Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen op roze papier.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen op roze papier. 30 maart 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vischhal/Vischmarkt). Den Heer B. Groenteman, Korte Houtstraat 31 III, Amsterdam-Centrum (Wijk 2). [Handgeschreven rechtsboven:]
1 ex. Dir. de Mark
1 " Vischmarkt
[Getypt linksboven:]
vP/HG.
46A/11/3 M.
[Handgeschreven in het midden:]
Verzonden 30/3-’40.
[Getypt rechts:]
30 Maart 1940.
den Heer B. Groenteman,
Korte Houtstraat 31 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
In verband met het feit, dat U zich op 21 Maart
jl. op de Vischmarkt alhier heeft schuldig gemaakt aan het
wegnemen van een hoeveelheid visch, die door den dienstdoen-
den keurmeester van den Keuringsdienst van Waren was in
beslag genomen, heb ik U, ingevolge het bepaalde in artikel
14 lid 1 van het Reglement op den afslag in de Gemeente Visch-
hal op de Vischmarkt, gestraft met intrekking van Uw toegangs-
bewijs voor de Vischmarkt gedurende 14 dagen, namelijk van 2
tot en met 15 April a.s. Bovendien is aan Burgemeester en
Wethouders de vraag voorgelegd, of het bedoelde toegangsbe-
wijs voor langeren tijd behoort te worden ingetrokken.
De Directeur, Deze brief is een officiële kennisgeving van een tuchtrechtelijke maatregel. De heer B. Groenteman wordt ervan beschuldigd op 21 maart 1940 vis te hebben weggenomen die reeds door de Keuringsdienst van Waren in beslag was genomen.
De directeur van de Vischmarkt legt direct een straf op van 14 dagen ontzegging van de toegang (van 2 tot 15 april 1940), gebaseerd op het geldende marktreglement. De zaak wordt echter serieus genoeg geacht om voor te leggen aan het College van Burgemeester en Wethouders voor een eventuele langdurige ontzegging. Het taalgebruik is formeel en juridisch van aard, typerend voor vooroorlogse ambtelijke correspondentie (gebruik van de naamvals-n in "den dienstdoenden" en oude spelling zoals "visch"). De datum van de brief, 30 maart 1940, is historisch saillant; dit is slechts zes weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940.
De locatie van de geadresseerde, de Korte Houtstraat in Wijk 2, plaatst de ontvanger in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. De Vischmarkt waarover gesproken wordt, bevond zich aan het Waterlooplein. Hoewel dit een reguliere gemeentelijke disciplinaire maatregel lijkt voor een overtreding van de marktregels, krijgt elk document uit deze specifieke periode en locatie een extra lading in het licht van de naderende bezetting en de daaropvolgende anti-Joodse maatregelen die de handel en het dagelijks leven in deze buurt zouden verwoesten.