Archief 745
Inventaris 745-330
Pagina 105
Dossier 10
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt rapport/adviesnota van financiële aard.

Omstreeks maart/april 1936 (verwijst naar een schrijven van 23 maart 1936).

Origineel

Getypt rapport/adviesnota van financiële aard. Omstreeks maart/april 1936 (verwijst naar een schrijven van 23 maart 1936). [Linkerkolom]

transport: $f$ 5.903.84
Algemeene onkosten: $f$ 3.241.50
Loon " 318.50 $f$ 3.560.-
Batig saldo: $f$ 2.343.84

De netto-winst 1935 werd door Van Meekeren als volgt berekend:
Batig saldo volgens tabellarisch kasboek: $f$ 2.343.84
By: vry wonen, vuur en licht $f$ 400.-
$f$ 2.743.84
Af: Afschryving inventaris: $f$ 500.-
Netto winst $f$ 2.243.84
==========

De algemeene onkosten kunnen als volgt worden gespecificeerd:
Pacht $f$ 1.075.-
Gas $f$ 243.52
Electriciteit $f$ 302.18
Water $f$ 116.90
Telefoon $f$ 274.10
Muziekbel. $f$ 166.75
Verlofsrecht $f$ 25.-
Precario $f$ 270.-
Pers.Bel. $f$ 102.41
Diversen $f$ 665.64
$f$ 3.241.50

Ten aanzien van deze kosten merk ik het volgende op:
Pacht
Doordat in 1935 restitutie werd verleend van in 1934 te veel betaalde pacht, kwam ten laste van 1935 een lager bedrag, dan de jaarlyksche pacht ad $f$ 1500.-.
Precario
Daar het terras werd opgeheven, zal de post precario in de toekomst vervallen, waardoor de algemeene kosten met $f$ 270.- zullen verminderen.
Diversen
Deze post bevat een bedrag van $f$ 42.90 voor het opknappen van de bovenwoning. M.i. moet dit bedrag als privé-uitgaaf worden beschouwd.
Loon
Aangezien de vrouw van Van Meekeren in de zaak werkzaam is, werd voor de huishouding een dienstbode genomen. Het loon van laatstgenoemde werd ten laste der zaak gebracht. Hiertegen kan naar myn meening in de gegeven omstandigheden geen bezwaar bestaan.
Vry wonen, vuur en licht.
Het bedrag van $f$ 400.- is m.i. te laag en zou minimaal

[Rechterkolom]

op $f$ 500.- dienen te worden gesteld, aangezien Van Meekeren voor zyn huishouding ook wel brood enz. uit de zaak betrekt, waarvoor geen vergoeding aan de zaak wordt betaald.

In verband met het vorenstaande kan by eenzelfden omzet en gelyk bruto-winstpercentage als in 1935 voor het jaar 1936 het netto-bedryfsresultaat als volgt worden geraamd:

Bruto-winst $f$ 5.900.-
Af:
Onkosten (excl. pacht) $f$ 1850.-
Loon " 285.-
Afschryving " 500.- $f$ 2.635.-
$f$ 3.265.-
By:
Vry wonen. vuur en licht enz. $f$ 500.-
$f$ 3.765.-

By een pacht van $f$ 1600.- per jaar zal de netto-winst derhalve circa $f$ 2.200.- bedragen.

Op grond van dit geschatte resultaat kom ik tot de conclusie, dat indien de Directeur van het Marktwezen geen gegadigden kan vinden, die een hoogere pacht dan $f$ 1600.- per jaar zouden willen betalen, er tegen het sluiten van een nieuwe overeenkomst met Van Meekeren en op de voorwaarden zooals door den Directeur in zyn schryven van 23 Maart 1936 wordt voorgesteld, geen bezwaar behoeft te bestaan.

f. De accountant aan de afdeeling Financiën,
w.g. B. Rozenberg. Dit document is een boekhoudkundige controle en prognose betreffende een zakelijke exploitatie, waarschijnlijk een bakkerij of lunchroom (gezien de vermeldingen van "brood", "terras" en "muziekbelasting"). De accountant, B. Rozenberg, analyseert de cijfers over 1935 om te bepalen of de door de Directeur van het Marktwezen voorgestelde pachtverhoging naar ƒ 1600,- reëel is.

De belangrijkste correcties die de accountant aanbrengt op de eigen berekening van de pachter (Van Meekeren) zijn:
1. Pachtcorrectie: In 1935 was de pachtpost vertekend door een teruggave over 1934.
2. Precario: Deze kostenpost vervalt omdat het terras niet meer in gebruik is.
3. Privé-onttrekkingen: Kosten voor de bovenwoning en de waarde van de eigen consumptie (vrij wonen, brood) worden naar boven bijgesteld om een zuiverder beeld van de bedrijfswinst te krijgen.
4. Personeel: De accountant keurt het goed dat het loon van een dienstbode als zakelijke kost wordt opgevoerd, omdat de echtgenote van de pachter voltijds in de zaak meewerkt.

