van informele straathandel naar gereguleerde standplaatsen. Enkele kernpunten:

  • Evolutie van de uitstalling: Er wordt beschreven hoe de traditionele "hengelmand" van de rondtrekkende venter transformeerde naar de vaste "bak" van de plaatshouder. Dit proces werd gedreven door de noodzaak voor een grotere voorraad en een aantrekkelijkere presentatie ("stellage").
  • Regelgeving vs. Praktijk: Plaatshouders zochten mazen in de wet (zoals het gebruiken van enkel de rand van een mand) om aan verouderde regels te voldoen terwijl ze hun handel moderniseerden.
  • Logistiek van de Bloemenhandel: De tekst benadrukt de spanning tussen de noodzaak om persoonlijk op de veiling aanwezig te zijn en het tegelijkertijd bezet houden van de standplaats.
  • Sociaal aspect: Vervanging was een familiekwestie. De echtgenote speelde een cruciale rol in het draaiende houden van de zaak tijdens de afwezigheid van de koopman.

Historische Context

Dit document stamt waarschijnlijk uit de periode 1920-1940. De vermelding van "Amsterdam" en de logistieke keten (veiling -> inpakken -> vervoer naar de stad -> standplaats) duidt op de groeiende professionalisering van de bloemenmarkt in Nederland. De overheid probeerde in deze periode de straathandel te ordenen om overlast te beperken en de kwaliteit van het stadsbeeld te bewaken, wat vaak leidde tot strikte voorschriften over de afmetingen en het uiterlijk van de kramen.

Kooplieden in dit dossier 100

J. Izaks Waterlooplein 20,91
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
J. Premsela Waterlooplein 139,75
C. Beek Waterlooplein 23,46
J. Premsela Waterlooplein 605,63
P. Bond Waterlooplein 65,72
J. Premsela Waterlooplein 170,36
W.F. Siebert Waterlooplein 992,67
J. Cohen Nieuwmarkt 892,55
S. Cohen Zwanenburgwal 28,45
C. Puul Waterlooplein " 5,50
C. Puul Waterlooplein " 5,50
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
en Joh. Koning) Waterlooplein 53,24
J. Dotsch Waterlooplein 59,34
A. Dotsch Waterlooplein 328,62
D. den Dulk Waterlooplein 43,90
E. Zwaan Waterlooplein " -,52
J. Ferwerda Waterlooplein 99,45
V.V.Z. Roode Waterlooplein 522,67
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
Geverding (Suppletie) Waterlooplein 1,80
Geverding (Suppletie) Waterlooplein " 1,80
P. Gomes Waterlooplein 5063,71
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). + 2x Veiling + commissionair
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6