Archiefdocument
Origineel
30 Maart 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vischhal/Vischmarkt) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (ter plaatse) 1 30 Maart 1940
46A/11/2 den Heer Wethouder voor de
Alhier. Levensmiddelen,
Terzake van het thans door hem gepleegde feit is
tegen Groenteman voornoemd door de Politie proces-verbaal
opgemaakt wegens diefstal, subsidiair wegens overtreding van
de Warenwet. Ik acht het zeer gewenscht, dat het hem voor
goed onmogelijk wordt gemaakt, om de Vischmarkt hier ter
stede te bezoeken. Onder mededeeling, dat ik hem, ingevolge
artikel 14 lid 1 van het Reglement op den afslag in de
Gemeente Vischhal op de Vischmarkt, heb gestraft met intrek-
king van zijn toegangsbewijs voor de Vischmarkt gedurende
den tijd van 14 dagen, namelijk van 2 tot en met 15 April
a.s., heb ik de eer U beleefd te verzoeken wel te willen
bevorderen, dat B.Groenteman voornoemd, ingevolge het tweede
lid van bovenaangehaald artikel, door Burgemeester en Wet-
houders wordt gestraft met intrekking van het vorenbedoelde
toegangsbewijs voor onbepaalden termijn, zulks met ingang
van 16 April a.s.
De Directeur, In dit schrijven verzoekt de directeur van de Vischmarkt de Wethouder voor de Levensmiddelen om een strengere straf op te leggen aan een persoon genaamd B. Groenteman. Groenteman is door de politie geverbaliseerd voor diefstal dan wel overtreding van de Warenwet.
De directeur heeft zelf reeds een tijdelijke sanctie opgelegd: een ontzegging van de toegang voor 14 dagen (van 2 tot 15 april), gebaseerd op het eerste lid van artikel 14 van het marktreglement. Hij acht dit echter onvoldoende en verzoekt het College van Burgemeester en Wethouders om, gebruikmakend van het tweede lid van datzelfde artikel, het toegangsbewijs voor onbepaalde tijd in te trekken met ingang van 16 april. De toon van de brief is formeel en kordaat, gericht op het handhaven van de orde en integriteit op de markt. Het document dateert van maart 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode waren gemeentelijke markten, zoals de vismarkt, aan strikte regels gebonden om eerlijke handel en volksgezondheid te waarborgen. De wethouder voor Levensmiddelen speelde een cruciale rol in het toezicht op de voedselvoorziening in de stad.
De achternaam "Groenteman" is een bekende Nederlands-Joodse familienaam, veelal geassocieerd met de markthandel in Amsterdam. Hoewel de brief een standaard administratieve procedure lijkt te volgen voor een strafbaar feit (diefstal/Warenwet), is het historisch relevant met het oog op de naderende bezetting en de daaropvolgende anti-Joodse maatregelen die de toegang tot markten en handel voor Joodse burgers volledig onmogelijk zouden maken. In dit specifieke document lijkt de reden voor uitsluiting echter een directe juridische aanleiding te hebben. B. Groenteman Politie