Dienstbrief / Herinneringsschrijven (doorslag of archiefkopie)
Origineel
Dienstbrief / Herinneringsschrijven (doorslag of archiefkopie) 23 april 1936 De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst) Directeur van den Dienst der Publieke Werken, Raadhuis, Alhier [Linksboven, getypt:]
46/45/3 M
[Middenboven, handgeschreven:]
Verzonden 23/4.
[Rechtsboven, handgeschreven:]
b. Müller [?]
[Rechtsboven, getypt:]
VP/G
[Rechtsonder de kop, getypt:]
23 April 1936
[Adresseringsblok, getypt:]
den Heer Directeur van den
Dienst der Publieke Werken
Raadhuis
A l h i e r
[Inhoud, getypt:]
Hiermede heb ik de eer myn brief d.d. 14 Maart jl.
(no.46/45/1 M) in herinnering te brengen. Het zal my
aangenaam zyn hierop spoedig bericht te mogen ontvangen.
[Ondertekening, getypt:]
De Directeur, Het betreft een formeel herinneringsschrijven (rappel) uit de vooroorlogse periode. De toon is uiterst beleefd en zakelijk ("heb ik de eer... in herinnering te brengen"). De brief verwijst naar een eerdere correspondentie van ruim een maand daarvoor (14 maart), wat suggereert dat er binnen de gemeentelijke bureaucreatie een vertraging was opgelopen bij de Dienst der Publieke Werken.
De spelling is kenmerkend voor de tijd (zoals "myn" en "zyn", en het gebruik van de verbogen vorm "den Heer"). Het document is waarschijnlijk een kopie voor het eigen dossier, aangezien de verzenddatum handgeschreven is toegevoegd nadat het origineel was gepost. De brief dateert uit april 1936, een periode waarin de Nederlandse bureaucreatie zeer strikt georganiseerd was. De term "Alhier" duidt erop dat beide diensten zich in dezelfde gemeente bevonden (waarschijnlijk een grote stad gezien de omvang van de geciteerde dossiernummers). De Dienst der Publieke Werken was in die jaren cruciaal voor de uitvoering van grote infrastructurele projecten en werkverschaffingsprojecten tijdens de nasleep van de economische crisis. Het archiefnummer (46/45/3 M) wijst op een goed gestructureerd registratuursysteem. Publieke Werken
Samenvatting
Het betreft een formeel herinneringsschrijven (rappel) uit de vooroorlogse periode. De toon is uiterst beleefd en zakelijk ("heb ik de eer... in herinnering te brengen"). De brief verwijst naar een eerdere correspondentie van ruim een maand daarvoor (14 maart), wat suggereert dat er binnen de gemeentelijke bureaucreatie een vertraging was opgelopen bij de Dienst der Publieke Werken.
De spelling is kenmerkend voor de tijd (zoals "myn" en "zyn", en het gebruik van de verbogen vorm "den Heer"). Het document is waarschijnlijk een kopie voor het eigen dossier, aangezien de verzenddatum handgeschreven is toegevoegd nadat het origineel was gepost.
Historische Context
De brief dateert uit april 1936, een periode waarin de Nederlandse bureaucreatie zeer strikt georganiseerd was. De term "Alhier" duidt erop dat beide diensten zich in dezelfde gemeente bevonden (waarschijnlijk een grote stad gezien de omvang van de geciteerde dossiernummers). De Dienst der Publieke Werken was in die jaren cruciaal voor de uitvoering van grote infrastructurele projecten en werkverschaffingsprojecten tijdens de nasleep van de economische crisis. Het archiefnummer (46/45/3 M) wijst op een goed gestructureerd registratuursysteem.