Handgeschreven memo of ambtelijke notitie op een voorgedrukte bijlage (Bijblad).
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijke notitie op een voorgedrukte bijlage (Bijblad). (Stempel rechtsboven):
BIJBLAD VAN:
M. No. 46/g/3 1936
DOORGEZONDEN: 10/1
(Marge links):
Alg. Zaken Model No. 14--10.000-2 1935.
(Handgeschreven tekst):
Op 20/1 '36 is G. bij Dir.
geweest Wilde schuld met
f 2,--, hoogstens f 2,50 per
week aflossen; hem gezegd,
dat hij uiterlijk in 4 weken
alles moet hebben betaald.
Weigerde. Stel voor: te
rapporteren, teneinde Gemeente-
advocaat te doen dagvaarden.
21-1-'36 mp. * Inhoud: Het document doet verslag van een gesprek op 20 januari 1936 tussen een schuldenaar (aangeduid als "G.") en een directeur of afdelingshoofd ("Dir.").
* Kern van het conflict: "G." heeft een schuld bij de gemeente en stelt voor deze af te lossen met kleine wekelijkse bedragen (2,00 tot 2,50 gulden). De instantie gaat hier niet mee akkoord en eist volledige betaling binnen vier weken.
* Resultaat: De schuldenaar weigert aan deze eis te voldoen.
* Vervolgstappen: De opsteller van de notitie (geparafeerd "mp" op 21 januari) adviseert om de zaak te rapporteren zodat de gemeenteadvocaat een dagvaarding kan uitbrengen om betaling via de rechter af te dwingen. * Historische context: Het document stamt uit januari 1936, midden in de crisisjaren. De strikte houding van de gemeente tegenover een klein betalingsvoorstel (2 gulden per week) illustreert de economische malaise van die tijd, waarin overheden kampte met tekorten en schuldenaren vaak niet in staat waren aan hun verplichtingen te voldoen.
* Administratieve context: Het gebruik van "Model No. 14" van "Alg[emene] Zaken" wijst op een gestandaardiseerde werkwijze binnen een gemeentelijk apparaat voor het bijhouden van dossiers en correspondentie. Het stempel "DOORGEZONDEN: 10/1" suggereert dat dit dossierblad al eerder in omloop was voordat deze specifieke notitie werd toegevoegd.
* Juridische context: Het document markeert de overgang van een minnelijke schikking (het gesprek) naar een gerechtelijke procedure (de dagvaarding). M. No
Samenvatting
- Inhoud: Het document doet verslag van een gesprek op 20 januari 1936 tussen een schuldenaar (aangeduid als "G.") en een directeur of afdelingshoofd ("Dir.").
- Kern van het conflict: "G." heeft een schuld bij de gemeente en stelt voor deze af te lossen met kleine wekelijkse bedragen (2,00 tot 2,50 gulden). De instantie gaat hier niet mee akkoord en eist volledige betaling binnen vier weken.
- Resultaat: De schuldenaar weigert aan deze eis te voldoen.
- Vervolgstappen: De opsteller van de notitie (geparafeerd "mp" op 21 januari) adviseert om de zaak te rapporteren zodat de gemeenteadvocaat een dagvaarding kan uitbrengen om betaling via de rechter af te dwingen.
Historische Context
- Historische context: Het document stamt uit januari 1936, midden in de crisisjaren. De strikte houding van de gemeente tegenover een klein betalingsvoorstel (2 gulden per week) illustreert de economische malaise van die tijd, waarin overheden kampte met tekorten en schuldenaren vaak niet in staat waren aan hun verplichtingen te voldoen.
- Administratieve context: Het gebruik van "Model No. 14" van "Alg[emene] Zaken" wijst op een gestandaardiseerde werkwijze binnen een gemeentelijk apparaat voor het bijhouden van dossiers en correspondentie. Het stempel "DOORGEZONDEN: 10/1" suggereert dat dit dossierblad al eerder in omloop was voordat deze specifieke notitie werd toegevoegd.
- Juridische context: Het document markeert de overgang van een minnelijke schikking (het gesprek) naar een gerechtelijke procedure (de dagvaarding).