Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht). 14 juni 1940. A. Dingdag, Retiefstraat 99 II, Amsterdam (Oost). De Inspecteur van Marktwezen te Amsterdam. [Linksboven, stempel en pen:]
Nº 39/165/1 M. 1940 15/6
m Insp
[Rechtsboven:]
Adam 14 Juni 1940.
[Adres:]
Aan den Wel. Ed. Heer
Inspecteur van Marktwezen te
Amsterdam.
[Inhoud:]
Verzoekt ondergeteekende beleefd uwe, geëerde medewerking in het volgende geval.,
Door B. en W. is mij een standplaatsvergunning Nº 764. L.M. verstrekt voor de Zaterdagavond van 4 tot 10 uur N.M. voor Perceel 90 Pretoriusstraat.
Nu komt elke Zaterdagavond op ongeveer 20 Meter afstand van mij, en dat is dan tevens op de hoek der straat 1 soms ook 2 Bloemenhandelaren een frauduleuze standplaats innemen met hunnen wagen en indien de politie dan komt zij dan een paar stappen oprijden en vlak naast mij komen staan. Zij komen tusschen 7 ½ en 8 uur en blijven dan bij niet wegjagen tot over 10 staan.
Misschien kan door uwe geëerde medewerking daar een einde aan gemaakt worden.
De bewuste personen zijn?
J. L. Salzedo.
B. Bril. Beiden in het bezit van een ventvergun-
ning doch geen standplaatsvergunning.
Bij voorbaat beleefd dankend.
Uw geh. Dn.
A. Dingdag
Retiefstraat 99 II
Adam (Oost)
[Rechtsonder:] 37 * Taalgebruik: De brief is geschreven in formeel, wat verouderd Nederlands ("ondergeteekende", "Wel. Ed. Heer", "frauduleuze"). De afzender hanteert een beleefde maar dringende toon om zijn rechtmatige standplaats te beschermen.
* Kern van het geschil: De heer Dingdag bezit een officiële standplaatsvergunning (No. 764) voor de zaterdagavond bij perceel 90 in de Pretoriusstraat. Hij beklaagt zich over twee andere handelaren (J.L. Salzedo en B. Bril) die slechts een ventvergunning hebben (waarmee men moet blijven bewegen), maar in de praktijk illegaal een vaste standplaats innemen.
* Ontwijkingsgedrag: Dingdag beschrijft hoe de overtreders de politie misleiden door een klein stukje te rijden zodra er controle komt, om vervolgens direct weer stil te gaan staan.
* Locatie: De Pretoriusstraat en Retiefstraat bevinden zich in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. * Historische periode: De brief is gedateerd op 14 juni 1940, exact één maand na het bombardement op Rotterdam en het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie ging de gemeentelijke bureaucratie en de handhaving van marktvergunningen in de eerste maanden van de bezetting nog op de gebruikelijke voet verder.
* Sociaal-geografische context: De Transvaalbuurt was in 1940 een overwegend Joodse wijk. De namen van de betrokkenen (Dingdag, Salzedo, Bril) wijzen op de Joodse achtergrond van de marktkooplieden. In de jaren die volgden op deze brief zou deze specifieke groep burgers zwaar worden getroffen door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.
* Archivistische waarde: Dit document geeft inzicht in de dagelijkse economische realiteit en de frictie tussen kleine zelfstandigen in Amsterdam aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het toont aan dat men, ondanks de grote geopolitieke veranderingen, nog steeds vertrouwde op de lokale overheid voor het oplossen van handelsconflicten.