De conclusie is dat een nettoresultaat van circa ƒ 2200,- overblijft bij een pacht van ƒ 1600,-, wat als acceptabel wordt gezien mits er geen andere huurders zijn die meer willen bieden. Het document stamt uit het voorjaar van 1936, midden in de nasleep van de Grote Depressie. De overheid (hier vertegenwoordigd door de afdelingen Marktwezen en Financiën) hanteerde een zakelijke maar voorzichtige benadering bij het verpachten van gemeentelijk vastgoed of standplaatsen.

De gebruikte terminologie ("restitutie", "ad", "m.i." - mijns inziens) en de spelling ("jaarlyksche", "afdeeling") zijn kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit de vroege 20e eeuw. De rol van de vrouw in het bedrijf (die blijkbaar essentieel is voor de bedrijfsvoering) en de vermenging van privé-huishouden en zaak (de dienstbode, het brood uit de zaak) geven een mooi tijdsbeeld van de toenmalige middenstand. De "muziekbelasting" duidt mogelijk op de aanwezigheid van een radio of livemuziek in de gelegenheid.

Samenvatting

Dit document is een boekhoudkundige controle en prognose betreffende een zakelijke exploitatie, waarschijnlijk een bakkerij of lunchroom (gezien de vermeldingen van "brood", "terras" en "muziekbelasting"). De accountant, B. Rozenberg, analyseert de cijfers over 1935 om te bepalen of de door de Directeur van het Marktwezen voorgestelde pachtverhoging naar ƒ 1600,- reëel is.

De belangrijkste correcties die de accountant aanbrengt op de eigen berekening van de pachter (Van Meekeren) zijn:
1. Pachtcorrectie: In 1935 was de pachtpost vertekend door een teruggave over 1934.
2. Precario: Deze kostenpost vervalt omdat het terras niet meer in gebruik is.
3. Privé-onttrekkingen: Kosten voor de bovenwoning en de waarde van de eigen consumptie (vrij wonen, brood) worden naar boven bijgesteld om een zuiverder beeld van de bedrijfswinst te krijgen.
4. Personeel: De accountant keurt het goed dat het loon van een dienstbode als zakelijke kost wordt opgevoerd, omdat de echtgenote van de pachter voltijds in de zaak meewerkt.

De conclusie is dat een nettoresultaat van circa ƒ 2200,- overblijft bij een pacht van ƒ 1600,-, wat als acceptabel wordt gezien mits er geen andere huurders zijn die meer willen bieden.

Historische Context

Het document stamt uit het voorjaar van 1936, midden in de nasleep van de Grote Depressie. De overheid (hier vertegenwoordigd door de afdelingen Marktwezen en Financiën) hanteerde een zakelijke maar voorzichtige benadering bij het verpachten van gemeentelijk vastgoed of standplaatsen.

De gebruikte terminologie ("restitutie", "ad", "m.i." - mijns inziens) en de spelling ("jaarlyksche", "afdeeling") zijn kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit de vroege 20e eeuw. De rol van de vrouw in het bedrijf (die blijkbaar essentieel is voor de bedrijfsvoering) en de vermenging van privé-huishouden en zaak (de dienstbode, het brood uit de zaak) geven een mooi tijdsbeeld van de toenmalige middenstand. De "muziekbelasting" duidt mogelijk op de aanwezigheid van een radio of livemuziek in de gelegenheid.

Kooplieden in dit dossier 100

J. Izaks Waterlooplein 20,91
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
J. Premsela Waterlooplein 139,75
C. Beek Waterlooplein 23,46
J. Premsela Waterlooplein 605,63
P. Bond Waterlooplein 65,72
J. Premsela Waterlooplein 170,36
W.F. Siebert Waterlooplein 992,67
J. Cohen Nieuwmarkt 892,55
S. Cohen Zwanenburgwal 28,45
C. Puul Waterlooplein " 5,50
C. Puul Waterlooplein " 5,50
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
en Joh. Koning) Waterlooplein 53,24
J. Dotsch Waterlooplein 59,34
A. Dotsch Waterlooplein 328,62
D. den Dulk Waterlooplein 43,90
E. Zwaan Waterlooplein " -,52
J. Ferwerda Waterlooplein 99,45
V.V.Z. Roode Waterlooplein 522,67
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
Geverding (Suppletie) Waterlooplein 1,80
Geverding (Suppletie) Waterlooplein " 1,80
P. Gomes Waterlooplein 5063,71
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). + 2x Veiling + commissionair
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6